boomstructuur: startpagina >
AZ-index > artikelindex T > Tielemans F.I. > artikel


Tielemans Franciscus Isidoor/in conflict met pastoor Verwimp

In het archief van het aartsbisdom te Mechelen zitten 30 brieven i.v.m. het conflict tussen pastoor Verwimp en kapelaan Tielemans, met o.a.:
* Pastoor Verwimp aan het aartsbisdom (31/10/1927): ‘’t Is bijzonder sinds hij hier is, dat het niet rustig is in de parochie en dat men verder van niets zal moeten verschieten. Hij beoogt slechts één zaak: onafhankelijk zijn, hij ziet den toestand in alleen met dien bril voor de ogen en daartoe zijn ook al de middelen door hem gebruikt, goed. Aan niemand, denk ik, vraagt hij raad, want hij komt nooit bij een geestelijke.’ …
‘Hij heeft nu in zijn kapel een kaart van de parochie Pamel opgehangen en er met verschillige kleuren de sectie Pamel en de sectie Ledeberg opgetekend. Maar bij de straten die hij bedient, heeft hij een heelen hoop velden en weiden bij geplakt zodanig dat de sectie Ledeberg minstens zoo groot uitkomt als de sectie Pamel. Uwe Eminentie moet niet vragen waar hij daarmee heen wil. ’t Is maar om aan zijn volk te doen vatten hoezeer zij nevens Pamel kunnen gaan staan en waarom zij dan nog langer geen recht van spreken zouden mogen hebben.’
* Kapelaan Tielemans aan pastoor Verwimp (ongedateerd): ‘En ’t schoonste wat ik wel hoorde is dit: Nen armen koolmijner, erg ziek. “Mijnheer” zegde hij, “ik ben blij dat ge naar Ledeberg gekomen zijt; na 15 jaar heb ik nu toch op zondag een H. Mis en ..” voegde hij er bij: “Over een maand hebt ge ’s zondags gepredikt dat we alles moeten opdragen aan Onze-Lieve-Heer, werken en lijden. Ik ben maar een arme koolputter, ik heb geen geld om aan de kapel te geven, ik heb gewerkt voor mijn vijf kinderen, maar nu, nu draag ik mijn lijden op aan O.-L.-Heer, voor ‘t welzijn van Ledeberg en alles zal ik graag verdragen als O.-L.-Heer na mijn dood van Ledeberg een parochie maakt.” En dat zegt een koolmijner die gedurende de 15 jaar nooit de gelegenheid werd gegeven om mis te horen en die nu gestorven is als een heilige.”
* Later schreef pastoor Janssens in een (niet gedateerde) brief aan het bisdom: ‘E.H. Tielemans heeft meer dan één onvoorzichtigheid begaan en heeft feiten gesteld die niemand kan goedkeuren. Zijn handelwijze, ik zeg het zoals ik het meen en zonder de minste vooringenomenheid, heeft hier veel kwaad berokkend. Een van zijn onvoorzichtigheden is geweest: zo maar voor twee à drieduizenf fr. onkosten te laten doen zonder de kerkfabriek te raadplegen en de rekeningen maar te doen afgeven aan de kerkfabriek. … Ik durf U gerust zeggen, Monseigneur, dat heel de warboel hier teweeggebracht grotendeels is verwekt door E.H. Tielemans, die steeds achter ’t gordijntje zoekt te blijven. Nu, tot daartoe.’