boomstructuur: startpagina >
AZ-index > artikelindex Z > artikel


Zusters der Christelijke Scholen/Zusters van Vorselaar

Klooster (Kapelleweide)

In de loop van 1891 vroeg pastoor Hendrik Van Eyndhoven (1) aan de Congregatie der Christelijke Scholen, op Ledeberg (huidige Kapelleweide) een meisjesschool op te starten (2) in de gebouwen van zijn 'leeglopende/leegstaande' parochieschool. Goed, maar eerst moest er een klooster gebouwd worden. Voor pastoor Van Eyndhoven 'geen probleem'. Met de hulp van de plaatselijke bevolking liet hij een stuk bos ontginnen en 'in den grouwen steen van de streek' (3) een klooster optrekken, haaks op de bestaande schoolgebouwen en rechtover de kapeldeur. Een jaar later, op 4 oktober 1892, konden drie zusters intrekken in het

 


Pentekening van zuster Emelina (3).

 

1. Samen met moeder Salesia arriveerden op Ledeberg zuster Alida en zuster Bertha. Drie zusters voor drie (overbevolkte) klassen met moeder Salesia als 'bestuurster'. In 1893 kwam zuster Theodosia naar Ledeberg om er voor de nieuwe 'bewaarklas' te staan. Moeder Salesia sukkelde met haar gezondheid en soms moesten de andere zusters haar klas overnemen. Ze overleed in mei 1897 en werd opgevolgd door moeder Amelia. 'Deze overste bezat een ware kunst, de jonge Zusters-onderwijzeressen door een innemende goedheid, gepaard met goedhartige strengheid ernstig op te leiden.' (3) Moeder Amelia was tevens 'bestuurster' van de basisschool (4), vanaf 1921 zelfs schoolhoofd zonder klas, tot september 1924 (5). Haar opvolgster, moeder Aloysia bleef maar één jaar op Ledeberg, tot september 1925 toen moeder Aline overste werd. Deze ijverde voor de 'bloei van het onderwijs, door een mee opgaan in de moderne strekkingen.' (3) In 1930 kwam de vroegere onderwijzeres, zuster Pacomia terug naar Ledeberg, maar nu als moeder Pacomia. 'Met vastberaden volharding bracht ze de school tot het peil dat ze thans heeft bereikt.' (3) In 1943 volgde moeder Felicie haar op. Gedurende 15 jaar was ze de 'opgeruimde bezielster van huis en school.' (3) Moeder Felicie was, zoals haar voorgangsters niet alleen overste van het klooster, maar ook 'bestuurster' van de basisschool. In 1947 startte zij het 'voortgezet onderwijs' op, waaruit later de afdelingen Handel (1956) en Snit en Naad (1957) groeiden. In 1955 werd zuster Gemma 'bestuurster' van de basisschool, moeder Felicie bleef overste tot aan haar overlijden in maart 1958. Een zuster uit de communiteit, zuster Marie-Polexine volgde haar op. Deze werd in 1959 ook directrice van de secundaire school. 'Met onvermoeibare ijver zette deze jonge overste het werk van haar voorgangsters voort.' (3) Van augustus 1965 tot april 1966 werd zij als overste vervangen door zuster Gemma, maar daarna werd zuster Marie-Polexine opnieuw overste en bleef klooster en secundaire school leiden tot juli 1969. Nieuwe overste (de titel 'moeder' was aan het verdwijnen) werd toen zuster Irena, die ook één jaar directrice was van de secundaire school. In 1970 werden de 'functies' overste en directrice definitief opgesplitst en werd zuster Hildegard directrice van het secundair. In juli 1975 werd zuster Celine (Van den Langenbergh: voortaan werden de zusters bij hun meisjesnaam genoemd.) overste. Na haar kwam in juli 1981 zuster Juliette (Slegers) die overste bleef tot juli 1989, toen zuster Josepha (Van Camp) haar opvolgde. In juli 1991 keerde de Pamelse zuster Anna (Neirings) terug naar haar geboortedorp om er overste te zijn tot september 2001. Intussen sloten in het Pajottenland de Vorselaarse kloosters een na een hun deuren. Na 2002 bleef er alleen het klooster op Ledeberg over, met zuster Marie-Rose (Demol) als overste. Het kreeg nog respijt tot in 2007, toen na 115 jaar werkzaamheid van de Zusters der Christelijke Scholen, de drie overgebleven zusters op 5 mei officieel afscheid namen van de parochie Sint-Apollonia en op 10 mei voorgoed Ledeberg verlieten.

