boomstructuur: startpagina >
AZ-index > artikelindex D > artikel


De Schepper Joseph Judo, oprichter van Léberg bronnen, burgemeester van Pamelvan 1921 tot 1958
+
zoon Frans Albert Philémon, bedrijfsleider van Léberg bronnen van 1945 tot 1985
De Schepper Joseph Judo
Geboren te Pamel op 23 september 1881 en overleden te Roosdaal op 10 januari 1967. Op 30 mei 1908 huwde hij te Pamel met Maria Delphina Van der Kelen (Pamel 4/5/1886-Pamel 5/2/1935). In het gezin werden drie kinderen geboren: Josine (9/9/1909-1/5/1937), Angelique (13/2/1911-8/4/1929) en Frans. Eerst bouwde hij op het ouderlijk erf aan de Brusselstraat een grootse woning (1), doch liet hij op de Puttenberg (2) een nieuwe villa optrekken die in 1928 klaar kwam (3), mooier gelegen, ook sierlijker (4), door de Pamelaars 'kasteel' genoemd, met bij het begin van de 100 m lange, rechte oprijlaan (rond 1990 herbeplant met zwarte berk) ook nog een (niet onaardige) woning voor de conciërge en een aanpalend koetshuis.
 

 

Rondom werd een tuin aangelegd van ca 3 ha. De grasvlakte, vanaf het kasteel afhellend naar het beboste dal, is omgeven door hoogstammige sierplanten en bezaaid met groepjes bomen. Achter het kasteel een steile, beboste talud, met vooral beuk.

 

- Joseph De Schepper had een neus voor zaken: vlak voor W.O. I startte hij te Okegem aan de Denderoever een meststoffenfabriek. Die oorlog heeft hem geen windeieren gelegd! In 1923 schakelde hij te Okegem, samen met zijn zus Josephine en Jan Borginon over op de productie van lucifers, onder het merk Nervia Match. Maar omwille van de concurrentie van het grotere Union Allumettière (Union Match, Ninove) en onder druk van de Zweedse financier Ivar Kreuger verkochten ze hem al in 1927 de onderneming (5). Dan maar van vuur naar water! in 1933 liet hij het water onderzoeken dat in de omgeving van zijn woning uit de Puttenberg borrelde. De kwaliteit was dusdanig dat het water geschikt was om te verkopen, als mineraalwater of door toevoeging van extracten als limonades. Hij stichtte Léberg bronnen en leidde het bedrijf tot in 1945.
- Maar hij had evenzeer politieke feeling (6): bij de gemeenteraadsverkiezingen van 24 april 1921 behaalde zijn lijst de meerderheid en op 12 augustus 1921 duidde de gemeenteraad hem aan als nieuwe burgemeester (7). Bij de daarop volgende verkiezingen was zijn partij, bijgenaamd 'de mettes' , telkens de grootste en hij bleef dan ook ononderbroken burgemeester van Pamel tot eind 1958. In 1941 bepaalde de Duitse bezetter een ouderdomsgrens van 60 jaar, maar men vond (bij het VNV) geen geschikte plaatsvervanger en hij bleef burgemeester. Ook na de oorlog mocht hij in functie blijven daar ‘zijn houding tijdens de bezetting geen aanleiding gegeven heeft tot klachten of ongunstige opmerkingen' (8).
Er lopen over hem in Pamel verschillende verhalen: om de drie jaar was hij peter van de jongens die in de kerk door de bisschop gevormd werden en de vormelingen mochten toen blij zijn om het flesje limonade Léberg dat ze van de peter kregen. (9) Ook 'minder katholieke vertelsels' doen de ronde, zoals: de avond voor de verkiezingen trok hij door het 'rode' Kattem (10), deed alle herbergen aan en trakteerde er 'over de partijgrenzen heen'; of nog dat hij ...
Overweg kunnen met meerdere gezindheden en toch eigengereid leven en beleid voeren typeerde hem (11).
Dat beleid kan eveneens gekenmerkt worden door vier verwezenlijkingen:
* Hij loodste zijn gemeente Pamel door de moeilijke oorlogsjaren van de 2e wereldoorlog, nam zijn verantwoordelijkheid (12).
* Omwille van de schoolvrede (en politieke vrede!) drong hij er rond 1950 bij de zusters van Ledeberg op aan in het centrum van Pamel een kleuterschool (1952) te starten (en leende hen 50 000 fr) (13), zodat hij daarop de gemeenteraad kon overtuigen in de onmiddellijke omgeving een gemeentelijke jongensschool zonder kleuterschool te bouwen (1954).
* Onder zijn burgemeesterschap konden (bijna) alle Pamelaars aansluiten op het elektriciteitsnet en op het einde van zijn ambtsperiode konden ze ook aankoppelen op de pas aangelegde (1956) waterleiding.
* Als voorzitter van de maatschappij 'Ieder Zijn Huisje' ijverde hij voor de bouw van goedkope huurwoningen voor de 'gewone' man/vrouw, die hij ondanks het kasteelpark waarin hij zelf woonde, toch voor zich kon winnen, wat hem telkens de meerderheid bezorgde. De Tuinwijk gebouwd in 1951 werd naar hem genoemd.

