boomstructuur: startpagina >
AZ-index > artikelindex Z > artikel


(Liefde)Zusters van de Verrezen Zaligmaker

Klooster (Gasthuisstraat)
 
In 1879 was in Pamel de toren van de kerk aan de Dender ingevallen en op 3 april 1898 had de kerkfabriek (de gemeenteraad ging op 3 augustus akkoord) beslist een nieuwe kerk en pastorie te bouwen (ingezegend op 29 september 1904), meer in het midden van de gemeente (waar toen ook al het gemeentehuis en de gemeenteschool waren gebouwd). Oude kerk en pastorie kwamen leeg te staan. Hun waarde werd geschat op 10000 fr voor de kerk en 15000 fr voor de pastorie. En ... het kerkhof was goed voor 5000 fr.
Pastoor Van Eyndhoven, die inkomsten nodig had, ging al in 1902 op zoek naar een koper. Zo ontmoette hij E.H. De Schrijver, directeur van de Zusters van de Verrezen Zaligmaker uit Sint-Niklaas en stelde hem voor dat de zusters kerk, pastorie en kerkhof voor 30000 fr zouden kopen, om dan in de oude gebouwen een klooster en 'godshuis' onder te brengen. Enkele dagen later kwam de directeur samen met de algemeen overste, zuster Karolina, de gebouwen bezichtigen en korte tijd nadien werd de koop onderhands afgesloten. Door geharrewar over wie de eigenaar was en bijgevolg de verkoper, kerkfabriek of gemeente, zou het nog tot in 1904 duren vooraleer de koop definitief beklonken was. (1)
Op 9 november 1904 kwamen er drie zusters in Pamel aan, met zuster Imelda (Julia Pauwels uit Lovendegem) als eerste overste. 'Maar verplegenden waren er niet! In de kerstdagen kwam toch een oud vrouwke en een ziekelijk meisje om verzorging en het bleef maanden zó!' (2) (3) Bovendien waren die oude gebouwen niet geschikt voor een godshuis of zouden de kosten voor eventuele verbouwingen hoog oplopen. De congregatie dacht eraan de zusters terug te trekken maar tenslotte opteerde ze toch (o.a. op aandringen van pastoor Van Eyndhoven) voor de bouw van een nieuw rusthuis. Daartoe kochten de zusters van de familie van Tricht de grond achter de nieuwe kerk en pastorie, aan de Gasthuisstraat. Op Goede Vrijdag 31 maart 1906 begon men te bouwen, twee jaar lang: 'een hoofd of voorgebouw', 'aan dat gebouw hangen twee grote vleugels', 'tussen die twee vleugels staat een kapel' (4) (5).
 

1908: het gebouw staat er, maar nog zonder ramen.
 
Rond 1913 werden er ook een washuis, een bakkerij, een boerderij met schuur (eronder voorraadkelder) en stallen opgetrokken. Opnieuw kochten de zusters gronden van de familie van Tricht: de hof werd uitgebreid en aan de overkant van de Gasthuisstraat verwierven zij wei- en landbouwgronden.
De bouwwerken waren in 1908 goed af als er in de streek tyfus uitbrak en de drie zusters onderdak en zorg verleenden aan vijftig tyfuslijders. Gestaag steeg van toen af ook het aantal oude bewoners, tot 90 in 1915 (waaronder meerdere Brusselaars), verzorgd door nu al zeven zusters. 'Gedurende de oorlog 1914-18 was het klooster het centrum van alle menslievende aktiviteiten te Pamel (6), tot het in 1917 een toevluchtsoord werd voor hele families vluchtelingen uit West-Vlaanderen.' (7). In 1918 kregen vluchtelingen uit Rijsel en Tourcoing onderdak in het 'gesticht'; eisten de Duitsers lokalen op. Toen woonden er al 13 zusters in het klooster met zuster Guiliëlma als overste.
In loop der volgende jaren werd de kapel vergroot (1933) en werd er links aangebouwd. Nodig, want in 1959 verbleven er in het rusthuis zelfs 140 verplegenden, en in het klooster 12 zusters.
 
