boomstructuur: startpagina >
AZ-index > artikelindex O > artikel


Onze-Lieve-Vrouw

Parochie O.-L.-V.-Lombeek

Opgedeeld in twee tijdperken, voor en na 1808 (overlijden van de controversiële pastoor Vonck).

1. - 1808

1.1. Waarschijnlijk al in de 9e eeuw ontstaan rond een straatkerkje (1), afhankelijk van/bediend vanuit de parochie Lennik; en/of door de aanwezigheid in de omgeving van een borcht (een eeuw later?), ook borchtkerkje (geworden), en alzo onafhankelijk(er) van Lennik? Feit is dat in 1112 bisschop Odo van Kamerijk, in een oorkonde, het ‘altare de Lombeccha' schonk aan het kapittel van Nijvel, tevens het oudst gekende schriftelijk bewijs van het bestaan van een ‘altare', een kerk te Lombeek. Opmerkelijk, in die oorkonde was er nergens sprake van een band met Lennik. Toch zal nog meer dan honderd jaar de on-/afhankelijkheid van de parochie wisselen met het al of niet resideren van de pastoor, ... een periode waarin er daarover ook betwistingen waren. Intussen bloeide de bedevaart naar Onze-Lieve-Vrouw, de patroonheilige (2), groeiden de offeranden, wat er mede toe leidde dat Lombeek ca. 1253 door Nicolaas II, bisschop van Kamerijk, officieel tot een afzonderlijke parochie werd verheven, gescheiden van de moederparochie (Lennik). (3) Dat is af te leiden uit een oorkonde (4) uit 1253, gericht aan de abdis en het kapittel van Nijvel, waarin ook werd gesteld dat de parochie niet groter mocht zijn dan het grondgebied van de lokale heer Egidius. Het convent van Nijvel bleef nog vele eeuwen het hoofd, de patrones van de parochie, en droeg aldus ook meestal de pastoor voor. Daar kwam ca. 1796, tijdens de Franse overheersing een einde aan. In 1803 werden de parochies anders ingedeeld en daarbij werd de kerk van O.-L.-V.-Lombeek tot ‘ecclesia parochialis' gepromoveerd, met 9 succursalen (waaronder Pamel en Borchtlombeek-Strijtem) en met pastoor Vonck aan het hoofd, die aldus beloond werd voor zijn medewerking aan de uitvoering van het concordaat.

1.3.1. Pastoors
1641 - 2/8/1678: Cla(er)bouts Jan
juli 1682 - juli 1699: De Pape Augustinus, gaf het mirakelboekje 'Weldaden ...' uit.
1708 - 1734: Weverbergh Carolus
1734/1736 - 1778/1780: Beyl Jacobus
1780 - 23/5/1808: Vonck Hiëronymus Benedictus

1.3.2. Kosters
ca 1699 - 28/4/1744: Yernaut Jan
ca 1748 - 14/8/1795: Van Audenrode Gerard

1.3.3. Hondenslagers
In 1650 kreeg Cornillis Obberts volgens de kerkrekening 2 sisters rogge voor de honden ‘uut de kercke te slaene'.
Als ordebewakers waren de hondenslagers de voorlopers van de kerkbaljuws of suisses.

  1.4.1. Vereringen
* Onze-Lieve-Vrouw
 

foto 2010

 
In een nis van het linker-zijaltaar; van ca. 1400. Omstreeks 1970 werd het gepolychromeerde beeld op onvakkundige wijze overschilderd. De staande Maria heeft een S-vormige lichaamshouding, wat karakteristiek is voor de periode van de gotiek. Zij houdt in de rechterhand een lelie (scepter), symbool van zuiverheid en koninklijke macht. Het Kind houdt met beide handjes een vrucht vast (5), verwijzing naar Christus als nieuwe Adam.
 

