boomstructuur: startpagina >
AZ-index > artikelindex P > artikel


Pensionaat (Ledeberg)

1. Wie begon op Ledebergdries te onderwijzen, en wanneer? Vast staat dat omstreeks 1662 Arent Evenepoel van Godveerdegem naar Ledeberg kwam en er schoolmeester werd (1). Waarschijnlijk runde hij een kleine kostschool voor kinderen uit Pamel en omgeving. Even waarschijnlijk stond die kostschool op de Ledebergdries.

2. In april 1713 kreeg Pieter Aernout Lindemans van graaf Ferdinand d' Ongnyes, heer van Pamel, de toelating om op Ledebergdries met een school te beginnen, vermoedelijk in gebouwen gekocht van Arent Evenepoel. In 1719 bouwde hij de school uit tot een ruimere kostschool met pensionaat en in 1729 kocht hij een aanpalende woning, wat erop wijst dat de school floreerde (2).
Frans Ignatius Lindemans volgde zijn vader in 1743 op als directeur. Jarenlang leidde hij de kostschool, werd bijgestaan door zijn zoon Jan-Baptist Lindemans die hem ook opvolgde (vanaf 1800?) en verder 'bestuurde' tot in 1827.
Van het vroegere hoofdelijk onderricht was het onderwijs in de Lindemansschool geëvolueerd naar klassikaal onderwijs en was het Frans de onderwijstaal geworden. Er kwamen zowel jongens als meisjes uit Pamel en van elders; externen die er 'schoolgelt' voor neertelden, internen of pensionairs die daarbij nog 'mondcosten' en inwoon betaalden.
De meisjes vormden een minderheid, maar de familie Lindemans zag groeimogelijkheden, vooral bij de burgermeisjes en wou hen door 'specialisatie' aantrekken. Daarom, maar ook als gevolg van het invoeren van klassikaal onderwijs, splitste ze in 1829 de school in een jongenspensionaat en een meisjespensionaat.

3. Het jongenspensionaat bleef ter plaatse. Jan-Baptist Lindemans jr was directeur geworden en bleef het tot 1855. Zijn schoonbroer, Jan-Baptist Van den Eeckhoudt volgde hem dan op. In een prospectus stond te lezen: 'Het onderwijs, stoelend op de beginselen van de katholieke godsdienst omvat de wetenschappelijke en beredeneerde studie van de Franse taal, waarvan de leerlingen zich gewoonlijk zullen bedienen, het Latijn, het Grieks, het Vlaams en het Duits, de briefstijl en de redekunst, handelsrekenen, aardrijkskunde, nationale en wereldgeschiedenis, boekhouding en handelscorrespondentie, lijntekening, schoonschrift, godenleer, voordracht, zang, natuurkunde, meetkunde en algebra.' Duidelijk geen lachertje en duidelijk een Franse kostschool.
In 1838 telde de kostschool 'omtrent honderd leerlingen'. Niet verwonderlijk dat de internen hoofdzakelijk geboortig waren uit Brussel en omgeving (Sint-Joost-ten-Node, Anderlecht, Molenbeek, Elsene, ...), maar door de jaren heen zaten er ook jongens geboren (en woonachtig?) in Antwerpen, Edegem, Wommelgem, Schoten, Boom, Meerhout, Herentals, Schepdaal, Ninove, Denderhoutem, Nieuwenhove, Aalst, ... ook in Nijvel, Luik, ... rond 1857 zelfs een intern geboren in Parijs (3). Maar ook van dichterbij bleven er jongens komen. Zo werd op 20 juli 1856 voor Fr. C. Verheyden uit O.-L.-V.-Lombeek 65 fr. betaald 'aen het pensionaet te Ledebergh tot onkosten eens leerling' en op 28 juni 1858 60 fr. 'tot voldoening van het half pensioen van 4 1/2 maend te Ledeberg' (4).

Toch was het een bizarre situatie: Jan-Baptist Lindemans jr en Jan-Baptist Van den Eeckhoudt waren terzelfdertijd ook hoofdonderwijzer in de gemeenteschool, voor minder gegoede kinderen. Die gemeenteschool werd in 1826, aanleunend aan het pensionaat opgetrokken (nadat er al twee jaar gemeentelijk onderwijs was gegeven in de lokalen van het pensionaat!).

