boomstructuur: startpagina >
AZ-index > artikelindex I > artikel


Immaculata Maria-Instituut (basisschool)

Kapelleweide 7 Roosdaal
 
'Ten jare 1892 oordeelde de Eerw. Heer Van Eyndhoven, Pastoor der parochie, het geraadzaam tot algemeen welzijn der gemeente een meisjesschool te openen ...' (1), op Ledeberg. Daartoe vroeg hij de Zusters der Christelijke Scholen uit Vorselaar, die begin oktober 1892 de school opstartten. Tot 1980 leidde een zuster-bestuurster of directrice de school, toen werd H. L. De Vocht de eerste lekendirecteur.

1. 1892-1980

1.1. Ledeberg werd dus de bakermat en bleef ook door de jaren heen de belangrijkste vestigingsplaats, want de zusters lieten het liever zo. Toch was er al in 1926 sprake van het oprichten van een wijkschool te Poelk en in Pamel-centrum.
Pas in 1932, toen de bewoners van Poelk een wijkschool eisten gaven pastoor en zusters enigszins toe; er kwam alleen een bewaarklas, in de gebouwen van de gemeenteschool, maar onder het bestuur van de zusters van Ledeberg. In mei 1961 lieten de zusters het beheer van de Poelkse kleuterschool over aan de gemeente.
'In 1950 werd op aandringen van de Heer Burgemeester J. De Schepper beslist een kleuterschool te bouwen te Pamel om moeilijkheden te vermijden met de gemeente, die zinnens was twee bewaarklassen te voegen bij de nieuwe gemeentelijke jongensschool.' Op 8 oktober 1951 werd de kleuterschool in Pamel-centrum geopend.
Op 1 september 1975 fusioneerden de vrije basisscholen van Ledeberg en O.-L.-V.-Lombeek, in feite werd de basisschool van O.-L.-V.-Lombeek opgeslorpt.

1.2.1. In 1892 namen de zusters de drie klaslokalen van de parochieschool over, die echter op eigendom stonden van de Franse hertog Lévis-Mirepoix. De zusters vroegen dan ook meer duidelijkheid en zekerheid. Die kregen ze al in 1894, toen door bemiddeling van pastoor Van Eyndhoven de pacht werd verlengd met 99 jaar. In 1923 bekwam hij zelfs dat de (klooster- en) schoolgebouwen, speelplaats (en tuin) werden overgedragen aan de 'Vereniging der Parochiale Werken van de Dekenij Sint-Quintens-Lennick', terwijl de andere gronden rondom kapel en school aan de kerkfabriek van Pamel werden geschonken. Vandaar dat bij de uitbreiding in 1931 de kerkfabriek de toelating moest geven 'om den nodigen grond te nemen naast de bestaande klassen.' In een schriftelijke overeenkomst van 1958 werd gestipuleerd dat de v.z.w. 'Parochiale Werken' ook in de toekomst haar eigendommen op Ledeberg gratis ter beschikking zou stellen en ze ook niet zou vervreemden tenzij in algemeen overleg en met goedkeuring van de zusters. Evenwel vroeg de v.z.w. in 1976 toch 60000 fr. voor de huur van de lokalen te O.-L.-V.-Lombeek. In 1950 verwierf de congregatie ook gronden in volle eigendom, in Pamel-centrum, mits betaling van 266939 fr.

1.2.2. Al in 1893 werden, omdat er een bewaarklas werd ingericht, twee van de drie overgenomen klaslokalen opgesplitst in drie, zodat er dan in het totaal vier klaslokalen waren. In 1899 werd nog op kosten van pastoor Van Eyndhoven een muur rond de speelplaats gebouwd, maar daarna betaalde het (moeder)klooster zelf alle bouwwerken. In 1901 bouwden de zusters in het verlengde van de bestaande gebouwen en rechts (2) aansluitend aan het klooster twee klaslokalen. Van 1914 tot 1918 konden 'spijts de dringende noodzakelijkheid geen lokalen bijgebouwd worden'. 'Na den oorlog waren de klassen overbevolkt ...' en '... men zag zich genoodzaakt van de Juffrouwen Lecoyer twee schoollokalen te huren', in het vroegere meisjespensionaat (3). In 1923 werd een klaslokaal uit 1901 opgetrokken.
 