Op 7 september 1947 werd zijn 25-jarig burgemeesterschap luisterrijk gevierd.

 
 
Ongetwijfeld was Joseph De Schepper een merkwaardige persoonlijkheid, enerzijds een nijveraar die Léberg bronnen tot bloei bracht en anderzijds een burgemeester die gedurende bijna 38 jaar het politieke leven in Pamel beheerste. De Jozef De Schepperstraat en de eraan liggende Tuinwijk, maar vooral Léberg herinneren hem.
 

De Schepper Frans Albert Philémon
Geboren te Pamel op 20 september 1916 en overleden te Asse op 5 januari 2012. Op 3 december 1940 huwde hij met Marie-Louise Timmermans uit Sint-Pieters-Leeuw (1919-2004). Het gezin bleef in de ouderlijke villa aan de Puttenberg wonen; er werden drie kinderen geboren.
Van 1945 tot 1985 leidde hij Léberg bronnen. In 1992 werd hij, voor de bekendheid die Léberg bronnen gaf aan de gemeente, gewaardeerd met de ‘Roosdaal Beroepengids Award'.
In tegenstelling tot zijn vader hield hij zich in de Roosdaalse politiek afzijdig.

 

--------------------------------------------------------------------
(1) Hij liet deze villa over aan zijn zus Marie Josephine, moeder van Maria Johanna Van der Kelen die huwde met Karel Van Cauwelaert en die nadien de villa bewoonden.
(2) Hij had in 1921 de gronden op de Puttenberg gekocht van de afstammelingen van de heer van Pamel. Over het eigendomsrecht op de met dennen begroeide berm links van de Puttenbergstraat was er in 1720 nog een betwisting geweest tussen de heer van Pamel, graaf de Coupigny en het Klooster van Jericho (Vlaamse Poort te Brussel). Vermits Joseph De Schepper ook de berm kocht van de afstammelingen van de heer van Pamel zal graaf de Coupigny het proces wel gewonnen hebben.
(3) Architect: Adrien Blomme.
(4) Volgens zoon Frans aardde zijn vader beter op Ledeberg waar de meeste kiezers 'mettes' waren, weg van de 'doempers' van beneden-Pamel en was dit ook een reden van de verhuis naar de Puttenberg.
(5) Volgens Herman Brantegem stopte de productie van lucifers te Okegem in 1931. In ‘Mededelingen Heemkring Okegem' 33e jg, 2008, nr 4. Aldaar p. 84.
Maar de gebouwen bleven blijkbaar in de familie want Maurice en Alfred Van der Kelen begonnen er een kantfabriek en in 1935 associeerde Patrice De Schepper.
(6) In een biografie van Staf De Clercq door Antoon Mermans, uitgegeven door 'Volk en Staat' in 1942, werd ook 'J. De Schepper, den huidigen burgemeester van Pamel' vernoemd die 'met andere gekende Vlamingen en volksche strijders ... met De Clercq hun steke staan in den aangeganen titanenkamp.' Het betrof de taalgrensacties in 1911.
'Wie had ooit gedacht dat onze vroegere burgervader in zijn jonge jaren zo Vlaamsgezind was geweest. Maar ja, 't kan verkeren, heeft de Nederlandse dichter Bredero ooit gezegd.' dixit Herman Van Herreweghen in 'Het Interbellum en Wereldoorlog II in Pamel en O.-L.-V.-Lombeek', Davidsfonds Roosdaal, 2001, 233 p. Aldaar p. 13.
(7) Elsa Van Saene vertelde dat er toen een stoet door de straten trok en dat ze als jong meisje op een praalwagen had gezeten.
(8) In ‘Dossiers Burgemeesters 1920-1994', Rijksarchief Vlaams-Brabant.
(9) In 1950 was hij in de Sint-Gaugericuskerk peter van de klok toegewijd aan de Onbevlekte Maagd; in 1959 betaalde/schonk hij het glasraam 'Sint-Jozef' aan de parochie/kerk Sint-Apollonia op Ledeberg.
(10) Zelfs socialistisch kopman Rufin Van Schelvergem getuigde over hem: 'Graag gezien door de werkman was hij de beste burgemeester die we ooit hebben gehad!' Onder diens burgemeesterschap is Rufin nooit met een socialistische lijst opgekomen! In 'Rausa', tijdschrift van Erfgoed Rausa, 5e jg nr 2. Aldaar pp. 8, 9.
(11) Met pastoor Van Eyndhoven, een hevige 'doemper' boterde het niet, zeker nadat de burgemeester hem had gezegd: 'Mijnheer pastoor, gij zijt baas in uw kerk en ik ben baas op het gemeentehuis.'
(12) Zo kon hij de Duitsers die paarden opeisten ompraten, of 'foefelen' ten voordele van de boeren met de heffingen op landbouwproducten.
Edmond Van Den Bosch vertelde dat hij, valselijk beschuldigd, door de Duitsers was opgepakt en naar het gemeentehuis gebracht, 'waar de burgemeester voor mij instond en de omstandigheden verklaarde' en dat hij daarop terug naar huis mocht.
(13) Ook voordien had hij vanuit de gemeente de zustersschool financieel gesteund.