2. - In 1920 was de communiteit gegroeid van 3 naar 10 zusters, de volgende 60 jaar woonden er telken jare 10 à 13 zusters op Ledeberg, daarna slonk hun aantal al vlug tot 6, tenslotte tot 3, zoals bij het begin. In het totaal woonden er op Ledeberg 124 zusters; bijna één vierde vertrok al binnen het jaar, meer dan de helft verhuisde binnen de 5 jaar, meer dan tweederde binnen de 10 jaar. Zusters mochten niet te lang op dezelfde plaats vertoeven, zodat ze er niet te gehecht aan werden! Toch waren er uitzonderingen op deze stelregel, 10 zusters verbleven meer dan 20 jaar op Ledeberg, waarvan 5 meer dan 50 jaar: zuster Berthilia en zuster Aquilina 63 jaar, zuster Marie-Borgia 55 jaar en zuster Amedea 53 jaar.
- Tot in de jaren 1980 waren bijna alle zusters als kleuterleidster, onderwijzeres, lerares of directrice nauw verbonden met de school. De keukenzuster(s) zorgde(n) ervoor dat er eten op tafel kwam. Het andere huishoudelijk werk deden de zusters gezamenlijk. Ook baden ze samen en waren ze meestal present tijdens de recreatie.
- Het klooster doorstond beide wereldoorlogen vrij goed; uiteraard was er onzekerheid, hinder, ook spanning, vooral in de meidagen van 1940.
- Vóór 1960 bleven de zusters voornamelijk in klooster en school. Wel hielpen ze in de kapel/kerk op Ledeberg en in de kerk te Pamel, verzorgden er de misgewaden en altaarkleden, ook de processiekleren ... Na 1960 kwamen ze meer naar buiten, als bibliothecaris in de bibliotheek Sint-Gaugericus, als catechist op Ledeberg en in Pamel ... Geleidelijk concentreerden ze zich op de Ledebergse parochie Sint-Apollonia, versierden er het altaar, zetten kelk en pateen klaar, telden het geld van de omhalingen, noteerden de misintenties, kuisten mee de kerk, zongen in het koor, hielpen in ziekenzorg, ...
- Ook nadat vanaf 1980 de basisschool en vanaf 1983 de secundaire school geleid werden door een lekendirecteur bleven de zusters sterk begaan met beide scholen en was er regelmatig overleg, inspraak en steun. In de basisschool leidde dit tot enige spanning tussen de directeur en de zusters, in het secundair verliep de overgang vlotter. Maar in 1992 stonden er nog slechts twee zusters voor de klas, in 1997 nog één zuster-kleuterleidster; de enkele andere zusters in het klooster waren gepensioneerd. De betrokkenheid verminderde; meer en meer leidden klooster en scholen een eigen leven.
- Op 11 juni 1967 werd het '75-jarig bestaan van Huis en School' (3) luisterrijk gevierd. Even luisterrijk was de viering op 3 en 4 oktober 1992 van 100 jaar aanwezigheid van de Zusters der Christelijke Scholen op Ledeberg. Aan de leerlingen werd toen gevraagd een nieuw logo te ontwerpen. Leen De Bolle kaapte de eerste prijs weg:

 
 


3. - Op vraag van pastoor Van Eyndhoven liet de Franse hertog de Lévis-Mirepoix (6) toe om in 1881 de school en in 1891 het klooster te bouwen op zijn eigendom (7). Een ongewisse situatie, maar al in 1894 kwam er meer zekerheid toen de weduwe van de hertog toestemde in een pacht van 99 jaar. Klooster en school konden gerust uitgebreid worden. Toen in 1923 pastoor Van Eyndhoven vernam dat hun dochter, Charlotte de Lévis-Mirepoix haar eigendommen in Pamel verkocht, trok hij naar haar kasteel in Léran en bekwam dat zij klooster- en schoolgebouwen, speelplaats en tuin (44a8ca) schonk aan de 'Vereniging der Parochiale Werken van de Dekenij Sint-Quintens-Lennick'. In 1958 verbond deze vereniging 'er zich toe deze goederen noch geheel, noch gedeeltelijk te verkopen of te belasten of er iets van te onttrekken aan de dienst van voornoemd onderwijs, tenzij in gemeen overleg ... '. Ook bij het vertrek van de zusters in 2007, was deze vzw de eigenaar van het klooster (8), nu via erfpacht ingenomen door de school (9).
- Het oorspronkelijke kloostergebouw was 'klein, doch gezellig en ruim genoeg voor de drie Stichteressen' (3), maar al vlug bleek uitbreiding nodig. In 1901 werd links aangebouwd, onderaan een klas, bovenaan een slaapzaal voor de zusters.