foto kort na 1923: links de school (het klaslokaal uit 1901 is duidelijk opgetrokken), rechts het kostershuis

 

In 1927 werden de lokalen uit 1882 verhoogd met een verdieping. 'De onkosten (93000 fr.) werden gedekt door het (moeder)klooster, door milde giften van weldoeners en met een toelage van de gemeente.' (4) Omwille van de overbevolking eiste de inspecteur in 1930 een nieuwe lagere klas. In afwachting van uitbreiding werd al begonnen in de gang, schaars verlicht en verlucht door één smal venster. Dan maar fors uitbreiden: in 1931 werd links (2) aangebouwd, beneden een eetzaal en een strijkklas, boven drie klaslokalen, opnieuw bekostigd door de congregatie (100000 fr.), maar ook dankzij tombola en giften (32000 fr.) en met 'milden steun' (100000 fr.) van de gemeente. Het grondplan van de gebouwen palend aan het klooster bleef sindsdien nagenoeg ongewijzigd.

 

foto ca. 1932
 

Door ontdubbeling van klassen, omdat het 'voortgezet onderwijs' lokalen innam, verwisselden binnen die gebouwen verschillende lokalen meermaals van bestemming, verhuisde van 1947 tot 1951 de 'jongensbewaarklas' naar het oude meisjespensionaat, werd in 1948 een lokaal van het klooster ingepalmd, kwam in 1949 een bewaarklas in de overdekte gaanderij terecht.
Uiteraard werd er ook gebouwd. In 1950-1951 werd in Pamel-centrum een kleuterschool opgetrokken. Om alle bouwkosten (861892 fr.) te kunnen betalen leenden de zusters 185000 fr. bij particulieren in Pamel, en gelukkig betaalde de gemeente het meubilair (77000 fr.). In 1962 konden na het paasverlof 3 kleuterklassen intrekken in nieuwe prefablokalen, opgericht in de tuin van de zusters; kostprijs 1042812 fr., betaald door de congregatie. In 1972 werd er naast die prefablokalen een turnzaal gebouwd met bovenop 3 klaslokalen voor de lagere school; de congregatie betaalde er 2826803 fr. voor. Datzelfde jaar werd in de basisschool ook de centrale verwarming aangelegd, 290188 fr., betaald door de school met werkingstoelagen.


1.3.1. Dat de moeder/overste van het klooster ook 'bestuurster' was van de school wijst op de nauwe verbondenheid van klooster en school. Evenzeer was er de band met het moederklooster te Vorselaar, de inrichtende macht van de school, van waaruit de pedagogische, bestuurlijke en financiële richtlijnen kwamen, die de zusters nauwgezet uitvoerden.
Omdat Vorselaar zo ver weg lag werd in 1974 een Plaatselijk Adviescomité opgericht dat jaarlijks twee tot driemaal vergaderde en advies gaf over de vaste benoemingen, het busvervoer, het behoud van de vestigingsplaats O.-L.-V.-Lombeek, het aanstellen van een directeur, ...

1.3.2. 'Bestuursters'/directrices:
1892-1897: moeder Salesia (Ludovica Teugels)
1897-1924: moeder Amelia (Alida Philomena Helsen) Zij werd in 1921 schoolhoofd zonder klas.
1924-1925: moeder Aloysia (Juliana Landuyt)
1925-1930: moeder Aline (Euphrasia Van Santen)
1930-1943: moeder Pacomia (Clementina Vermeulen)
1943-1955: moeder Felicie (Anna Maria Elodia Otten)
1955-1965: zuster Gemma (Julia Maria De Pooter) De eerste directrice die niet tegelijk overste was.
1965-1980: zuster Marie-Borgia (Maria Lucia Vandebon)