 

Daarna werd, om te voldoen aan de wettelijke, sociale vereisten het aantal oude bewoners gereduceerd tot rond de honderd en werd er geïnvesteerd in veiligheid en hygiëne. Maar in de jaren (19)70 en (19)80 drongen grondiger herstructureringen en nieuwbouw (= huidige rusthuis) zich op.
Oudere zusters, minder zusters noopten de congregatie ertoe vanaf 1 januari 1981 het beheer van het rusthuis over te laten aan een nieuwe vzw Rust- en Verzorgingstehuis Onze-Lieve-Vrouw-Onbevlekt, waarin de congregatie wel vertegenwoordigd bleef/blijft. Ook bleven de zusters in het (oude/nieuwe) rusthuis wonen en bleven ze er werkzaam. Nog in 1984 zei pater Leyssens hierover 'De zusters zijn en blijven de drijfkracht van het huis. Van de dertien zusters die hier wonen, zijn er nog zeven in volle dienst. Ze zijn door de bejaarden zeer goed aanvaard, ja, daar houden ze geweldig aan vast.' Maar een jaar later was hun aantal al teruggevallen op zes, waarvan er nog vier de oude bewoners verzorgden; als zusters vertrokken, overleden, werden ze niet meer vervangen. Zo bleef zuster Gemma als laatste over, en toen zij op 18 april 2005 overleed was het rusthuis voor het eerst zonder inwonende zusters.
Zoals in de meeste vrouwencongregaties woonde er in het klooster ook een priester. De evolutie van zijn opdracht, maar ook van zijn zeggenschap wordt goed geïllustreerd door zijn 'titel': eerst werd hij aangesproken als directeur (E.H. Mertens 1913-1918) (8) of bestuurder (E.H. De Beucker 1920-1926; E.H. Van Keymolen 1928-1945), later als aalmoezenier (pastoor Janssens 1948-1950, pater Van Hauwermeiren 1950, 1953, pater Van den Schoor 1962, pater De Meyere 1962-1970, pater Leyssens 1970-1997).

Na de stichting te Pamel traden in de loop der jaren 9 Pamelse meisjes (merkwaardig, geen uit de andere deelgemeenten) te Sint-Niklaas in als Liefdezuster van de Verrezen Zaligmaker.


------------------------------------------------------------------------
(1) Toen dacht men nog aan de mogelijkheid te bouwen op de bijhorende gronden: een klooster? een weeshuis?
(2) G. Bruyninckx: 'Vincentius achterna', Pro Infirmis, St-Niklaas-Waas, 1959, 194 p. Aldaar p. 81.
(3) Toch heeft pastoor Van Eyndhoven het in zijn notities over 'enige kostgangers en zieken'. In het archief van de zusters lazen we dat er eind maart 1906 acht mannen en één vrouw vertoefden.
(4) In het archief van de zusters.
(5) Na het vertrek van de zusters werd de oude pastorie in 1906 publiek verkocht aan Jan Van Saene. De kerk werd afgebroken en witte steen ervan werd verwerkt in (de noordermuur van) het nieuwe klooster. Het kerkhof keerde terug naar de kerkfabriek.
(6) Zo wist Elsa Van Saene te vertellen dat een gemeentelijk comité toen levensmiddelen verdeelde. Meer bepaald was er in de muur van het klooster een opening gemaakt waardoor men zijn zegels kon inruilen voor honing, melk, suiker, ... Ook richtten de zusters voor werkloze meisjes een kantschool op.
(7) G. Bruyninckx: 'Vincentius achterna'. Aldaar p. 82.
(8) Voordien waren er al een drietal 'geestelijke bestuurders' geweest, maar allen voor zeer korte duur.