boomstructuur: startpagina >
AZ-index > artikelindex S > artikel


Sint-Apollonia

Parochie Ledeberg

Ledeberg behoorde vele eeuwen tot de parochie Pamel; in 1958 kwam daar verandering in en in 1963 werd de parochie Sint-Apollonia officieel opgericht.
Vandaar de opdeling in twee grote perioden: voor en na 1958/1963.


1. - 1958/1963

1.1.1. In 1196 was Sint-Amandus de patroonheilige van de kapel; in 1573 werd, naar het dekanaal verslag, O.-L.-Vrouw als patrones vereerd, ook nog in 1899 volgens pastoor Van Eyndhoven. Intussen was Sint-Apollonia de tweede beschermheilige geworden, maar in het begin van de 20e eeuw werd ze op Ledeberg zo populair (tegen tandpijn) dat ze O.-L.-Vrouw als patroonheilige verdrong.

1.2.2. De moeizame strijd tot erkenning/zelfstandigheid.
1.2.2.2. Sinds eind 19e eeuw hebben ook verschillende kapelaans getracht aan de parochie meer zelfstandigheid te geven en kwamen zo in conflict met de pastoors van Pamel. Samen met de kapelaans ijverden ook verschillende Ledebergse families voor zelfstandigheid (1), met een chauvenisme dat nog lang na de zelfstandigheid in die families bleef nazinderen.
* Als kapelaan streefde H. Van Eyndhoven  naar een zelfstandiger parochie Ledeberg, doch eens pastoor van Pamel verguisde hij deze gedachte. Wanneer hij dacht/zag dat ze onder zijn opvolgers, de kapelaans Haeck en Bervoets, weer oplaaide deinsde hij er niet voor terug bij het bisdom aan te dringen op hun overplaatsing.
* Kapelaan Tielemans slaagde erin sommige luisterlijke vieringen ook op Ledeberg te laten doorgaan: o.a. de Sint-Barbaramis van de Ledebergse mijnwerkers, een gezongen vroegmis, de lange vespers, de palmviering, de paasmis. Om de oprichting van een zelfstandige parochie te wettigen zocht hij naar bewijzen uit haar vroeger bestaan; hing hij in de kapel een kaart waaruit moest blijken dat, qua oppervlakte, Ledeberg niet moest onderdoen voor Pamel; liet hij een lijst drukken met alle Ledebergse godsdienstige en sociale verenigingen (20 in het totaal! Echter de meesten waren evengoed Pamelse verenigingen). En … op de aannemingsbrieven van de plaatselijke Broederschap der H. Mis van Eerherstel liet hij met opzet ‘kerk’ van Ledeberg drukken in plaats van ‘kapel’.
* Kapelaan Gullentops heeft op zijn minst geprobeerd zijn parochianen in hun verzet te steunen, o.a. na de H.-Hartfeesten en toen zijn kerkzangers niet meer werden toegelaten op het oksaal. Waar mogelijk werd hij (en Ledeberg) door pastoor Janssens genegeerd of tegengewerkt.
* In tegenstelling tot zijn voorgangers heeft kapelaan Vanderborght, gebruik makend van zijn connecties in het bisdom, de zelfstandigheid van de parochie in stilte voorbereid.


1.3.1. Kapelaans
29/2/1668 - okt. 1677: De Nayer Lambertus
okt 1677 - : Boelens Aurelius
1876 - dec. 1880: Sannen Joannes Emmanuel
jan. 1981 - 20/6/1890: Van Eyndhoven Henricus
juni 1890 - sept. 1897: Lamal Emile Frans
1898/1900 - 19/9/1913: Haeck Jacobus
dec. 1913 - maart 1918: Bervoets Louis
dec. 1926 - maart 1929: Tielemans Isidoor
1929 - 9/5/1938: Gullentops Jan Frans
10/5/1938 - 2/12/1942: De Vos Emiel
12/12/1942 - 1957: Vanderborght Frans

1.3.2. Kosters
18xx - 1870: Braeckmans Leopold
1870 - 1877: De Beenhouwer Jan Victor
1877 - 1901: De Beenhouwer Felix
1901 -1946: Vandeperre Joannes
1946 -1988: Vandeperre Jef

1.4.1. Liturgische vieringen
Rond 1930 was er in de week een gezongen mis om 6.30 u. in de zomer en om 7 u. in de winter. Op zondag was er een gelezen mis om 6.30 u. en om 10 u.; op feestdagen waren er gezongen missen om 6.30 u. en om 9 u. Op zondag was er ook het lof, op feestdagen gevolgd door de (lange) vespers.
Doopsels, huwelijken en uitvaarten mochten niet op Ledeberg en bleven in Pamel.