Wanneer de eerste pelgrims naar Onze-Lieve-Vrouw van Lombeek kwamen is niet geweten. Zekerder is dat het er midden 13e eeuw al heel wat waren. In 1304 werd de pastoor geholpen door een kapelaan die voor de bedevaarders dagelijks de mis opdroeg en de pastoor bijstond in de officies (6); in 1305 werd er een tweede kapelaan aangesteld, later nog een derde! Ook in de 15e -16e eeuw bloeide de bedevaart. Voor de pelgrims werden ‘menighvuldige huysen' gebouwd (7); niet minder dan 51 ‘weldaden' (mirakelen) werden opgetekend in een register, de meesten gedateerd van 1436 tot 1519. Toch moet het in de tweede helft van de 17e eeuw, door oorlogen wat bergaf zijn gegaan want ca 1685 gaf pastoor de Pape het register als ‘Boeckjen' uit ‘op dat het zy: eenen spoorslagh, om de verflouwde Devotie tot Godts Moeder, in haer oudt Miraculeus Beeldt tot Lombeeck, te doen her-leven.' Ook zorgde hij er op 7 september 1698 voor dat het Mariabeeld, negen jaar voordien omwille van oorlogsgeweld (8) in het Begijnhof te Brussel in veiligheid gebracht, ‘met groote solemniteyt ende devotie ende toeloop van volck' werd teruggeplaatst. Al in 1701 volgde een tweede druk van het mirakelboekje.

* Sint-Hubertus
Midden 17e eeuw schonk Gerard van Villers (9) ‘Reliquiën van St. Huybrecht' aan ‘de parochiale kerk der plaets van O.L.V.-Lombeke'. Aldra kwamen er bedevaarders tot Sint-Hubertus bidden ‘wiens byzondere bescherming is tegen kwellingen der kwaede geesten en de vreede woelingen van de raezende menschen' (10) en werd hij zowat de tweede patroonheilige.
Vlug na de schenking is door de pastoor ‘en andere godvrugtige Geloovigen ... verzogt geweest' te mogen ‘op te regten en in te stellen ... een Broederschap' van Sint-Hubertus. Met instemming op 18 mei 1661 van paus Alexander VII, gaf aartsbisschop Andreas Creusen van Mechelen daartoe, bij Bulle van 23 maart 1662, de toelating. Daarbij bepaalde hij ook de ‘Regelen' met o.a. wanneer en hoe de leden een Volle Aflaat konden verdienen. (11)
In 1689 werden de relikwieën van Sint-Hubertus eveneens in het Begijnhof van Brussel in veiligheid gebracht en bij de plechtige terugkeer in 1698 geplaatst in een verguld reliekschrijn (links van het rechter zijaltaar) (12), geschonken door prins Eugeen-Alexander von Thurn und Taxis.

 

foto 2012
 

‘De meester die dese (relikwie-)kassen (13) heeft gesneden is geweest Cornelis Sterck. Den vergulder is geweest Dasseur'. (14)

 

In 1710 was de toeloop van bedevaarders, vooral op de feestdag van Sint-Hubertus (3 november), zo groot dat ‘presbyter' (pastoor) Weverbergh een hulppriester vroeg, want ‘Alle weken comen aldaer pelgrims door dewelcke den presbyter wederom nieuwe laesten moet draeghen met bight, wydinghe des broots etc. Meer besonderlyck op den feestdagh van den vs. heylighen, alswanneer meer dan twee oft dry duysent pelgrims syn commende ...'
Ook onder pastoor Jacobus Beyl, die midden 18e eeuw zelfs ‘plaeckbrieven voor de St. Huybrechts-feestdagh' liet drukken, kenden Broederschap en verering veel bijval, zo blijkt uit de opbrengsten in de kerkrekeningen. De bedevaarders, die aan alle voorwaarden hadden voldaan, ontvingen voor drie stuivers een zgn. 'aflaat-riem' van de H. Hubertus, als bewijs van de aflaten die ze hadden verdiend.

 
1.5.3. Preekstoel
In 1739 besteld en in 1743 geplaatst. Jacobus De Coninck (15) (16) uit Brussel beeldhouwde/sneed: aan de voet de ‘Bekering van de H. Hubertus'; om de ene tak van de eik die de preekstoel torst, een slang, symbool van het kwaad, tegengehouden door een engel, op de andere tak een engel met kruisbeeld, teken van de verlossing; vooraan op de kuip de ‘Verkondiging aan Maria' door de engel Gabriël, met lelietak in de hand, symbool van Maria's maagdelijkheid.
Specifiek is de dubbele trap.
 

foto 2010
 

De totale kostprijs bedroeg 2137 gulden en 10 stuivers (o.a 966 g. 10 st. aan de beeldhouwer, 900 g. aan de schrijnwerker, 55 g. aan de Lombeekse smid Christiaen Pauwels, … en 107 g. aan Enghel Beyl, brouwer-herbergier ‘over monteten, drinckebier ende slapen van belthauwers ende schrijnwerckers').