 
 

Van links naar rechts,: de gemeenteschool, aanleunend aan het jongenspensionaat in het midden, en daarnaast het woonhuis. Op de eerste verdieping van het pensionaat waren er vier grote slaapzalen (5) en een ziekenkamer, op het gelijkvloers drie klaslokalen, een eetzaal, een muziekzaal, een salon en een spreekkamer.

 

Zo'n verstrengeling van functies, gebouwen, belangen, kon niet blijven duren. Bovendien werd er ook in de omliggende gemeenten 'kosteloos' gemeentelijk onderwijs aangeboden. Het aantal betalende leerlingen daalde en uiteindelijk moest het jongenspensionaat in 1869 definitief de deuren sluiten. (6)

4. Aan de overzijde, in de rechterhoek van de Ledebergdries werd een boerderij (7), rechts van het huidige overdekte wegje van de Dries naar de Kapelleweide, herbouwd tot een meisjespensionaat, dat in 1829 werd opgestart door de gezusters Barbara Henriette en Catharina Apollonia (Pauline) Lindemans. Henriette was amper 17 jaar en Pauline 15 jaar. Waarschijnlijk namen aanvankelijk moeder en broers nog de meeste beslissingen en stonden de lesgevers van het jongenspensionaat ook in het meisjespensionaat voor de klas. Maar geleidelijk namen Henriette en Pauline de echte leiding over.

 

voorzijde, langs de huidige Ledebergstraat


binnenplaats
 

Later werd ook een perceel, links van het wegje aangekocht om er een nieuwe vleugel te bouwen. Toen werd het 'gankske' overwelfd, zodat de pensionaires van de ene vleugel naar de andere konden zonder het instituut te moeten verlaten. Het gehele pensionaat vormde een machtig complex.
Juffrouw Henriette Lindemans werd de eerste directrice-lesgeefster, tot 1840, zwanger zijnde. Dan volgde juffrouw Pauline Lindemans haar op, maar toen deze in 1848 overleed nam Henriette Lindemans opnieuw de leiding van 'Le Pensionnat de Madame Borginon' (8) op zich, tot in 1878. Dan werden haar dochters Julie en Henriette Borginon directrice-lesgeefster van 'Le Pensionnat des Dames Borginon'. Ook na de dood van juffrouw Henriette Borginon in 1894 bleef juffrouw Julie Borginon directrice. Intussen waren de vier dochters van haar jongste zus, Jeanne Thérèse Lecoyer-Borginon (9), er lerares geworden en onderwezen er samen met nog vier juffrouwen (10). Ze brachten nieuwe didactiek binnen en zijn in 1912 de aangewezen opvolgsters; twee van de dochters, juffrouw Marie Lecoyer en vooral juffrouw Julie Lecoyer namen dan ook de leiding van 'Le Pensionnat des Mademoiselles Lecoyer' over.
In 1838 vertoefden er 'omtrent veertig' pensionaires. Geleidelijk groeide het leerlingenaantal en schommelde vele jaren tussen de 70 en de 80. Vanaf 1890 begon het opnieuw te stijgen, in 1899 tot 97 en in 1903-1904 zelfs tot over de honderd. Die voorspoed bleef voortduren tot de oorlog in 1914 uitbrak. Toen werden er voor mogelijk gekwetste soldaten (van bevriende legers) lokalen ingericht en werden de pensionaires naar huis gestuurd. Maar al vlug waren de Duitsers ook te Pamel meester en na enkele maanden werden er terug een 30-tal meisjes opgenomen, doch de levensmiddelen werden duur en waren moeilijk te verkrijgen. De toestand werd onhoudbaar en de meeste pensionaires moesten terug naar huis (11); slechts een tiental meisjes bleven. Wel konden externen er tijdens de oorlog les volgen, zelfs jongens.
Al onder de oorlog en ook erna hebben de Borginons, omdat ze geen heil meer zagen in het pensionaat, voorgesteld de gebouwen te verkopen, maar daar wilden de Lecoyers niet van weten. Marie Lecoyer: ‘Et puis quitter ma maison chérie? Le jardin, ma chambre, tout! Aime mieux mourir.' (12) Op 29 april 1917 werd het pensionaat dan ook heropend; nieuwe internen meldden zich aan maar de grote massa van begin de jaren 1900 bleef uit. Waardoor minder inkomsten, terwijl de kosten opliepen door een elitaire levenswijze, met eraan gekoppeld teveel personeel. Gevolg: een precaire financiële situatie. Men probeerde er wel iets aan te doen o.a door in 1920 het goedkopere ‘pain gris de guerre' op tafel te zetten en geen nieuwe lerares aan te werven ‘il le faudra bien car boursa-plata' (12), ook door leegstaande lokalen te verhuren. Tegelijkertijd probeerden de gezusters Lecoyer toch de stand op te houden. Zo vierden ze op 23 juni 1929 op grootse wijze nog het honderdjarig bestaan van het meisjespensionaat met een plechtige mis opgedragen door monsigneur Legraive, met toespraken, dankbetuigingen, uitreiking van titels. Kardinaal van Roey zond zelfs zijn beste wensen van voorspoed aan de school waarover hem zoveel goeds werd verteld.
Maar het mocht niet baten, familiale onderwijsinrichtingen hadden hun tijd gehad. Op 16 augustus 1932 zei directrice Julie Lecoyer tot haar zussen: ‘Je viens de voir dans un éclat fulgurant qu'il nous faut fermer le pensionnat. Ma décision est prise. Avertissez les demoiselles et les parents.' (13) Het meisjespensionaat werd opgedoekt.