1.4.2. Vereringen
* Sint-Anna en Sint-Niklaas
In 1608 verkregen Nicolaas de Montmorency en zijn echtgenote Anna de Croy, vrouwe van Pamel-Ledeberg, van paus Paulus V dat alle gelovigen die in de kapel van Ledeberg op het feest van hun naamheiligen, Sint-Nicolaas en Sint-Anna, onder de gewone voorwaarden (2) kwamen bidden, een volle aflaat verdienden.

* Sint-Apollonia
Uit een notitieboek van de paters Recolletten van 1662, blijkt dat toen al op de feestdag van de heilige Apollonia en op de 3e zondag na Sinksen haar relikwie werd vereerd. In een handschrift van 1685 bevestigde pater Carolus van Coudenhove (die tussen 1660 en 1662 vicarius was op Ledeberg):
- het bestaan van een relikwie (3) van de H. Apollonia: wie ten offeren kwam bood brood aan omdat geld niet toegelaten was;
- dat er op 9 februari veel volk naar de kapel kwam, ook uit verder gelegen dorpen.
Op 7 december 1892 gaf kardinaal Goossens de toelating op Ledeberg het Broederschap der H. Apollonia op te richten. De leden, die aldra talrijk waren, konden een volle aflaat verdienen en bij overlijden werd er voor hen een mis opgedragen.

 

foto 2008
Gepolychromeerd houten beeld uit de 18e eeuw van de heilige Apollonia, in de nis van haar (zij)altaar.

 

Elke zondag kwamen gelovigen van Ledeberg en omstreken er op beeweg, opdat zij of hun verwanten zouden verlost worden/blijven van tandpijn: eerst een gebed prevelen voor het altaar van Sint-Apollonia (of de mis bijwonen), dan de ommegang doen langs de 'Kleineberg' (nu 'verlengde' Varing) en 'Hogeberg' (nu Kluisberg), tot driemaal toe!. Bij de boskapel aan de voet van de 'berg', op de Varing werd even halt gehouden en ook gebeden. In 1926 liet kapelaan De Roeck langs die ommegang betonnen kapelletjes op voet plaatsen, met in ieder een afbeelding van de Zeven Smarten van Maria (4). En uiteraard werd er vanaf toen bij elk van de kapelletjes gestopt en gebeden.
Maar vooral op 9 februari, de feestdag van Sint-Apollonia, kwamen drommen gelovigen, van ver en dichtbij, een van de missen bijwonen, en zeker de relikwie kussen. Na de hoogmis deden velen ook nog de ommegang. In de namiddag liep de kapel voor het lof opnieuw tot barstens toe vol!

 
1914
 

Tot begin de jaren (19)50 bleef de toeloop groot, daarna begon de devotie te slabakken.

* Gedurige aanbidding
Op het feest van de Heilige Apollonia. Maar de bedevaarders waren zo talrijk dat de gedurige aanbidding erdoor werd gestoord zodat deze vanaf 1907, met toelating van het bisdom, naar 17 mei werd verschoven. Deze dag werd in ere gehouden tot in 1974.

1.5 Kapel
Op 1/10/1923 schonk hertogin Charlotte de Lévis Mirepoix, vertegenwoordigd door pastoor Van Eyndhoven, aan de kerkfabriek van Pamel (5) (6)
‘... den vollen eigendom van een woonhuis met hof ten gebruike van den heer onderpastoor, gelast met den dienst der Kapel van Pamel-Ledebergh en een deel bosch waarmede omgeven gemelden hof, de kapel en het klooster, gestaan en gelegen te Pamel, op de hoogvlakte van Ledebergh, wijk C nummer 283a en deel van nummer 530g des kadasters, groot in oppervlakte een hectare twee en zestig aren negen en veertig centiaren, palende aan ......... en ook aan de kapel van Ledebergh, die er zich te midden in bevindt en uitmaakt nummer 384a des kadasters, aldaar gekend met eene grootte van drij aren zestig centiaren en ingeschreven is op naam der gemeente van Pamel.'
Niet verwonderlijk dat deze laatste zinsnede soms de vraag deed oprijzen: Wie is de eigenaar van de kapel; de gemeente of de kerkfabriek? (7) Al in 1927 vroeg kapelaan Tielemans het aan het gemeentebestuur, maar het antwoord was niet eenduidig. (Heden wordt algemeen aanvaard dat de kapel/kerk eigendom is van de gemeente, omgeven door eigendom van de kerkfabriek. Ook van de pastorie is de kerkfabriek eigenaar.)