 
1.5.6. Orgel
Op 15 september 1753 kreeg de Brusselse orgelbouwer J.-B. Goynaut van de Lombeekse kerkmeesters de opdracht een tweemanualig orgel te bouwen. Op 28 juli 1755 werden Christian Bogaert, meester schrijnwerker te Meerbeke, en opnieuw Jacobus De Coninck, meester beeldhouwer te Brussel, aangezocht de orgelkast en het doksaal te construeren. Goynaut was te Lombeek vernieuwend. Bij hem verdrong het opkomend neoclassicisme al gedeeltelijk de heersende rococo, maar beide kunststromingen bleven toch aanwezig: minder versiering, meer functionele lijnen, geen pijpenbundels maar brede lichtgolvende pijpenvelden (17) (18), Korinthische zuilen maar ook musicerende putti, en ... ook nieuw in die tijd, bovenaan een uurwerk. Opmerkelijk daarbij was de integratie van de orgelkast met het doksaal. Tien jaar later werd aan Bogaert en De Coninck ook gevraagd eronder het tochtlokaal af te sluiten. Orgel, doksaal en tochtlokaal werden één geheel , slank in opbouw (hoogte 2x de breedte).

 

1.5.7. Klokken
In 1740 werden drie klokken aangekocht: de grootste toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw, de middelste aan de H. Hubertus en de kleinste aan de H. Leonardus.
In 1793/94 roofden de Fransen alle drie deze klokken en moest de parochie het dus zonder klokgelui stellen. Tot in 1804, toen ter plaatse door klokkengieter Roelants een nieuwe klok werd gegoten, ca. 800 kg wegend en toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw. Volgens het Latijnse opschrift werd ze betaald door de parochiekerk, die ‘in onrechtvaardige tijden van haar klokken beroofd'. De klok werd gewijd door pastoor-deken Vonck, meter was J.F.L. van Bellingen, peter haar zoon baron Joseph M.H.G. van Volden. Met ‘Santa Maria sit nobis concordia.' werd de ganse inscriptie hoopvol beëindigd.

1.6. Pastorie
Eind 18e eeuw geschiedden in/aan de pastorie grote vernielingen; in oktober 1789 door de Oostenrijkers, in mei 1790 door de Statisten en in oktober 1798 door terugtrekkende Boerenkrijgers.
 
-------------------------------------------------------------------------
(1) Langs de weg van Nijvel over Halle naar Vlaanderen, waar deze de Lombeek kruiste.
Verbesselt J.: ‘Het Parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13e eeuw' Deel XXII, uitg. Koninklijk Geschied- & Oudheidkundig Genootschap van Vlaams-Brabant, 1988, 570 p. Aldaar p. 78.
(2) Meegekregen van Lennik waar de patroonheilige toen nog O.-L.-Vrouw was.
(3) Volgens Joris De Beul werd de parochie maar zelfstandig in de 14e eeuw. In ‘De tienden van de abdij van Nijvel te Lennik', Eigen Schoon en de Brabander, 94e jg nr 3. Aldaar p. 77.
(4) Oorkonde van Godfried van Leuven en zijn vrouw Maria.
Waarin zij ook vroegen ‘de persona, die wij voor de bediening van de parochie hebben voorgedragen, te willen aanstellen.'
(5) Volgens sommigen is het geen vrucht maar een wereldbol.
(6) Zo blijkt uit een onderzoek naar de inkomsten van de parochie op verzoek van bisschop Guido van Kamerijk.
(7) Pastoor de Pape in 1685. Hij voegde eraan toe: ‘van welcke noch vele over-blyfselen worden gevonden'.
(8) Bij het begin van de negenjarige oorlog (1689-1697).
(9) De reden van de schenking door deze Henegouwse edelman is niet gekend. Zijn naam komt nergens anders voor in de Lombeekse geschiedenis.
Bij testament schonk in 1750 Henricus Franciscus Huybrechts, heer van Strijtem en Lombeek, eveneens relikwieën van de H. Hubertus (uit de kapel in het kasteel van Strijtem) aan de kerk van O.-L.-V.-Lombeek.
(10) In de Bulle van 23 maart 1662.
(11) Later ook bevestigd door hun opvolgers.
(12) Voor de zegeningen is er ook nog een miniatuur relikwieschrijn in zilver.
(13) Prins Eugeen-Alexander schonk toen ook de relikwie van Sint-Leonardus met schrijn, rechts van het zijaltaar.
De verering van de Heilige Leonardus is in O.-L.-V.-Lombeek nooit doorgebroken.
(14) Volgens pastoor De Pape.
(15) Deed ook het snijwerk van de Stijtemse preekstoel.
(16) Sommigen, o.a. Jef Vrancken in ‘Pajottenland, een land om lief te hebben' (op p. 25) schrijven de preekstoel toe aan Laurent Delvaux, maar uit het parochiearchief blijkt duidelijk dat Jacobus de Coninck de preekstoel sneed.
(17) Met onder het rugpositief een medaillon met het bouwjaar 1753.
(18) Volgens de kerkrekeningen werd vanaf toen jaarlijks een vergoeding aan de orgelblazer uitbetaald!
 