1.3.3. Samen met moeder-bestuurster Salesia waren zuster Alida (Maria Hendrica De Greef) en zuster Bertha (Philomena Michiels) de eerste onderwijzeressen. In 1893 werd zuster Theodosia (Maria Jans) de eerste 'bewaarschoolonderwijzeres'. Tot 1921 kon werkelijk gesproken worden van een 'pure' zustersschool want tot dan stonden er alleen zusters voor de klas. Maar toen werd de eerste lekenjuffrouw aangeworven, Alice Van der Motten uit Meerbeke. Daarna volgden in 1926 Henriette Servranckx uit Strijtem, in 1927 Hélène De Troyer uit Hever, in 1930 Celesta De Boitselier uit Pamel, in 1931 Bertha Van Vaerenbergh uit Pamel, ... en te Poelk kwam in 1932 Justine Geeroms uit Meerbeke. In 1939-1940 waren nog 10 zusters titularis van een klas, tegenover 5 leken. Vanaf 1948 kregen de leerlingen van de 4e graad, huishoudkunde van een bijzondere leermeesteres, Marguerite Vanderschueren uit Pamel. In 1949-1950 stonden er 8 zusters voor de klas en 9 juffrouwen. De eerste kleuterleidsters in Pamel-centrum waren in oktober 1951 zuster Amedea (Anna Maria Cecilia Van Baelen) en zuster Godefrieda-Maria (Norma Dorothea Seps).

 

foto 1955: 1e rij v.l.n.r.: zusters Marie-Francisca, Bonaventura-Maria, Marie-Tereza, Marie-Polexine, Theresine, Felicie, Berthilia, Aquilina, Marie-Borgia, Godefrieda-Maria, Amedea
2e rij v.l.n.r.: juffrouwen (ook van het voortgezet onderwijs) Helena Muylaert, Josefine Neefs, Godelieve Van Herreweghen, Marguerite Vanderschueren, Jeanne Cautaerts, Bertha Van Vaerenbergh, Agnes De Coen, Celesta De Boitselier, Maria Van Laer, Cecile Strens, Christiane Plasschaert, H. Van Roosbroeck

 

In 1959-1960 waren 6 zusters en 8 juffrouwen klastitularis, in 1969-1970 5 zusters en 13 juffrouwen, in 1979-1980 3 zusters en 18 juffrouwen


1.4.1. Al op 15 oktober 1892 dienden de zusters bij het gemeentebestuur een aanvraag tot erkenning in. Twee van de drie klassen werden erkend, zodat twee zusters elk een jaarwedde van 750 fr. trokken en de school 400 fr. ontving voor 'het leveren van schoolbehoeften.' Zuster Theodosia kreeg het jaar daarop als kleuterleidster heel wat minder, 400 fr. In 1896 betaalde de gemeente 300 fr. voor 'schoolbehoeften en grondstoffen voor het handwerk.' In 1898 werd ook de derde klas van de lagere school erkend zodat de zusters nu in het totaal 2300 fr. aan weddes kregen. Eigenaardig, in 1903 was het niet meer de gemeente maar de Belgische staat die de twee bewaarklassen diende te erkennen, wat ook gebeurde met de eraan verbonden toelage van 625 fr. Voor de lagere school moesten de zusters blijven aankloppen bij het gemeentebestuur dat in 1906 de lagere school eindelijk erkende voor een langere periode, voor 10 jaar; zo ook in 1916 toen tegelijkertijd de weddes van de zusters 'merkelijk' werden verhoogd. In 1926 diende de erkenning van de bewaarklassen opnieuw aangevraagd te worden bij de gemeente, die ze samen met de lagere school 'aannam' voor de daarop volgende jaren. Na de tweede wereldoorlog hing de gehele basisschool rechtstreeks af van het ministerie van onderwijs en kwam de inspecteur op de meest onverwachte momenten op bezoek.