1.5.1. Buitenzicht

 

foto ca. 1905: geen annexe, geen grafstenen; links achteraan een vleugel van de oude Kluis (met buitentrap) die afgebroken werd voor de bouw van de (2e) toren.

 


foto ca. 1932: kapel en het pas aangelegde driehoekig perkje rondom het H. Hartbeeld, dat op 3 mei 1931, ter gelegenheid van de H. Hartfeesten, werd gewijd door kardinaal Van Roey. (Toen in 1961 het perkje parkeerplaats werd verhuisde het beeld naar de annexe en werd vandaar 'gedumpt' in het bos (!) achter de kerk, en ... verdween?)

  1.5.2. Binnenzicht
 

foto uit de jaren (19)40
 
1.5.3. Altaren
 

foto 2008

 
Het barok hoofdaltaar uit de 2e helft van de 17e eeuw, heeft in de nis het beeld van O.-L.-Vrouw dat werd aangekocht in 1845, toen ze nog patroonheilige was. Bovenaan het wapenschild van de familie d' Ongnies, vroegere heren van Pamel en Ledeberg.
De zijaltaren, links toegewijd aan de H. Apollonia en rechts aan Sint-Jozef, zijn uit de 18e eeuw.

1.5.4. Glasramen
In 1943 schonk hofjuwelier Altenloh 2x2 glasramen die achteraan in de kerk werden geplaatst, waarvan twee het bezoek van Maria en Jozef aan Elisabeth en Zacharias voorstellen en de twee andere de statie 'Jezus troost de wenende vrouwen' uit de kruisweg.
 

1.5.5. Klokken
Nog steeds hangt er in de toren de oude Sint-Apolloniaklok. Ze werd in 1824 te Leuven gegoten door Andreas Van der Gheyn en weegt 52 kg. Op 3 augustus werd ze ingezegend, met als peter Judocus Joannes Van Bellinghen en als meter Catharina Theresia Van Lierde. (8)


 

wordt aangevuld

------------------------------------------------------------------------
(1) o.a. kanunnik Petrus Covens, Jan Borginon.
(2) De gewone voorwaarden: bidden voor de eendracht onder de christen vorsten, voor de glorie van de kerk en voor de uitroeiing van de ketters.
(3) Zit in de relikwiehouder werkelijk de tand van Sint-Apollonia?
Een document van het aartsbisdom Mechelen uit 1819 geeft geen uitsluitsel, omdat het bewijs ontbreekt, hoewel de authenciteit niet uitgesloten is. De tand mag ter verering aangeboden worden. Een gelijkaardig document werd nogmaals afgeleverd op 22/7/1927.
(4) 7 kapelletjes: 1 op de Kapelleweide rechtover het kostershuis, 3 langs de Kleineberg, 1 beneden, 1 halverwege en 1 boven de Hogeberg.
Na 1970 hebben vandalen de kapelletjes fel beschadigd, sommige stuk geslagen, daarna werden ze verwaarloosd.
(5) Akte opgesteld door notaris Philip Michiels van O.-L.-V.-Lombeek.
(6) Toen de parochie in 1963 zelfstandig werd nam de kerkfabriek Sint-Apollonia uiteraard de eigendommen over.
(7) Temeer daar pastoor Van Eyndhoven van de hertogin volmacht had gekregen om ook de kapel aan de kerkfabriek te schenken.
(8) Nodig, want de Fransen hadden de vorige klok geroofd.

 
2. 1958/1963 -

2.1. Toen kapelaan Van De Gucht in 1958 op Ledeberg arriveerde had hij van het bisdom de belofte gekregen dat hij er binnen een redelijke termijn pastoor zou worden. Intussen mocht hij er al dopen, huwen en voorgaan in begrafenissen. Uiteindelijk werd bij koninklijk besluit van 17 april 1963 de 'wijk der kapelanij te Ledeberg' opgericht tot (hulp)parochie, 'onder de aanroeping van de Heilige Apollonia'. Waarmede deze officieel werd bevestigd als patrones.

