boomstructuur: startpagina >
AZ-index > artikelindex V >artikel


Van Cauwelaert Jan Frans

Volksvertegenwoordiger, burgemeester van Antwerpen, minister, voorzitter van de Kamer
Frans Van Cauwelaert werd geboren te O.-L.-V.-Lombeek op 10 januari 1880. (1) Op 6 september 1906 huwde hij te Blaasveld met Louisa Verschueren (1879-1946). Uiteindelijk kozen zij voor Antwerpen als thuisbasis (eerst aan de Gratiekapelstraat, later aan de Rosier en tenslotte aan de Lange Lozanastraat). In het gezin werden 9 kinderen geboren.
Hij overleed te Antwerpen op 17 mei 1961 en werd er begraven op Schoonselhof.

Frans Van Cauwelaert liep eerst lagere school te O.-L.-V.-Lombeek, volgde daarna de Grieks-Latijnse aan het Klein-Seminarie te Hoogstraten, waar een totalitair Frans schoolklimaat heerste waarbinnen het gebruik van het Vlaams werd bestraft. Reactief versnelde dit echter zijn Vlaamse bewustwording. In 1899 trok hij met een studiebeurs naar Leuven en werd in 1905 doctor in de thomistische wijsbegeerte (2). Hij integreerde zich al vlug in de Vlaamse studentenbeweging, werkte mee aan organisaties die de Vlaamse studenten samenbrachten, streed voor de vernederlandsing van het middelbaar onderwijs en had een belangrijk aandeel in de oprichting van Katholiek Vlaamse Studentenverbonden (KVHV en AKVS). Intussen was hij aan geneeskunde begonnen en werd in 1904 kadidaat in de natuur- en geneeskundige wetenschappen. In 1905 ging hij te Leipzig en in 1906 ook te München proefondervindelijke psychologie studeren om er in 1907 aan de universiteit van Freiburg buitengewoon hoogleraar in te worden. Maar hij wou terug naar België, besefte aldra dat hij o.a. omwille van zijn Vlaamse strijd nooit aan een Belgische universiteit zou benoemd worden en begon in 1909 te Leuven rechten te studeren waarin hij in 1913 promoveerde. (3) (Toen hij in 1910 ook volksvertegenwoordiger werd stopte hij met doceren.)

