boomstructuur: startpagina >
AZ-index > artikelindex S > artikel


Studentenbond/Katholiek Vlaamsch Studentengild van Pamel

Oprichting
Sinds 1924 was Karel Van Cauwelaert voorzitter van de kantonale Katholiek-Vlaamse Studentenbond die drie maal per jaar in Sint-Kwintens-Lennik vergaderde, bijgewoond door meer en meer Pamelse studenten. Die konden volgens hem evengoed/beter in Pamel vergaderen en hij riep hen in het paasverlof van 1926 samen in de gemeenteschool aan de steenweg Brussel-Ninove te Poelk. Een twintigtal Pamelaars daagde op en ook een tiental studenten uit O.-L.-V.-Lombeek en Gooik. Maar de medewerking van de meesten was nog gering:
‘De gemoedsgesteltenis der leden kan als volgt samengevat: gespannen aandacht in ’t aanhoren der sprekers, passiviteit voor ’t overige: slechts enkelen durfden het aan alleen een lied aan te heffen of een gedicht voor te dragen.’
Zo ook op de vergadering in augustus 1926 ... en toch richtten enkele gedrevenen op 13 september 1926 te Pamel een afdeling op van de Katholiek-Vlaamse Studentenbond. Karel Van Cauwelaert die in de voorbije maanden de ‘afscheuring’ van Lennik (1) had geleid werd de eerste voorzitter, bijgestaan door ondervoorzittter Louis Bogaert, schatbewaarder en dienstdoend secretaris Gerard Kestens en raadslid Albert Hertveldt. Een dag later, op 14 september 1926, werden de studenten samengeroepen, nu in de gemeentschool in het centrum van Pamel: buiten de voorzitter (die van O.-L.-V.-Lombeek was!) waren enkel nog Pamelse studenten aanwezig. Maar de clou op de vergadering was zeker dat Karel Van Cauwelaert zijn aftreden als voorzitter aankodigde.

Standregelen
Op de vergadering van 31 december 1926 werden de ‘standregelen’ toegelicht met o.a. volgende artikelen:
2. Doel: inniger broederlijke betrekkingen tussen de studenten en een ruimer verstandelijke ontwikkeling bekomen, en zodoende bijdragen tot meerder lof van God en tot verheffing van ons volk.
3. Middelen: al wat tot verstandelijke ontwikkeling der leden kan bijdragen.
4. Het gild ziet af van alle politiek.
5. Patronen: OLV. Stoel der Wijsheid, Zijne Zalige Johannes Ruysbroeck.
15. De gewone vergaderingen vangen aan en eindigen met een gebed en den ‘Vlaamschen Leeuw’, de voorzitter bidt voor.
20. De vergaderingen zullen als volgt plaats grijpen: a. minstens één tijdens het Nieuwjaarsverlof, b. minstens één tijdens het Paaschverlof, c. gedurende het groot verlof zal men een mis laten zingen voor de afgestorven leden.’

Ook werden de taken van het bestuur omschreven, werd bepaald hoe een student lid kon worden en ook dat de jaarlijkse bestuursvergadering in de paasvakantie zou doorgaan.
Na goedkeuring van deze standregelen schreven alle twintig aanwezige studenten hun naam ‘in een daartoe aangeworven schrijfboek’ en betaalden de ledenbijdrage van 1 frank.
En ... de jongere studenten ‘kregen ‘al wat meer durf!’

Vlag
Op 20 augustus 1929 wijdde pastoor Janssens de vlag van de Studentenbond. De bond organiseerde toen ook de gouwdag voor alle Brabantse Katholiek-Vlaamse studentenverenigingen. Om 10 u was er een plechtige H. Mis met vier priesters en homilie door E.H. D'Hoe, leraar aan het kleinseminarie in Hoogstraten. 's Namiddags stapten alle gilden over de Gasthuisstraat, Ledeberg en Klei, terwijl zij Vlaamse liederen zongen en Vlaamse leuzen riepen (‘Voor Vlaanderen alles, voor den Belgique niks’). Na de optocht volgde in de zaal Van Vreckem een  feestzitting met advocaat Van Dessel uit Lennik als feestredenaar, die naast appreciatie ook kritiek had op de organisatie en omdat er maar weinig vlaggen wapperden. De dag werd besloten met de opvoering van het toneelstuk ‘Padrecito'.