2. 1808 -


2.2. Kerkfabriek
2.2.1. Voorzitters
1832: Verheyden Maximiliaan

2.2.2. Leden
1991: Van Bellinghen Petrus Jozef

2.3.1. Pastoors
24/6/1833 - 18/10/1880: Van Camp Franciscus
1885 - 11/12/1912: Ooms Jan Lodewijk Albrecht
1970 - 1/5/1983: De Gendt Jules

2.3.2. Onderpastoors
1880 - 1885: Ooms Jan Lodewijk Albrecht

2.3.3. Kosters
1846 - 1867: De Beenhouwer Joannes Gaugericus
1867 - 26/8/1904: Billiet Richard

2.4.1. Vereringen
* Onze-Lieve-Vrouw
Bedevaarders bleven naar Onze-Lieve-Vrouw van Lombeek komen. Zo was er in 1878 nog een ‘groote toeloop tot deze eeuwenoude bedevaartplaats'. (1) Vele jaren, o.a. in 1927 was er elke zaterdag een mis ter attentie van de bedevaarders. Onze-Lieve-Vrouw werd toen o.a. tegen de kinkhoest aanroepen. (2) Er was zelfs gezegende wijn tegen de ziekte te verkrijgen.
Later, vanaf de jaren (19)60, vervingen ‘inentingen de wijn' en viel de bedevaart grotendeels stil. Wel trekt er nog steeds (anno 2015) jaarlijks, ‘naar eeuwenoude gewoonte' begin september (de aloude bedevaartdag was 8 september) een Maria- en Sacramentsprocessie door de straten.

* Sint-Hubertus
In 1835 liet pastoor Van Camp: ‘Kort Begryp' drukken ‘van het leven en opregting des Broederschaps onder het aenroepen van den H. Hubertus, byzonderen patroon tegen de raezerny en woedende ziektens, zoo onder de menschen als onder de beesten, in de parochiaele kerk van Onze-Lieve-Vrouwe-Lombeek by Ninove. Verrykt met veele gunsten en aflaeten ...' Vooral bedoeld als handleiding voor de leden van de ‘Broederschap van Sint-Hubertus'. Voor 3 fr. werd men er toen lid van voor het leven. Onder impuls van pastoor Van Camp steeg het ledenaantal van 122 in 1834 tot 500 in 1852 (1872?) en talrijk waren ook de bedevaarders. Maar naar het einde der 19e eeuw toe liep zowel het ledenaantal van de Broederschap als de komst van bedevaarders terug. De ontdekking van een entstof tegen razernij in 1886 zal daar niet vreemd aan zijn geweest. In de 20e eeuw versnelden de twee wereldoorlogen het verval en gaf de ontkerkelijking de genadeslag aan de Broederschap (die kerkrechterlijk nochtans blijft voortbestaan). Van de verering rest heden (anno 2011) nog het wijden van het brood op/rond 3 november.