- In Pamel, maar ook ver erbuiten, stond het meisjespensionaat bekend als een franstalig pensionaat, waar de leerlingen een onberispelijke uitspraak van het Frans aanleerden. Daartoe kwamen, naast de externen uit Pamel en omgeving, internen uit 'alle' streken van het land naar Ledeberg, zelfs van over de grens. De meeste internen waren geboortig uit Brussel en omgeving (Sint-Lambrechts-Woluwe, Anderlecht, Evere, Elsene, Schaarbeek, Molenbeek, Laken, ...), maar in de loop der jaren logeerden er ook meisjes geboren (en woonachtig?) in Antwerpen, Hasselt, Ternat, Leerbeek, Denderwindeke, Ninove, Geraardsbergen, Aalst, Onkerzele, Blankenberge, ... ook in Verviers, Ghoy, Lessen, ... zelfs internen afkomstig uit Scheveningen (rond 1851), Rotterdam (rond 1856), Parijs (rond 1856, 1875, 1899), Duisburg (rond 1878), Prüm (rond 1890), Heidelberg (rond 1901), Neuilly-sur-Seine (rond 1903), Heerlen (rond 1906), Londen (rond 1906). (3) (14)

 
 

- Naast goed onderwijs van Frans, wiskunde, natuurwetenschappen, geschiedenis, aardrijkskunde, ... en handwerken was er ook voortdurende aandacht voor beleefdheid, wellevendheid en etiquette. Als Josse G. Borginon, de echtgenoot van directrice Henriette Lindemans in een klas kwam, stonden de leerlingen recht en zegden samen: 'Monsieur Borginon, nous avons l' honneur de vous souhaiter le bonjour.' Wanneer directrice Julie Lecoyer over de speelplaats stapte, stond iedereen stil, tot ze weer weg was. Toch ging het er niet altijd even 'stijf' aan toe. Zo zongen de leerlingen, wanneer ze op hun wandeling koster Johannes Van de Perre tegenkwamen, Tantum Ergo Sacramento, een beetje tot ergernis van de koster.
- Ook kenmerkend was de katholieke beleving. Juffrouw Henriette Borginon wandelde dikwijls met haar leerlingen naar de grot te Poelk om er bloemen te plaatsen bij het Mariabeeld. Iedere morgen volgden de leerlingen de mis in de kapel van Ledeberg, de meesten van op het oksaal (15). 's Zondags gingen ze naar de kerk van Pamel (16). Rond 1910 werd er, speciaal voor het meisjespensionaat, aan de kapel van Ledeberg een 'annexe' aangebouwd van waaruit de meisjes voortaan de mis bijwoonden. Dat kardinaal Mercier er op 7 oktober 1909 op bezoek kwam, was dus niet zo verwonderlijk.