1.4.2. klassen
* 1892-1893: 3 klassen lager onderwijs
Op 15 oktober 1893 werd een eerste bewaarklas opgestart, in 1901 kwam er een tweede bij. In oktober 1905 werd 'den Lageren graad' gesplitst in een 1e en 2e leerjaar, toen 'studiejaar' genoemd; in oktober 1906 'den Middelgraad' in een 3e en 4e studiejaar.
* 1906-1907: 2 bewaarklassen + 5 klassen lager onderwijs

 

1909: 3e studiejaar
 

Omdat het tijdens de oorlogsjaren niet mogelijk was te bouwen 'zag men zich verplicht in 1917 een bewaarklas af te schaffen', ten voordele van een vierdegraadklas.
* 1917-1918: 1 bewaarklas + 6 klassen lager onderwijs
Na de oorlog werd de 'Hogeren graad' ontdubbeld in een 5e en 6e studiejaar. In 1921 werd de 2e bewaarklas opnieuw ingericht. De 4e graad werd in 1923 opgedeeld in een 7e en 8e studiejaar. Meteen waren alle graden van de lagere school gesplitst (5). Ook moest een bewaarklas ontdubbeld worden, maar er was geen plaats en 'de bewaarschoolkleuters mochten maar overanderen dag de school bijwonen', tot in 1924 de 3e bewaarklas werd ingericht onder 'een glazen dak'! In 1927 kwam er in de 4e graad nog een derde klas bij.
* 1927-1928: 3 bewaarklassen + 9 klassen lager onderwijs
In de lagere school moest er in 1930 een klas bijkomend ingericht worden, in 1932 werd de bewaarklas te Poelk opgestart, in 1939 telde men op Ledeberg al 4 bewaarklassen en in 1941 groeide de school nog maar eens met een bewaarklas en een klas lager onderwijs.
Op 10 mei 1940 werd op bevel van de burgemeester de school gesloten, maar na de capitulatie op 28 mei 1940 herbegonnen de klassen 'en de school ging regelmatig haar gang'.
* 1941-1942: 5 bewaarklassen op Ledeberg + 1 bewaarklas te Poelk + 11 klassen lager onderwijs op Ledeberg
'In 1948 werd er een van de lagere klassen afgeschaft, niet omdat het bevolkingscijfer te laag was maar wel bij gebrek aan lokalen, ...'
Zuster Marie-Borgia en zuster Marie-Polexine gaven les, respectievelijk in een 'sterk' 7e en 8e studiejaar. Bij zuster Alcantara zaten de wat 'zwakkere' leerlingen van het 7e en 8e studiejaar samen. Achteraf namen vele oudleerlingen van zuster Alcantara, de zusters deze opdeling kwalijk!
* 1949-1950: 5 bewaarklassen op Ledeberg + 1 bewaarklas te Poelk + 10 klassen lager onderwijs op Ledeberg
Oktober 1951: 'overheveling' van 2 bewaarklassen naar Pamel-centrum.
Van 1955 tot 1960 was er een grote verstrengeling van de 4e graad van de lagere school met het opgestarte secundair onderwijs. Die 4e graad werd immers gesubsidieerd en de Belgische staat bezoldigde daarbij ook de klastitularissen en de 'bijzondere leermeesteres', terwijl zolang het secundair onderwijs niet was erkend, het ook geen subsidies kreeg en de lesgevers geen weddes. Bovendien ging het om dezelfde leerlingen: de twaalf- tot veertienjarigen. Eerst probeerden de zusters in 1955 de afdeling Handel op te starten als een bijzonder 7e jaar van de lagere school, onaanvaardbaar echter voor het ministerie. Dan werd die 4e graad 'georiënteerd naar de specialiteit "Naad" en er werden bijkomende lessen in Huishoudkunde gegeven.' (6) Vanaf 1957-1958 werd er zelfs, i.p.v. het leerplan van de 4e graad, het programma van de beroepsafdeling 'Snit en Naad' gevolgd en werden die leerjaren aldus ter plaatse ook genoemd. Intussen gaven o.a. de klastitularissen zuster Marie-Polexine en zuster Marie-Borgia, ook les in de handelsafdeling. Van een hybride situatie gesproken. Uiteindelijk hield die 4e graad van de lagere school officieel op te bestaan op 31 augustus 1960, eens de afdeling 'Snit en Naad' was erkend door het ministerie. Maar feitelijk waren het 7e en 8e studiejaar al geamputeerd in 1957-1958 en werden vanaf toen niet meer gerekend bij de lagere school.
* 1959-1960: 3 bewaarklassen op Ledeberg + 2 bewaarklassen in Pamel-centrum + 1 bewaarklas te Poelk + 8 klassen lager onderwijs op Ledeberg
In 1961 gaven de zusters de kleuterklas te Poelk uit handen.
* 1969-1970: 4 kleuterklassen op Ledeberg + 3 kleuterklassen in Pamel-centrum + 11 klassen lager onderwijs op Ledeberg
September 1975: overname van 2 kleuterklassen en een 1e graadklas te O.-L.-V.-Lombeek.
* 1979-1980: 4 kleuterklassen op Ledeberg + 2 kleuterklassen in Pamel-centrum + 2 kleuterklassen te O.-L.-V.-Lombeek + 12 klassen lager onderwijs op Ledeberg + 1 klas lager onderwijs te O.-L.-V.-Lombeek