2.2.1. Parochieploeg
Na een viertal voorbereidende parochiale vergaderingen werden in 1994 Rosa Vierendeels, Monique Ghijsels, Jan Derideaux, Marc Nieuwborgh en Hubert De Bolle verkozen tot lid van de parochieploeg.
Zij kwamen voor het eerst samen op 24 september 1994. In die beginjaren vergaderden ze meestal, zij het gedeeltelijk, samen met de parochieploeg van Pamel; 6 à 9 maal per jaar. Maar de samenwerking tussen beide parochieploegen verliep soms moeilijk en na enkele jaren werd er vaak afzonderlijk vergaderd, om daarna al vlug volledig te scheiden. Onderwerpen van gesprek en/of actie waren o.a.: Welzijnszorg (1995 e.v. jaren), Broederlijk Delen (1996 e.v. jaren), informatiebrochure (1994, 1995), liturgische jaarkalender (1994-1998), lijst van lectoren en collectanten (1994 e.v. jaren), voorbereiding parochieraad (1995 e.v. jaren), overleg met de kerkfabriek over de te heropbouwen pastorie (1996, 1997), gesprek met de catechisten (1996, 1997, 1998), gebedsviering (1995 e.v. jaren), parochiale denkavond (1997) (1), bezinning te Affligem (1998 e.v. jaren).
In 1998 werd een liturgische werkgroep opgericht die de vieringen rond Kerstmis, Sint-Apollonia, Pasen, … Allerheiligen voorbereidde (2).
 
 
2.2.2. Parochieraad
In 1995 nodigde de parochieploeg twee afgevaardigden van elke parochiale vereniging uit om een parochieraad te vormen en jaarlijks twee à viermaal te vergaderen.
Onderwerpen van gesprek en/of actie waren o.a.: jaarlijks parochiefeest (1995 (3) e.v. jaren), rondgang communie aan de zieken (1996), parochieblad (1996), wettelijke bepalingen en verplichtingen rond parochiale v.z.w.'s (1996), kerststal op Ledebergdries (1996).
 

2.3.1. Kapelaan
1958 - 13/7/1963: Van De Gucht Louis

2.3.2. Pastoors
14/7/1963 (plechtige aanstelling) - 1987: Van De Gucht Louis
1987 - 21/6/1993: Uytterhoeven Jozef

2.5 Kerk op de Kapelleweide
2.5.1. Buitenzicht
Op 19 februari 1993 blies een felle wind een van de twee resterende oude beukenbomen op de kerk. De zware stam en de takken drongen diep in het dak en beschadigden de sacristie, het koor en de zijbeuk.

2.5.2. Binnenzicht

2.5.3. Altaar
Het kleine altaar, 'dienstdoende' als hoofdaltaar, stond oorspronkelijk in de kapel van de zusters. Het werd na hun heengaan in 2007 overgebracht naar de kerk.

2.5.4. Glasramen
Om de kerk van de toekomstige zelfstandige parochie meer grandeur te geven bestelde pastoor Van De Gucht, op advies van pater Raedschelders bij Jozef Beeck (Mechelen) tien 'moderne' glasramen, die ondanks/omwille van hun moderniteit heel mooi ogen, vol symboliek zitten en niet storen. Ze werden in 1959 ingezet. Pastoor Van De Gucht vond Ledebergse families die in hun geldbeugel wilden tasten, de ene (heel)wat dieper dan de andere:
schip/zijbeuk,
rechts: Doopsel (familie Nieuwborg-Dupont en fam. Clement-Nieuwborg); Vormsel (fam. Dhondt-Van den Borre); Priesterschap (fam. De Bolle-Van Den Bosch)

 

foto 2009: Priesterschap
 
links: Biecht (fam. Vierendeels en fam. Schets-Stockmans); Oliesel (fam. Vandeperre-Van Der Plas); Huwelijk (fam. Vandenberghe)
kruisbeuk,
rechts: Sint-Jozef (Jozef De Schepper)
links: Sint-Apollonia (fam. Roossens-De Wit)
koor: O.-L.-Vrouw (fam. Kestens-Coomans)
annexe: Eucharistie (fam. Borginon)

2.5.5. Orgel
Het is een zwelkastorgel met twee klavieren, een 'occasie' rond 1960 aangekocht bij de firma Kerkhoff te Brussel. Voor de orgelkast werd een sierfront geplaatst, louter decoratief, met houten sierpijpen! Dit fronton is herkomstig van de Kapucijnen in Menen. Het orgel zelf is zeer diffuus, met pijpwerk uit verschillende perioden, zelfs enkele elementen uit draaiorgelpijpwerk.

