boomstructuur: startpagina >
AZ-index > artikelindex V > artikel


Van Eyndhoven Henricus Petrus

49 jaar onderpastoor, kapelaan, pastoor te Pamel (1877 - 1926)

Geboren te Weelde op 7 april 1849 en overleden te Pamel op 3 januari 1926. Hij werd priester gewijd te Mechelen op 23 december 1876, tot onderpastoor benoemd te Pamel op 19 januari 1877, tot kapelaan op Ledeberg in januari 1881 en tot pastoor van de parochie Sint-Gaugericus te Pamel op 20 juni 1890 (plechtig ingehuldigd op 25 juni), en bleef pastoor van Pamel tot bij zijn overlijden.
In het aartsbisschoppelijk archief te Mechelen zit een document waarin pastoor Van Eyndhoven wordt omschreven als 'très adroit et extrêmement actif' (1), heel behendig, slim en uiterst actief:
1. Nog kapelaan zijnde, was hij in 1881-1882 al de organisator van de bouw van de parochieschool op Ledeberg. Na 1884 verloor de school steeds maar leerlingen aan de gemeenteschool. Van Eyndhoven zocht en vond, inmiddels pastoor geworden, 'de' oplossing: de parochieschool omvormen tot een meisjesschool.
2. Daartoe verzocht hij te Vorselaar de Zusters der Christelijke Scholen. Hij bouwde voor hen een klooster, de zusters namen er hun intrek op 4 oktober 1892, en tot 1900 bekostigde hij ook nog wat aanpassingswerken in de school.
3. Intussen onderhandelde hij, overwon tegenkantingen, vergaarde fondsen, ... om de nieuwe parochiekerk in het 'midden' van de gemeente te krijgen, i.p.v. aan de Dender waar de oude kerk stond, met ingevallen toren. In 1904 kon hij eindelijk de mis opdragen in de nieuwe kerk tegenover het gemeentehuis en gaan wonen in de nieuwe pastorie. De volgende jaren vertoefde hij graag in de tuin achter die pastorie, die hij beplantte met allerlei vrucht- en sierbomen.
4. Ook zocht hij inmiddels een koper voor de oude kerk en pastorie. Verkopen aan paters 'ware niet voorzichtig omdat de oude kerk, mocht er publieke dienst in gedaan worden, grote hinder aan de parochie zou toebrengen'! In 1902 kon hij de Liefdezusters van de Verrezen Zaligmaker uit Sint-Niklaas overhalen de oude kerk en pastorie (en kerkhof!) aan de Dender te kopen voor 30000 fr, om dan de kerk in te richten als 'godshuis'. Achteraf bleken die oude gebouwen niet geschikt en de verkoopprijs te hoog! Maar pastoor Van Eyndhoven had het hoognodige geld voor de bouw van de kerk. En toen de zusters Pamel wilden verlaten overhaalde hij hen nog een tweede keer en bouwden zij toch in Pamel een rusthuis, eveneens in het centrum (2).
5. Al in 1880 was hij een van de 'invloedrijke personen' die van de Franse hertog Adrien de Lévis-Mirepoix verkregen dat er op Ledeberg op zijn eigendom een school mocht worden opgetrokken. Pastoor Van Eyndhoven bleef goede contacten onderhouden met de familie Lévis Mirepoix, reisde meermaals naar hun kasteel te Léran in Frankrijk. Zo droeg hij er in 1899 in de slotkapel enkele missen op voor de pas overleden hertogin, wat door zoon Charles ten zeerste werd gewaardeerd. Enkele jaren later werd deze zelfs ontvangen in de pastorie op een uitgebreid diner. Resultaat van die goede verstandhouding: uiteraard geldelijke giften, o.a. in 1899 voor de nieuwe kerk 4000 fr, maar vooral dat in 1894 de pacht van de gronden waarop school en kapel stonden werd verlengd en dat die gronden met school en kapel in 1923 zelfs werden geschonken. (3)
6. Als kapelaan was hij voorstander van een zelfstandige parochie op Ledeberg, maar eens pastoor heeft hij er zich altijd tegen verzet. Toch liet hij/de Pamelse kerkfabriek rond 1910 nog een annexe aan de kapel bouwen, evenwel voor de leerlingen van het meisjespensionaat! Maar toen rond 1917 de zuidgevel van de kapel bouwvallig was geworden, vond hij dat deze niet moest hersteld worden want de Ledebergse parochianen konden evengoed mis horen, biechten, ... in de nieuwe kerk te Pamel. Zodoende hoopte hij de drang naar een zelfstandige parochie te smoren. Dit leidde uiteraard tot verzet van, spanningen met de Ledebergenaren en ook met hun kapelaans. (4)
7. Was hij pastoraal even actief? Toen vanzelfsprekend: dagelijks de mis opdragen, op zondag de hoogmis en in de namiddag catechismus van volharding, vespers en lof, ... 'Elke week bezocht hij de scholen en moedigde de Zusters en leerlingen aan.' (5) De verschillende congregaties, genootschappen of broederschappen floreerden. Was het omdat hij er de 'bestuurder' van was, de voorganger op hun feestdagen? Wel misten hun samenkomsten soms wat regelmaat. Een gevolg van zijn (materiële) beslommeringen? Ook hier waren niet-religieuze (geldelijke) motieven nooit veraf. Omdat vele Pamelaars in Ninove de heilige Cornelius gingen aanroepen en soms wat bedronken terugkeerden, voerde hij in 1897 te Pamel de begankenis van de H. Cornelius in, maar ook omdat zo'n verering geld in de schaal bracht.
8. Toch vond hij nog de tijd om de parochieboeken (uitvoerig) in te vullen, zijn memoires te schrijven, in 'Eigen Schoon' een artikel over de Dikke van Pamel te publiceren, zelfs verzen te schrijven. Veel gegevens voor de plaatselijke geschiedenis uit zijn tijd danken we aan hem!

Een merkwaardige, meerzijdig begaafde pastoor die bedisselde met kloosteroversten, hertogen, politici, ... in het belang van zijn parochie en daarbij het uitzicht van Pamel sterk beïnvloedde, ... en die, misschien wel typerend voor zijn pastoorschap, een uitstekende wijnkelder bezat, met flessen 'Château Petrus' (6)!


---------------------------------------------------------------------
(1) Herman Van Herreweghen: '100 jaar Sint-Gaugericuskerk te Pamel', DF-Roosdaal, 2003, 244 p. Aldaar p. 190.
(2) Hier heeft pastoor Van Eyndhoven wat moeten toegeven, want hij wou het rusthuis liever aan 'de ter plaatse genoemde straat de Klei, op de hoogte voorbij de splitsing van de kassei naar Poelk en Ledeberg.'
(3) In een akte te Parijs opgesteld op 11/6/1923 kreeg hij van de eigenares Charlotte de Lévis Mirepoix zelfs volmacht om haar bij die schenking voor notaris Michiels van O.-L.-Vr.-Lombeek te vertegenwoordigen, zodat de hertogin rustig in Parijs kon blijven. In haar naam schonk hij aldus o.a. aan ‘zijn eigen' kerkfabriek!
(4) Vooral de kapelaans Haeck en Bervoets.
(5) In archief zusters.
(6) Herman van Herreweghen: o.c. Aldaar p. 171.