1.4.3. Dat de meisjesschool door de Pamelaars al vlug werd geapprecieerd blijkt toch wel uit het verslag van het schepencollege van 14 januari 1895: 'De aangenomen meisjesschool, deze verdient ook onze aandacht, zij bewijst goede diensten en voornamelijk is zij voordelig voor het handwerk; niet min goede diensten bewijst de bewaarschool en wij hebben dikwijls met genoegen vernomen dat de inwoners er zeer tevreden over zijn.' Aan de leerlingen van de hoogste graad werden er begin de jaren 1900 zelfs bijkomende lessen Frans gegeven (mits betaling van een halve frank per maand)!
Vanaf ca. 1930 werd de school voor haar 'opvoedingssysteem' en haar onderricht 'bij verschillende gelegenheden door de officiële inspectie geroemd als een der beste van het Kanton.' Telken jare namen leerlingen van de vierde graad deel aan het staatsexamen en behaalden 'meermaals de eerste plaatsen.'

 


1931-1932: uitreiking van de diploma's aan de leerlingen van het 8e studiejaar

 
In 1933 werd de school 'aangewezen om breedvoerig uitgewerkte lessen voor den vierden graad te bezorgen aan het schoolmuseum van Brussel over het stellen en de vaderlandse geschiedenis.'
'In 1935 was het nogmaals hare beurt de Moedertaal in het achtste studiejaar gedurende een schooljaar te verwerken voor de wereldtentoonstelling van Brussel. Een eendrachtig ieveren van het personeel deed het werk een ereplaats verwerven in den stand van het onderwijs.'
'Het jaar 1938 is ook van bijzondere betekenis voor de school. Aan den wedstrijd, tussen de verschillende scholen onzer Congregatie, namen negentien leerlingen van het achtste studiejaar deel. Ze behaalden een prachtigen uitslag: één der leerlingen, Albine Guldemont, was primus en behaalde 95% der punten, daarbij waren nog twee grootste onderscheidingen, elf grote onderscheidingen, vier onderscheidingen en één voldoening. Zeer Eerwaarde Moeder Severine schonk een missaal als beloning, aan den primus. Eerw. H. Pastoor, Mijnheer Burgemeester, den Heer Dokter Roossens, schepen van onderwijs, gaven persoonlijk aan de drie leerlingen die de grootste onderscheiding behaalden een horloge met armband. De overige leerlingen kregen een prachtig kookboek van het gemeentebestuur.'
Tijdens de oorlog werd verder onderwezen maar 'een inzinking op onderwijsgebied' (wat dit ook moge wezen) 'was toch wel te merken'. Na 1945 herpakte de school zich al vlug. 'Hand in hand wordt er gewerkt, gestudeerd om steeds op de hoogte te blijven van de moderne strekkingen inzake onderwijs.' De nieuwste handboeken werden aangeschaft, de richtlijnen uit Vorselaar consequent toegepast, met veel aandacht voor het godsdienstonderricht, voor didactisch goed opgebouwde lessen. Een van de sleutelbegrippen van de (leer)methode Vorselaar was 'aanschouwelijkheid'. Daarbij was een fraai bordschema, dat tijdens de les geleidelijk werd opgebouwd en versierd werd met mooie tekeningen, de belangrijkste visuele leidraad. (Wanneer het bord vol stond, was het einde van de les nabij!) De meisjes schreven alles wat op het bord kwam mooi over in hun schriftjes, vaak pareltjes. Prenten, kaarten, maquettes (b.v. van een altaar met alles erop en eraan) en later ook dia's of video's verhoogden de aanschouwelijkheid. Vooruit zijnde op andere scholen, bezat het I.M.I. al in 1973 een videorecorder (betaald door het oudercomité; kostprijs + TV: 76342 fr.!). Uiteraard werd in de lagere klassen het lezen, schrijven en rekenen ingedrild.
 