2.5.6. Klokken
Rond 1960 startte pastoor Van De Gucht een klokkenfonds. Er werden enveloppen rondgedeeld waarin de parochianen hun bijdrage konden steken en maandelijks was er een omhaling in de kerk, om er uiteindelijk drie klokken mee te betalen. Deze werden in 1961 te Leuven gegoten door de firma Sergeys. Al op 15 augustus 1961 werden ze door Mgr. Cruysberghs plechtig gewijd. De parochie maakte er met stoet en fanfare een feest van.
* Maria-klok: 510 kg; toonhoogte: la; peter: Albert Roosens, meter: Marie-Louise De Schepper-Timmermans.
* (nieuwe) Apollonia-klok: 358 kg; toonhoogte: si; peter: Joannes Vandeperre, meter: Francisca Albertina Kestens-Coomans.
 

foto 1961: Jozef-klok
 

* Jozef-klok: 278 kg; toonhoogte: do-kruis; peter: Jozef De Bolle, meter: Marie Borginon.
Pas nadat de toren was verbouwd/verhoogd konden in 1964 de drie klokken worden opgehangen. Terzelfdertijd was ook het luiden geautomatiseerd (en moest de koster niet telkens naar de kerk om aan het touw te trekken).

 
2.5.8. Pastorie
Al in 1964 vroeg de kerkfabriek (pastoor Van De Gucht) een nieuwe pastorie en diende een dossier in, maar het bleef vele jaren bij goedgekeurde, dan weer uitgestelde en opnieuw aangepaste plannen.
Nog in 1977 werd de (oude) pastorie als volgt beschreven: ‘Pastorij naast de kerk, toegankelijk langs een rondboogdeurtje met zandstenen omlijsting van negblokken (XVIII). Tweeverdiepingshuis van vier traveeën met mansardedak (kunstleien), naar uitzicht te dateren in XIX doch met een oudere erin opgenomen kern van het vroegere klooster. Beraapte voorgevelbepleistering. Steekboogvensters met gecementeerde omlijstingen en lekdrempels van arduin; arduinen steekboogdeur.' (4)
Maar het gebouw verloederde verder. Eerst werd nog gedacht aan restauratie, maar eind de jaren (19)80 was het verval zo groot dat een deskundige ‘vernieuwbouw' adviseerde met ‘behoud van de kelder en reconstructie in de huidige uitwendige bouwstijl'. Toch duurde het nog tot 2000 vooraleer er kon afgebroken en gebouwd worden, met gelijkvloers een ontmoetings- en archiefruimte en op de 1e verdieping woongelegenheid. Uiteindelijk werd de pastorie op 10 juni 2001 feestelijk ingehuldigd.
 


2.6. Kapellen-kapelletjes, beelden, kruisen
* Kapel van O.-L.-Vrouw, aan de Kapellestraat.
Gebouwd in 1987 ter vervanging van de oude die erg vervallen was en moest verdwijnen voor de heraanleg van de straat. Op 1 mei 1988 werd de nieuwe kapel door deken Uytterhoeven plechtig ingewijd.
De oude kapel werd rond 1970 nog omschreven als: ‘Eenvoudig kapelletje van bepleisterde en beschilderde baksteen onder pannen zadeldak; typerend houten kozijn met geprofileerde spijlen.' (5)

 
2.7. zaal De Kluis (Kapelleweide)
Gebouwd in 1971-1972, officieel geopend op 9 december 1972.
 



-------------------------------------------------------------------------------------
(1) mei: ‘Elk in zijn eigen taal, op weg naar een parochie voor morgen'; september: ‘Parochie voor morgen'.
(2) De parochieploeg van Pamel had een gezamenlijke liturgische werkgroep voorgesteld, maar gezien de stroeve samenwerking binnen de parochieploeg, ging toch elk afzonderlijk.
(3) 1995: met viering van zuster Marie-Borgia.
(4) ‘Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen', 2n, Vlaams Brabant Halle Vilvoorde, Ministerie van Nederlandse Cultuur, 2e druk 1977, 828 p. Aldaar p. 525.
(5) In 'Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen' o.c. 4. Aldaar p. 527.

  wordt aangevuld