Bestuur
In 1927 werd Marcel De Beenhouwer voorzitter, opgevolgd in 1929 door Albert Muylaert. In 1932 werd Alfons Van Vreckem voorzitter, in 1933 Jan Van Vreckem (tot 1938). Intussen was o.a. Jozef De Moortel secretaris. Andere leden waren in de loop der jaren o.a. Albert Barbé, Aimé De Beenhouwer, Victor De Beenhouwer, Patrice De Smedt, Jan De Wever, Jan Hertveldt, Paul Hertveldt, Remi Hertveldt, Albert Roossens, Frans Stockmans, Alfred Strens, Honoré Strens, Gerard Van Herreweghen, Jozef Van Herreweghen, René Van Nuffel, Louis Van Wilderode. (= universiteitsstudenten, priesterstudenten, studenten onderwijzer, regent, ... maar ook meerdere ‘humaniorastudenten’)

Vergaderingen
In de beginperiode liep de organisatie soms mank, zoals op de vergadering van 28 april 1928: ‘De schrijver had op de kaarten gezet om 4 u stipt. maar om 4.20 ure was er slechts de schrijver en de bijzitter. Aan de andere bestuursleden moet ik zeggen: wil de studentenbond goed vooruitgaan, dan moet het bestuur hun vergaderingen houden op het gestelde uur, dan zullen ook de studenten op tijd komen en zullen er geen naar huis gaan gelijk het is gebeurd. Dus wees dit indachtig.’ Maar al doende leerde men!
Soms werden plaatselijke onderwijzers (o.a. Jozef Staels in 1928, Zacharie Van Laer in 1931) uitgenodigd voor een lezing en regelmatig kwamen pastoor Verwimp (o.a. in 1928) en pastoor Janssens (o.a. in 1930) over de vloer om er te spreken over plichten en verantwoordelijkheden van de Vlaamse student, maar ook om morele en financiële steun te vragen voor de ‘boekerij’, voor de nieuwe parochiezaal, ... Maar niet alleen luisteren was de boodschap; ‘Hier in uw vergadering moet ge inoefenen, t’ zij declamatie, zang, opstel of letterkundig werk.’ (2) Zo geschiedde ook de volgende jaren. Sommige studenten droegen gedichten voor, vooral van Gezelle en Rodenbach; ‘Klokke Roeland’ en ‘De Blauwvoet’ werden vaak gezongen. Anderen brachten proza of poëzie van Pol De Mont, Alice Nahon, Joost Van den Vondel, Felix Timmermans, Cyriel Verschaeve, ... Enkele studenten kwamen zelfs met gedurfde eigen creaties, zowel opstellen als poëzie. Toch vormden die actievelingen een minderheid. Het bleef moeilijk studenten te motiveren om aanwezig te zijn, hun aantal schommelde tussen de zestien en de dertig, maar vooral om actief deel te nemen aan de vergaderingen. Vanuit het bestuur kwam er dan ook meermaals kritiek, zoals in december 1933: ‘Er zijn er, en die zijn velen, die zolang ze leden zijn van den bond, nog niets hebben geleverd: die niet eens een uurtje aan mekaar krijgen, die van op hun bank de anderen uitlachen die een kansje wagen.’ (3)

Toneel
Naar het einde van de grote vakantie toe werd er (bijna) telkenjare toneel gespeeld (4): in 1929 het missiedrama ‘Padrecito’, in 1931 ‘Fredjes offer’ ... ,
Gerard Van Herreweghen speelde in de Studentenbond van 1928 tot 1937. Zoals hij dachten achteraf ook verschillende andere leden met veel genoegen eraan terug.
Regisseurs waren E.H. Willems en kapelaan Gullentops.

Wellicht ook typerend
In 1939 ondertekende de Studentenbond samen met de plaatselijke afdelingen van het Verbond der Vlaamsche Oud-Strijders, van het Davidsfonds en van het Vlaamsch Nationaal Verbond een aanvraag aan het gemeentebestuur:
1. tot het verlenen aan het comité van de IJzerbedevaart van een toelage van 800 fr voor het inbeitelen in de crypte te Diksmuide van de namen van de gesneuvelde Pamelaars;
2. om jaarlijks op 11 juli de leeuwenvlag op het gemeentehuis te laten wapperen en ook op 11 november samen met de nationale driekleur. (5)

Einde
1940: ook voor de Pamelse Studentenbond betekende de oorlog het einde.



----------------------------------------------------------------------
(1) Niet verwonderlijk dat men in de Lennikse Studentenbond vooral Karel Van Cauwelaert bekritiseerde. Zo schreef hun latere voorzitter en proost Ward Everaert: 'We herinneren ons dat hij op de vergaderingen dikwijls te laat kwam. We stonden hem dan op de tramsporen op te wachten. Hij kwam uit de richting van Brussel. In de buitenzak van zijn beige regenjas zat altijd een Libre Belgique (de toekomstige journalist, nietwaar!). De vergaderingen onder zijn beleid waren tamelijk saai en er ging geen bezieling van uit, die ons vurig gemoed kon voeden.'
(2) Volgens Jozef Staels in 1928.
(3) In 1934 klonk het ‘Sommigen kunnen al de ritten van de afgelopen ronde van Frankrijk achter mekaar zonder haperen aframmelen, ...  Maar een naam onthouden van Pater Starcke of Dosfel, dat gaat hun onthoudingsvermogen te boven.’
(4) Als eerste in het (vooral winterse) toneelseizoen der Pamelse verenigingen.
(5) De twee voorstellen werden door de gemeenteraad aangenomen.