5. Lindemansschool, jongenspensionaat, meisjespensionaat, men komt onder de indruk van de organisatie, de gebouwen, het programma, maar vooral van de eenheid van onderwijs en opvoeding. Ongetwijfeld hebben deze instellingen het leven van honderden jongens en meisjes beïnvloed (17). Maar evenzeer waren ze, en hun directeurs/directrices, gedurende meer dan twee eeuwen, binnen de Pamelse samenleving nadrukkelijk aanwezig, gaven ze aan Ledeberg prestige.

6. Wat gebeurde er in/met de gebouwen na de sluiting?
Jongenspensionaat
- Van 1879 tot 1881 werden de gebouwen nog even gebruikt door de pas opgerichte vrije school. Maar uiteindelijk liet dokter Gustaaf Borginon het jongenspensionaat in de jaren 1912-1913 grotendeels afbreken (18), om er het huidige huis Borginon herop te bouwen.
Meisjespensionaat
- De juffrouwen Lecoyer bleven in het pensionaat wonen tot 1951, 'arm en zielig'. (19)
- Op 17 en 23 april 1933 gingen er 'Liefdadigheidsdagen' door (toneelfeest, buffet-avondmaal, gezellige muziekavond), ten voordele van de kapel van Ledeberg. Interessant, ongeveer 30 jaar later richtte De Kring in diezelfde gebouwen feesten in ten voordele, nu van de kerk van Ledeberg.
- Zelfs voor, en ook na de sluiting werden tussendoor leegstaande lokalen/kamers verhuurd aan wie onderdak zocht.
* Van 1 oktober 1918 tot 30 juni 1954 huurde de gemeente voor haar onderwijs lokalen in de vleugel links van het wegje van de Dries naar de Kapelleweide. Daarna werd het gebouw verkocht aan de Ledebergse handelaar Tielemans die er zijn fruit en groenten koel bewaarde. In 1981 kochten de zusters van Vorselaar de vleugel van weduwe Tielemans. Ze lieten het gebouw afbreken om er in 1982-1983 het I.M.I. met een nieuwbouw uit te breiden.
* In vleugels rechts van het 'gankske' huurde de zustersschool van 1919 tot 1932 twee klaslokalen. Vanaf 1932 gingen gedurende enkele jaren in een der lokalen de raadplegingen van 'Kinderheil Sint-Anna' door. Van mei tot oktober 1944 huisden er een zestigtal wezen uit Mechelen. Van 1947 tot 1951 werd er een 'jongensbewaarklas' van de zustersschool in ondergebracht. Eind de jaren (19)50 werden enkele lokalen verhuurd aan Aquavia die toen in Pamel de waterleiding aanlegde. In de jaren (19)60 richtte juffrouw Marie Borginon er een muziekschool op en organiseerde er tot in de jaren (19)70 muziekonderwijs. Rond 1970 kwamen de leerlingen van het I.M.I. er in een zaaltje turnen. Tussen 1972 en 1975 was er ook een kleine bibliotheek gehuisvest, met enkele naslagwerken, een initiatief van burgemeester Karel Van Cauwelaert. In de tweede helft van de jaren (19)70 verschafte juffrouw Marie Borginon er eveneens onderdak aan een 'School Plastische Kunsten'. Uiteindelijk (20) werden ook deze gebouwen verkocht aan de zusters van Vorselaar die ze in april 1985 lieten afbreken om er een turnzaal, refter en klaslokalen voor het I.M.I. te bouwen. Alleen de grote poort (naar de huidige speelplaats) getuigt nog van vroeger. Het fraaie hekwerk aan de ingang, van gesmeed ijzer met lantaarn, werd bij de afbraak gerecupereerd door dr Ignaas Lindemans uit Halle, die het liet herstellen en het aan de achterzijde van zijn woning plaatste.

