boomstructuur: startpagina >
AZ-index > artikelindex R > artikel


Roosens Jules Cesar, dokter, schepen van Pamel
+
zoon Albert, dokter, schepen, burgemeester van Pamel van 1959 tot 1964

Roosens Jules Cesar werd geboren te Bever op 28 september 1877 en overleed te Pamel op 19 oktober 1948. Op 9 september 1909 huwde hij te Pamel met Maria Jeanne Alice Tondeurs (Pamel 29/1/1882-Pamel 17/1/1931). Zij woonden op de Ledebergdries.
Na zijn studies geneeskunde begon Cesar Roosens als huisarts in Pepingen, maar al in 1904 vestigde hij zich te Pamel, op Ledeberg. (1) Te voet, met paard en koets, in de winter zelfs op de slee, bezocht hij te Pamel, maar ook te Strijtem en O.-L.-V.-Lombeek zijn zieken.
Daarbij werd hij vanaf 1904 te Strijtem de dokter van het bureel van Weldadigheid en verzorgde er alzo de armere mensen voor '1 fr. per jaar en per gezin. Daarin waren begrepen al de bevallingen, de geneesmiddelen die hij zelf moest klaarmaken, en de gewone verzorging. Vanaf 1920 stond hij in voor het medisch schooltoezicht en vanaf 1947 was het zijn zoon dokter A. Roosens' (2).
Op 15 oktober 1911 werd dokter Cesar Roosens verkozen tot gemeenteraadslid van Pamel, ook op 24 april 1921. Op 10 augustus 1925 werd hij schepen van Pamel, werd in 1926, 1932 en 1938 telkens herkozen en bleef schepen tot 1946 (3) (4). Hij zat ook in de raad van beheer van de maatschappij 'Ieder Zijn Huisje'.
Hij was op Ledeberg bestuurslid van de toneelgroep, de Sint-Jansgilde.
 

Roosens Albert (5) werd geboren te Pamel op 30 augustus 1916 en overleed te Aalst op 3 april 1983. In zijn jeugd was hij te Pamel lid van de Studentenbond; Op 2 maart 1944 huwde hij te Ninove met Christiane De Wit (Ninove 26/8/1922-Geraardsbergen 7/5/2014). (6) Eerst woonden zij in het ouderlijk huis (7) op de Ledebergdries, later bouwden zij aan de huidige Dokter Roosensstraat.

 


foto 2008
Afgebroken in oktober 2018.

 

Dokter zijn was voor hem een roeping, hij was dan ook dag en nacht bereikbaar voor zijn zieken. Zoals zijn vader heeft ook hij honderden Pamelaars, Strijtemnaren, Lombekenaren... ter wereld geholpen.
Na de verkiezingen van 12 oktober 1946 werd dokter Albert Roosens schepen (o.a. van onderwijs (8)) van Pamel tot en met 1958. Daarop werd hij burgemeester van Pamel, plechtig ingehuldigd op 7 juni 1959. Zes jaar later stelde hij zich geen kandidaat meer; was het burgemeesterschap van de grotere fusiegemeente Roosdaal niet te combineren/verzoenen met zijn dokterspraktijk of was het omwille van spanningen tussen hem en Karel Van Cauwelaert, of waren het hoofdzakelijk gezondheidsredenen (9)?
Hij steunde pastoor Van de Gucht in diens streven naar een zelfstandige parochie Ledeberg. In 1959 betaalde hij samen met zijn echtgenote het glasraam van de heilige Apollonia; in 1961 was hij peter van de Maria-klok; als burgemeester liet hij in 1964 1 miljoen BEF begroten voor de bouw van een pastorie. Vele jaren was hij in de kerk lector, met hese stem.
Detail: hij was een fervent jager, maar bezorgde wel een haas of konijn bij de boer op wiens gronden hij mocht jagen.


------------------------------------------------------------------------
(1) Volgens Jef Borloo in zijn dagboek: '... op aandringen van de partij van Léberg (de Kasjers). - Omer Devidts was de man die daarvoor zorgde.'
(2) Van Liedekerke Luc: 'Strijtem... nu en altijd', 1981, 316 p. Aldaar p. 155.
(3) Tijdens de 2 wereldoorlogen werden er geen gemeenteraadsverkiezingen gehouden.
(4) In 1911 met de partij de 'Kasjers', in 1921 met de 'Mettes'.
(5) Zussen Angèle (°Pamel 25/12/1912) en Maria-José (°Pamel 15/5/1915)
(6) In 1950 was ze in de kerk te Pamel meter van de Sint-Gaugericusklok.
(7) Alleen een velours doek scheidde er het dokterskabinet van de kleine wachtkamer!
(8) Onder zijn beleid werd in 1954 de gemeenteschool in Pamel-centrum gebouwd. Uiteraard streefde hij ook een goede verstandhouding met de zustersschool na.
(9) In de Nederlandse krant 'Het Brabants Nieuwsblad' van 10/10/1964 zei hij: 'Ge kunt de dingen uiteindelijk niet verenigen. Als ik in mijn spreekkamer zit, heb ik 2 soorten patiënten, want wanneer ze de burgemeester moeten hebben, sluiten ze gewoon aan in de wachtkamer. En wat kunt ge daartegen doen? Ge kunt ze immers niet buiten houden.'
In een gesprek met de werkgroep DF-Klokje (1986) zei Karel Van Cauwelaert dat dokter Roosens 'er niet overheen kon dat men goede dingen verwezenlijkte en toch nog aangevallen werd - hij lag er wakker van.'

'