2.5.1. Kerkgebouw aan de Koning Albertstraat

2 5.5. Glasramen
 

foto 2007
 
Brandglasraam, links van de ingang, van kunstglazenier Jan Huet in 1972 geschonken door de stad Antwerpen als hulde aan Frans Van Cauwelaert. (3)
In opdracht van de kerkfabriek van O.-L.-V.-Lombeek en het gemeentebestuur van Roosdaal brandde Huet toen nog een tweede glasraam, opgedragen aan Jan Frans Vonck, ingezet rechts van de ingang. Jan Fans was een van de leiders van de Brabantse omwenteling, maar ook de broer van pastoor Vonck wiens grafmonument buiten onder het raam staat.

 
2.5.6. Orgel
In 1823 werd het orgel onderhouden/uitgebreid door Pierre II Van Peteghem uit Gent. Waarschijnlijk ingrijpender heeft P.H. Anneessens uit Ninove in 1857 het orgel omvormd: ‘vernieuwing en vermeerdering der orgel met de registers ... met vergrooting der kas ...'. Was het Lombeekse orgel in origine een viervoets, of eerder een zesvoetswerk dat nu tot een achtvoetstype werd opgehoogd? (4) In de loop der volgende jaren werden nog wel reparaties uitgevoerd, echter geen grote transformaties. Tot de firma Loncke uit Zarren in 1973 het instrument grondig aanpakte: meubel, front- en binnenpijpwerk, klavieren, tractuur, registertractuur, windladen en windwerk werden vervangen en/of gewijzigd. Wel bleef de orgelkast behouden in de toestand van 1857, met verhoging van het hoofdwerkfront. Ging Loncke meer terug naar de oorspronkelijke opbouw? Uiteraard zijn heden Goynaut, Van Peteghem en Anneessens nog aanwezig in het instrument, maar toch is het voornamelijk een Loncke-orgel, voldoende onderhouden (met nog een grote onderhoudsbeurt in 2008) om er de ‘Historische Orgelconcerten' op te laten doorgaan.
 

foto 2016
 

2.5.7. Klokken
In 1872 werden in de toren, naast de klok uit 1804, twee nieuwe klokken opgehangen. (5) Ze waren gegoten door klokkengieter Van Aerschot uit Leuven. De grootste woog ca. 1125 kg , was toegewijd aan Christus de Verlosser, had als meter J.M. Magd. van den Heuvel en als peter J. Van Holder. Van de kleinste, ca. 520 kg wegend en toegewijd aan de H. Jozef was Paulina Walravens de meter en J. Anselmus de Weyls de peter. Beide klokken werden op 9 juli 1872 door pastoor-deken Van Camp gewijd.
Begin juli 1943 haalden de Duitsers de grootste en de kleinste klok weg. Volgens een proces-verbaal sloegen zij daartoe van de bestaande opening tussen toren en middenbeuk de omlijsting uit blauwe hardsteen stuk en zaagden zij in de torenhal twee steunbalken en een dwarsligger door. Ook werden de bovenste treden van de trap weggerukt, het uurwerk ontregeld, ... In die wanorde bleef de middelste klok uit 1804 alleen achter. De wanorde werd hersteld en na de oorlog kreeg de kerkfabriek een staatstoelage van 103000 fr voor twee nieuwe klokken die er in 1951 ook kwamen.
 
 


2.6.1. Pastorie
De huidige pastorie aan de Koning Albertstraat werd opgetrokken in de 19e eeuw, in neo-Vlaamse renaissancestijl, met trapgevels en kruisramen. De verticaliteit van het centrale gedeelte wordt versterkt door de verlaagde bijgebouwen links en rechts.