 
Vanaf het 5e leerjaar leerden de meisjes ook Frans. Alle leerlingen kregen WerkelijkheidsOnderricht en merkwaardig ook verkeersonderricht.
Tot in de jaren (19)60 kon een leerling nog de eerste, de tweede, ... de laatste van de klas zijn, meer dan 90 % of maar 60 % behalen. Daarna kwamen er op het rapport geen rangschikkingen en ook geen percentages meer, alleen cijfers op 10 voor de schoolvorderingen (of leervakken) en een waardering (uitmuntend, zeer goed, ...) voor vaardigheden en expressie en voor leer- en leefhoudingen. Vanaf het schooljaar 1977-1978 namen de leerlingen van de hogere klassen ook deel aan het diocesaan examen voor moedertaal en wiskunde. De weken voor het examen werden ze er (soms overdreven) grondig op voorbereid.

1.4.4. Bij speciale gelegenheden stapten de leerlingen stoetsgewijs door Pamel. Zo vormden ze op 3 mei 1931, ter gelegenheid van de toewijding van de gemeente aan het H. Hart, een prachtige bloemenstoet. 'Een twee honderd vijftig kinderen, stellende elf zinnebeeldige groepen voor, ieder versierd met een kenmerkende bloem, brachten door welluidende zangen met gebarenspel, openlijk hulde aan Christus Koning, ...'
 
 

Ook het kloosterjubileum van de moeder-overste gaf telkens aanleiding tot feesten. Vooral het gouden kloosterjubileum van moeder Felicie werd op 30 mei 1955 luisterrijk gevierd. En op 11 juni 1967 werd met veel verve herdacht dat 75 jaar geleden klooster en school waren gesticht.

1.4.5. Rond 1960 waren schoolfeesten met zang, dans, gymnastiek, ... in trek. Die schoolfeesten werden, samen met de secundaire afdeling, wekenlang voorbereid (7). Op de beneden-speelplaats zaten de toeschouwers, hoofdzakelijk (fiere) gezinsleden, op de boven-speelplaats zongen, dansten, turnden de uniform uitgedoste meisjes.


1.5.1. Aantal kleuters/leerlingen

 

schooljaar

kleuters

leerlingen

totaal

1892-1893

 

212

212

 

1893-1894: de ene bewaarklas 'werd gedurende de Winter door honderd zeventig leerlingen bijgewoond.'!
1896-1897: '...al de meisjes zonder uitzondering kwamen hier ter school, de moeilijkheden veroorzaakt door den lastigen aard der kinderen verminderden stilaan, ...'