 
 



----------------------------------------------------------------------
(1) 'HIER LIGT BEGRAEVEN MR. ARENT EVENEPOEL, SCHEPENE DER PROCHIE VAN PAMEL ENDE SCHOOLMEESTER OP LEDEBERGH, WELCK AMPT HIJ ALDAER HEEFT BEDIENT OMTRENT 50 JAEREN, DIE STERFT DEN 3 APRIL 1712, ...'
(2) Gerard Van Herreweghen, Hubert De Bolle, Herman Van Herreweghen: 'Honderd jaar Zusters der Chistelijke Scholen te Ledeberg', DF-Roosdaal, 1992, 111 p. + foto's. Aldaar pp. 7-10.
(3) In het Pamels parochiearchief zitten nog lijsten van vormelingen en communicanten, waarin ook de geboorteplaats, niet de woonplaats staat vermeld.
(4) Verheyden Rik: 'Cronijcke 2 van de familie Verheyden'.
(5) Volgens een boedelbeschrijving stonden er in het jongenspensionaat 80 bedden: 42 ijzeren, 30 houten en 8 pluimen ledikanten.
(6) Of was het in 1867?
(7) Volgens Rik Borginon was het gebouw toentertijd een 'textielopslagplaats', in 'Rausa' van Erfgoed Rausa, 3e jg. 2015, nr 2. Aldaar p. 16.
Maar in 1867 brandde de overgebleven schuur af. Dat verwijst naar een boerderij en bewijst ook onrechtstreeks, maar het blijkt ook nog uit andere documenten, dat er op het meisjespensionaat in de 19e eeuw aan landbouw werd gedaan, zoals trouwens ook op het jongenspensionaat.
(8) Familienaam van haar echtgenoot.
(9) Deze gaf er ook enkele jaren les. Op 30 september 1868 trouwde ze met Jules Lecoyer uit Chimay. Volgens sommige bronnen zou ook hij in het meisjespensionaat onderwezen hebben.
(10) Ook werkten er rond 1900, de meid Clotilde De Deyn en werkman Domien Van Lierekes.
(11) Derideaux Louis: 'Het meisjespensionaat te Ledeberg' in DF-Klokje, winternummer 1992, 24e jg nrs 1/2/3. Aldaar pp. 12, 13.
(12) Rik Borginon in ‘Rausa' van Erfgoed Rausa, 2e jg, 2014, nr 6. Aldaar p. 14.
(13) o.c. (noot 12). Aldaar p. 13.
(14) Minstens vier buitenlandse meisjes bekeerden zich tot het katholicisme: in 1852 Rosa Emilia Wilks uit Londen, in 1899 de Londense Ruth Robinson, in 1901 de zussen Wera en Edith Schmidt uit Heidelberg, die later zelfs lerares werden in het meisjespensionaat.
(15) Waarop ze klommen langs een stenen buitentrap.
(16) Eerst in de oude kerk aan de Dender en vanaf 1904 in de nieuwe kerk in het centrum van Pamel.
(17) In 1899 schreef pastoor Van Eyndhoven: 'Vele liberale families, vooral uit Brussel, zenden er hun dochters naartoe. Ze krijgen er een uitstekende katholieke opvoeding, wonen dagelijks de H. Mis bij en gaan maandelijks -of vaker- te biecht en te communie. Gesterkt door de goede voorbeelden keren ze meestal als goede christenen in hun milieu terug.'
(18) Werd de vroegere gemeenteschool al eerder (rond 1905?) afgebroken en heeft dokter Gustaaf Borginon het overblijvende jongenspensionaat en woonhuis voornamelijk gerenoveerd? Feit is dat tot zijn dood in 1904 het woonhuis (en het jongenspensionaat?) bewoond werd door dokter Alphonse Borginon, en dat ook Jan-Baptist Van den Eeckhoudt er van rond 1895 tot 1912 woonde.
(19) o.c. (noot 12). Aldaar p. 15.
(20) Begin 1980 nam de gemeenteraad nog de principiële beslissing tot aankoop.