 


foto 1988

Nadat ze vanaf 1970 niet meer werd bewoond door de pastoor verloederde de pastorie. Uiteindelijk werden in de tweede helft van de jaren (19)80 dan toch renovatiewerken uitgevoerd zodat de pastorie opnieuw bewoonbaar werd en de parochiale raden en de catecheselessen er konden in doorgaan. Begin de jaren (19)90 werden ook nog dringende herstellingen aan de trapgevels uitgevoerd.
2.6.2. Sint-Hubertushuis, nieuwe pastorie
Na een overeenkomst tussen pastoor De Gendt en het gemeentebestuur werd begin april 1983 aan de rand van het oude kerkhof begonnen met de bouw van een nieuwe pastorie, werken die een maand later echter werden stopgezet bij het overlijden van de pastoor. Begin 1990 werd het  onafgewerkt gebouw afgebroken

2.7. Parochiezaal
Gebouwd in de eerste helft van de twintigste eeuw achter het klooster, tegen(over) de klaslokalen (6), te bereiken vanaf de Koollochting via de voetweg achter Rokkenborch. Tot diep in de jaren (19)60 werd er ‘conseir’ gespeeld. Maar toen de plaatselijke jeugdbewegingen ophielden te bestaan werd de zaal veel minder gebruikt. Daarenboven was er na het vertrek van de zusters in 1973 nog weinig oplettendheid en bracht het in de nabijheid aangelegde volleybalplein ook slenterende jongeren mee. De zaal werd hun mikpunt van vandalisme en ook door leegstand verloederde ze zo erg dat ze begin de jaren (19)80 ‘moest’ worden afgebroken.

2.8. Acties ten voordele van ...
- een nieuwe kleuterschool
 


1984, ook de jaren nadien, zeker tot in 1990.


2.9. Kruisen, kapellen-kapelletjes
* Kruis met Christusbeeld in gietijzer, tussen twee 'levensbomen', op de hoek van de Lombeekkeitse en de Koning Albertstraat, vele jaren in mei vertrekpunt van een 'beeweg'.
 


foto 2021

 
* Sint-Hubertuskapel: gebouwd in 1844, achteraan op het kasteeldomein Rokkenborch langs de Koollochting, in uitvoering van het testament van Nicolaas Van Der Gucht die er 200 fr voor doneerde, te weinig want de kerkfabriek moest bijleggen. En zoals door hem gevraagd werd zijn naam gebeiteld in een steen, gemetseld in de achtergevel. In de eerste helft van de twintigste eeuw werd de kapel afgezonderd op het kasteeldomein, door haag en hek afgesloten. Binnenin de kapel getuigt heden alleen nog het arduinen altaar, geschonken door pastoor Van Camp, van vroeger. Waarschijnlijk heeft het eikenhouten beeld van Sint-Hubertus (laat 16e eeuws) dat nu in het kasteel wordt bewaard, er ooit op gestaan. Vroegere jaren werden op Palmzondag aan de kapel de palmtakjes gewijd, om daarna onder her zingen van ’Lauda Jeruzalem’ in processie naar de kerk te gaan. Heden (2020) houdt de processie op kermisdag er nog even stil voor een korte aanbidding en de zegen van het Sacrament. (7)
* Kapel van O.-L.-Vrouw van Zeven Smarten/Weeën, aan de Molenkauter, thans (2021) door verwaarlozing en vandalisme vervallen tot een ruïne. (8) In het bakstenen altaar met houten altaarblad was een driehoekige arduinen steen gemetseld, waarin gegrift: ‘Deze kapel is gebouwd ter eere van OLV. van zeven weeën door Petrus Josephus en Jacobus Van Laethem en Maria Apollonia De Weerdt echtgenote van Jacobus 1874.’ In de jaren (19)70 werd ze aangekocht door Jozef Van Bellinghen en Rosa Van Den Haute die de kapel opknapten. Hun kleinzoon Matthias heeft ze na hen nog verschillende jaren onderhouden. ‘Op de nok van het dak stond vroeger vooraan een groot smeedijzeren kruis met aan de voet ervan een hart, doorboord met 7 dolken of messen, symbool van de 7 weeën van Maria.’ (8) Binnen viel voorheen het beschilderd natuurstenen beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën op, gesculpteerd door Felix Rombaux.
* Kapel van O.-L.-V.- van Bijstand aan de Windmolenstraat. Bovenaan een arduinen kruis, eronder achter het zwarte smeedijzeren deurtje van de nis, een plaasteren Onze-Lieve-Vrouwebeeld; 'OLVrouw van Bijstand, help ons’ is er gebeiteld in de gebogen lijst van de nis. Op het paneel onder de nis staat verder vermeld: ‘Gedenkenis van de echtgenoten Cornelius Schets, Renildis De Decker, 1910’. Zij lieten deze arduinen kapel kappen, waarschijnlijk uit dank voor een genezing, vermoedelijk door Robert Van Belle uit Ninove, wiens naam staat in de voet van de kapel.
* Kapel van O.-L.-Vrouw van Fatima, aan de Derrevoortstraat. Omdat ‘Den Hoek' gespaard bleef van oorlogsgeweld beloofden Philippine De Neef en Lisa Goossens een kapel te bouwen; er werd een collecte gehouden en Coletta Segers en August Timmermans stonden een stukje grond af. Omstreeks 1948 werd de kapel dan gebouwd, met op de kroonlijst ‘Ga hier niet voorbij, of zeg eens: Moeder bid voor mij.' en eronder op de voorgevel 'Ave Maria'. Binnenin het (plaasteren) beeld van O.-L.-Vrouw, geplaatst op een rood geverfde balk, waarop ‘O;-L.-Vrouw van Fatima bid voor ons'. In 2005 werd de kapel grondig gerenoveerd, het Mariabeeldje opnieuw gepolychromeerd en op 3 mei werd de kapel weer ingewijd.
* In de Derrevoortstraat staat ook de kapel van O.-L.-Vrouw van Bijstand.
 