 

schooljaar

kleuters

leerlingen

totaal

1899-1900

145

310

455

1905-1906

293

217

510

 
Een leerlinge (8) uit de eerste graadklas van 1900-1901 vertelde later: 'Ik herinner me nog dat klasje bij zuster Mansueta: een smal treeke, een gangske en de zitplaatsen in trapvorm. Zeker met honderd kinderen in zo'n klas. Iedereen had een lei, griffel en een nat voddeke om de lei uit te vegen. Daar begonnen we letters te leren en af en toe een liedje.'
 

1917-1918: 'Na het invoege treden van de schoolwet van 1914 steeg het getal leerlingen der lagere school tot drie honderd zeven en zeventig.'

 

schooljaar

kleuters

leerlingen

totaal

1925-1926

158

349

507

1929-1930

160

345

505

1939-1940

Ledeberg 181
Poelk 39

358

578

1949-1950

Ledeberg 230
Poelk 40

320

590

1950-1951

Ledeberg 238
Poelk 40

308

586

1959-1960

Ledeberg 112
Poelk 40
Pamel-centrum 96

246

494

 

1959-1960: vermindering van het aantal leerlingen doordat de 4e graad in 1957 feitelijk was opgeheven.

 

schooljaar

kleuters

leerlingen

totaal

1960-1961

229

225

454

1961-1962

219

219

438

1962-1963

211

240

451

1963-1964

210

263

473

1964-1965

236

273

509

1965-1966

234

285

519

1966-1967

222

312

534

1967-1968

203

320

523

1968-1969

206

296

502

1969-1970

Ledeberg 124
Pamel-centrum 84

303

511

 

Intussen was er ook een bus ingelegd die kleuters en leerlingen van Poelk en beneden-Pamel veilig naar Ledeberg bracht.

 

schooljaar

kleuters

leerlingen

totaal

1970-1971

Ledeberg 124
Pamel-centrum 77

298

499

1971-1972

Ledeberg 122
Pamel-centrum 81

298

501

1972-1973

Ledeberg 110
Pamel-centrum 80

306

496

1973-1974

Ledeberg 113
Pamel-centrum 77

298

488

1974-1975

Ledeberg 115
Pamel-centrum 69

278

462

1975-1976

Ledeberg 116
Pamel-centrum 69
O.-L.-V.-Lombeek 36

Ledeberg 272
O.-L.-V.-Lombeek 17

510

1976-1977

Ledeberg 96
Pamel-centrum 75
O.-L.-V.-Lombeek 37

Ledeberg 264
O.-L.-V.-Lombeek 15

487

1977-1978

Ledeberg 81
Pamel-centrum 68
O.-L.-V.-Lombeek 35

Ledeberg 269
O.-L.-V.-Lombeek 12

465

1978-1979

Ledeberg 82
Pamel-centrum 69
O.-L.-V.-Lombeek 34

Ledeberg 253
O.-L.-V.-Lombeek 11

449

1979-1980

Ledeberg 100
Pamel 46
O.-L.-V.-Lombeek 31

Ledeberg 229
O.-L.-V.-Lombeek 12

418

 

1979-1980: 6e leerjaar van juf. Ivonne Wauters.
 

1.5.2. Ook al bestond er in de lagere school geen uitgesponnen schriftelijk reglement, toch waren er duidelijke afspraken en vooral, er was voortdurend controle! Zo moesten de leerlingen (zeker nog rond 1952) elke donderdag in de kerk te Pamel de mis van 8 u bijwonen en werd ter controle hun kaart afgestempeld (9). In de catecheseles, bij de voorbereiding van de kerkelijke feesten, feitelijk de ganse dag door werd de meisjes geleerd/voorgehouden christelijk te denken en te handelen.
Bij speciale gelegenheden moesten de leerlingen in uniform verschijnen: een witte bloes en plastron, een blauwe rok, witte kousen en op het hoofd een wit potsvormig doekje. Op een gewone schooldag droegen ze een zwarte 'voorschoot' en een wit colletje. Eind de jaren (19)50 werd in de lagere school het uniform voorgoed opgevouwen en enkele jaren later werd de voorschoot er ook definitief uitgetrokken.
 


