boomstructuur: startpagina >
AZ-index > artikelindex G > artikel


Gullentops Jan Frans

Kapelaan op Ledeberg van 1929 tot 1938
Geboren (1) te Putte op 14 februari 1894 en overleden in het H. Hartziekenhuis te Leuven op 21 april 1948 (2).
Nadat hij op 22 december 1918 priester was gewijd, werd hij leraar aan het O.-L.-Vrouwcollege te Boom.
In 1929 werd hij kapelaan op Ledeberg en bleef er tot in 1938. Volgens overlevering was hij heel streng tijdens de catechismusles: hij liep rond met een regel in de mouw van zijn soutane en oh wee wie verroerde of de les niet kon opzeggen'! Ook als regisseur bij de Studentenbond was hij veeleisend: ' ... de uitspraak meer verzorgen. Zich thuis oefenen met te lezen en hardop te spreken.' Eveneens dirigeerde hij het mannenkoor te Pamel (was trouwens zelf een uitstekend zanger) en was hij er proost van de Boerinnenbond. Bovendien was hij secretaris-penningmeester van Davidsfonds Pamel, maar ook plaatselijk vertegenwoordiger van de VTB.
Al vlug streefde kapelaan Gullentops naar een zeflstandige(r) parochie Ledeberg (3), wat niet naar de zin was van pastoor Janssens. Evenwel durfde de kapelaan niet altijd te weerstaan aan de 'bevelen' van de pastoor, maar bijwijlen steunde hij toch zijn Ledebergse parochianen tegen de pastoor in. Bovendien telde hij, om zijn argumentatie voor zelfstandigheid kracht bij te zetten, al zijn parochianen, straat per straat en zette alles op papier. (4) (5)
Op 9 mei 1938 vertrok hij naar Opvelp waar hij tot pastoor was benoemd.


-----------------------------------------------------------------------
(1) Zoon van Gullentops Jan-Baptist en Van Den Eynde Josephina.
(2) Of was het op 20 april?
(3) Zo ijverde hij er o.a. voor dat kardinaal Van Roey bij de H. Hartfeesten, op Ledeberg ook het H. Hartbeeld wijdde.
(4) Die telling zit in het archief van de parochie Sint-Apollonia/Ledeberg.
(5) In een (niet gedateerde) brief aan het bisdom schreef pastoor Janssens over hem: 'E.H. Gullentops is ook inschikkelijk maar heeft mijns denkens de fout begaan met E.H. Tielemans in den beginne te gaan raadplegen en zijn zienswijze te volgen in plaats van alles te regelen met mij.'