(9)
Met op de witte stenen:‘O.-L.V. van Bijstand' en ‘Mariajaar 1954'
foto 2015
 

Het waren Richard Tielemans-Celestina Clement die de kapel in 1954 uit dankbaarheid lieten bouwen. Tot op heden (anno 2021) wordt de kapel onderhouden door dochter Mia Tielemans en is er jaarlijks in mei een gebedsstonde waarop telkens het oude lied van O.-L.-Vrouw van Altijddurende Bijstand wordt gezongen.
* Kapel van O.-L.-Vrouw, gebouwd in 1951 aan de Hunselberg door Omer Schets uit dankbaarheid voor een genezing. (10)
* Kapel volledig in baksteen, ook het dak. Binnenin het beeld van O.-L.-Vrouw van Lourdes. Gebouwd aan de Koning Albertstraat, op de ‘Grote Wegom', door Jozef Leemans en Adèle Van Laethem. 'Uit dankbaarheid' staat er gebeiteld op de arduinen steen onderaan, omdat hun zoon Karel herstelde nadat hij een stamp op het hoofd kreeg van een paard.

 

-------------------------------------------------------------------------
(1) St. Schoutens: ‘Maria's Brabant ' 1878.
(2) Maho: ‘La Belgique à Marie' 1927.
(3) Volgens Arnold Blockerije werd het ingehuldigd in 1976 en was het voltallige College van Burgemeester en Schepenen van Antwerpen op de inhuldiging aanwezig. In 'De kerk van O.-L.-V.-Lombeek', vzw RAP, 1987, 24 p. Aldaar p. 8.
(4) Potvlieghe Ghislain: ‘Orgels in het Pajottenland', Heemkundige Kring Gooik, uitg. De Draak, 2016, 328 p. + CD. Aldaar p. 63.
(5) Waarschijnlijk hingen er voordien naast de klok uit 1804 ook al twee, zij het kleinere klokken, één die 148 kg woog en één van 95 kg, die in 1872 aan Van Aerschot werden verkocht, in mindering van de prijs van de nieuwe klokken.
(6) De bovenverdieping van een klaslokaal dat tegen de parochiezaal was gebouwd deed meerdere jaren dienst als ‘processiekamer’ voor het bewaren van de benodigdheden en kledij van de processie.
(7) Yves Van Schepdael in ‘Rausa’, tijdschrift van Erfgoed Rausa, 9e jg, 2021, nr 1. Aldaar p. 14.
(8) Yves Van Schepdael in ‘Kerk en Leven’ van 30 juni 2021.
(9) Oorspronkelijk moest het een grotere kapel worden, toegankelijk voor wie er wou bidden. Maar pastoor Bouchez vreesde dat het zo een schuiloord voor o.a. vrijende koppeltjes zou worden!
(10) Heden, anno 2021, nog steeds eigendom van zijn erfgenamen.
  wordt aangevuld