1928-1929: 5e studiejaar

 
Tot ca. 1960 deden de meisjes die les kregen op de eerste verdieping, aan de trap hun schoenen uit en trokken 'sloefen' aan (10). Wel durfde, ook toen al, een 'losse hand' de schoenen doen kantelen, en dan maar zoeken ...!
Later kwamen er ook afspraken over het zwemmen, het busvervoer, ...

1.5.3. De oudervereniging werd midden de jaren (19)60 opgericht, voor de basisschool en secundaire school samen. Eerste voorzitter was Johannes Clement, die opgevolgd werd door Louis Sonck. In 1974 werd Hubert De Bolle voorzitter, in 1977 Herman Van Houtem.
In 1967 richtte het oudercomité een eerste Breughelfeest in waarvan de opbrengst ten goede kwam aan beide scholen. Die Breughelfeesten volgden elkaar op tot 1973. Toen stelden de zusters de opportuniteit van die eetfestijnen in vraag. Geen Breughelfeesten meer, maar het oudercomité geraakte in geldnood en groot was de financiële nood van de scholen. Daarom werd er in 1976 toch een tombola georganiseerd. In 1978 traden op de dag van de trekking de 'Minnestrelen' op, konden de ouders een glaasje drinken, een stuk taart eten, .... 'Logische' evolutie: in 1980 werden o.a. 700 haringen en 15 kg pensen aangekocht voor een ‘feestnamiddag' op zaterdag 7 juni, in feite opnieuw een Breughelfeest, in 1981 Lentefeest genoemd, in 1983 al op zaterdag en zondag!
Toch probeerde het oudercomité bij momenten meer te zijn dan een geldschieter; door het uitgeven van het ouderblad Echo (11), door in overleg met directie en personeel te adviseren over de organisatie van uitstappen, oudercontacten, informatieve avonden ..., door aan te dringen op het tijdig bezorgen van de lijst der schoolbenodigdheden, op maatregelen inzake veiligheid aan de schoolpoort, ...
 

-----------------------------------------------------------------------------
(1) De aanhalingen komen telkens uit het archief van de zusters.
(2) Gezien vanaf de kapel/kerk.
(3) Tot de ingebruikneming van de nieuwe lokalen in 1932.
(4) De gemeente had een toelage voorzien voor de bouw van wijkscholen, maar ging toch akkoord dat de zusters de toelage gebruikten voor het optrekken van de oude klaslokalen.
(5) In de gemeenteschool zouden de onderwijzers nog jaren voor graadklassen staan!
(6) In dossier 'Aanvraag tot erkenning'.
(7) Te belastend voor het gewone schoolgebeuren?
(8) Segers Emma.
(9) Daarna trokken ze in zwermen de Ledeberg op.
(10) Omwille van de properheid van gangen en lokalen? tegen mogelijk lawaai?
(11) Dat later schoolblad werd.


  2. 1980-
 
2.7.Voor- en naschoolse opvang
Hiermee werd begonnen in september 1984, maar al na een jaar luidde directeur De Vocht de alarmklok: een tekort van 85 180 fr! Daarop werd in september 1986 met een schone lei herbegonnen: de bijdrage van de ouders werd aangepast en er was voortaan alleen nog opvang op Ledeberg. (In O.-L.-V.-Lombeek organiseerde de gezinsbond de opvang.)
 

  Ook werden Georgette De Winne en Christiane Van Isterdael bereid gevonden volledig het beheer van de opvang op zich te nemen: Georgette de voorschoolse opvang ’s morgens en de naschoolse op woensdagnamiddag, Christiane de naschoolse op de andere dagen. Dankzij hun inzet groeide de tevredenheid van de ouders en bleven er ook meer en meer kleuters en leerlingen in de opvang. In plaats van een financieel tekort kon bijna elke maand een overschot overdragen worden aan de school.
 


Hun vergoeding bedroeg 100 fr. per uur.

  Later werd het statuut van vrijwilliger opgeheven en werden de begeleiders ‘ingeschreven’ personeelsleden.