 
 


In 1907 werd rechts aangebouwd: gelijkvloers een refter en op de 1e verdieping een slaapzaal.

 
 

Binnenin verhuisden washuis en refter van locatie, werden de slaapkamers vernieuwd, de keuken gemoderniseerd, een kapel ingericht, ...
- Tot 1900 bekostigde pastoor Van Eyndhoven de bouwwerken aan klooster en school, maar daarna betaalde de congregatie die werken. Uiteraard droegen de zusters de kosten aan hun kloostergebouw: b.v. in 1931 100000 fr voor de werkplaats, in 1937 42000 fr voor het nieuwe washuis, in 1958 30222 fr voor de inrichting van de kapel, in 1968 348446 fr voor de centrale verwarming en waterleiding, in 1980 214948 fr voor het behangen en schilderen. Maar ook de aankoop van bouwgronden en het optrekken van schoolgebouwen werd door de congregatie betaald, tot en met de laatste grote bouw in 1987. Gedeeltelijk werden die 'schoolse' uitgaven betaald met de wedden van de zusters (in 1893 met een jaarwedde van 750 fr !), maar de zusters ontvingen ook toelagen van de gemeente (b.v. in 1893 400 fr voor de schoolbehoeften, in 1931 100000 fr voor bouwwerken) of van de Belgische staat (b.v. in 1896 625 fr voor de 2 bewaarklassen), ook giften en gelden van tombola's ... (b.v. in 1931 32000 fr). Later kregen de scholen zelf toelagen van de overheid, betaalden hiermede aan de vzw der zusters een gebruiks- of erfpachtvergoeding, maar ook de inrichtingskosten van de klassen e.a.

4. Dankzij de zusters van Vorselaar bleef Ledeberg een onderwijscentrum. Groot was daartoe de financiële inspanning van de congregatie, maar groot was vooral de inzet van de 124 zusters die op Ledeberg vertoefden. Duizenden Pamelse meisjes hebben zij kennis bijgebracht, maar ook een levenswijze. Voor 33 meisjes uit Pamel, Strijtem en Borchtlombeek voldoende om ook Zuster der Christelijke Scholen te worden.


---------------------------------------------------------------------
(1) Pastoor Van Eyndhoven was een Kempenaar en kende aldus de zusters van Vorselaar.
(2) Paste ook in het beleid van de bisschop: aparte klassen/scholen voor jongens en meisjes.
(3) In archief zusters.
(4) In 1906 mislukte een poging om een kantschool op te richten.
(5) Zij werd toen vervangen door de eerste lekenonderwijzeres Alice Van der Motten.
(6) Hij was eigenaar geworden via zijn vrouw Maria-Josepha de Merode, afstammelinge van de laatste heer van Pamel.
(7) Maar hij bleef niet alleen eigenaar van de grond, maar werd het ook van school en klooster!
(8) Van de schoolgebouwen werden achteraf nog verschillende vzw's eigenaar. Enerzijds de vzw 'Parochiale werken' (de 'oudere' gebouwen), maar anderzijds ook de vzw 'Zusters der Christelijke Scholen' uit Vorselaar (de nieuwbouw, de kleuterschool in Pamel) en de vzw 'Onderwijsinrichtingen Zusters der Christelijke Scholen West-Brabant' (kleuterschool op Ledeberg). Detail: de zusters hadden zonder schriftelijke overeenkomst gebouwd op een stuk bosgrond van de kerkfabriek, wat in 1974 dan toch in een verkoopovereenkomst werd geregulariseerd.
(9) 'Overal' nam de school, bij het vertrek van de zusters, het kloostergebouw in erfpacht over.