* Advocaat … en/of in de politiek? Hij wist de aandacht van de katholieke partij te trekken en al in 1910 werd hem gevraagd, enigszins onverwachts te Antwerpen, zich kandidaat te stellen voor de Kamer en werd verkozen. Langs wegen van geleidelijkheid wou hij komen tot de eentaligheid in Vlaanderen, tot het ‘Vlaamsch' in het bestuur, het onderwijs (4), het gerecht en het leger, streed hij voor een culturele Vlaamse zelfstandigheid. Maar alles binnen een unitair België; eens Vlaanderen op volle kracht, cultureel en ook economisch zou een scheiding tussen Noord en Zuid, Vlaanderen beperken en het zou door de scheiding ook Brussel verliezen. In 1917 stichtte hij het Vlaams-Belgisch Verbond (van 'Vlaamse actieve passivisten') dat onder zijn voozitterschap een 'minimumprogramma' opstelde. Daarbij kwam hij in conflict met o.a. ‘Pamelaar' Hendrik Borginon. Als katholiek streefde Frans Van Cauwelaert naar meer gelijkheid tussen vrij en officieel onderwijs, verdedigde hij de missionarissen tegen antiklerikale aanvallen, … Hij bleef volksvertegenwoordiger tot aan zijn dood in 1961. (5)
* Tijdens de eerste wereldoorlog woonde hij in Nederland, waar hij o.a. de opvang van Belgische vluchtelingen behartigde.
* Nadat hij een ‘mystiek huwelijk' had gesloten met de socialisten was hij van 5/11/1921 tot 31/12/1932 burgemeester van Antwerpen en ook schepen van de haven. Hij liet meerdere havenwerken uitvoeren (ook de eerste Scheldetunnel), trok verscheidene bedrijven aan (Solvay, General Motors, …) en verschillende instellingen ontstonden (het Instituut voor Tropische Geneeskunde, het Scheepvaartmuseum, …). Hij sloot ook een overeenkomst van gelijkheid en vrede onder de Antwerpse scholen. Het opzeggen van die overeenkomst door de socialisten betekende in 1932 ook het einde van de coalitie en van zijn burgemeesterschap. Hij bleef nog gemeenteraadslid tot 1938.
* In 1931 werd hij minister van Staat.
* Slechts 2 jaar was hij minister, in 1934-1935 en in die korte periode wisselden zijn bevoegdheden driemaal, over nijverheid, middenstand, handel, P.T.T, landbouw en openbare werken.
* De Kamer van Volksvertegenwoordigers koos hem in 1939 tot voorzitter.
* Datzelfde jaar werd hij ook de eerste voorzitter van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België.
* Gedurende de tweede wereldoorlog verbleef hij meestal in de Verenigde Staten en in Zuid-Amerika om er o.a. het standpunt van België i.v.m. de oorlog toe te lichten.
* Na de oorlog bleef hij voorzitter van de Kamer, tot april 1954. Hij was toen nauw betrokken bij de koningskwestie.
* In 1949 werd hij lid van de Raadgevende Vergadering van de Raad van Europa, later ook afgevaardigde bij de West-Europese Unie. Daarbij dient opgemerkt dat hij, behalve wellicht op het einde van zijn leven, een tegenstander was van een federale inrichting van Europa. (6)
* Van 1954 tot 1959 was hij Belgisch afgevaardigde bij de Verenigde Naties.
* In 1957 werd hij de eerste voorzitter van de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad. Hier dient opgemerkt dat hij altijd voorstander was van een goede buurtschap met Nederland.

Om studenten, het Vlaamse volk ‘bewust te maken' schreef hij vele artikels in kranten en tijdschriften. In 1911 was hij medeoprichter van het weekblad ‘Ons volk ontwaakt'. Tijdens de eerste wereldoorlog werkte hij mee aan ‘De Vlaamsche Stem', maar verliet het dagblad toen het in activistische handen kwam (7) en begon ‘Vrij België' mee uit te geven, weekblad van de ‘Vlaamse actieve passivisten'. Ook was hij in 1914/1918 medestichter van ‘De Standaard', leidde tot 1922 de redactie, stapte later op toen de krant een meer radicale houding aannam. In 1935 richtte hij dan, samen met o.a. Karel Van Cauwelaert, het gematigd katholiek vlaamsgezind weekblad 'Elkerlyc' op.
Ook was hij een begeesterend spreker, met breedgolvende zinnen en beeldende woorden (8), op vele vergaderingen, landdagen en meetings. (9) Zij waren pas af als Van Cauwelaert er het woord had gevoerd.

Geprezen als burgemeester van Antwerpen om zijn verwezenlijkingen, als volksvertegenwoordiger om de Vlaamse resultaten dankzij een geleidelijke aanpak; door Vlaams-activisten/nationalisten verguisd om zijn ‘minimumprogramma'. Maar ongetwijfeld een groot Vlaams politicus!

O.-L.-V.-Lombeek en omgeving
* ‘Mijn ouders hebben levenslang gezwoegd in zorgen. Ik kende de tijd dat wittebrood, zelfs voor pachterskinderen slechts zondagweelde was en dat de “pree” zich beperkte tot één koperen cent per week, juist genoeg om vier vijgen te kopen.' (10)
* ‘Ik heb als leerling van een vrije school mijn eerste onderwijs ontvangen in de ruïnes van een verlaten kasteel; ik ben daarna verhuisd naar de schuur van onze koster-onderwijzer, om eindelijk te belanden in de enige gemeenteschool, nadat vrede was bereikt op grond van een dienstregeling tussen twee onderwijzers, die met een gezonde pedagogiek niets te maken had: om de week wisselden de twee onderwijzers, als bewijs van hun gelijkwaardigheid, elkander af in de hoogste klassen.' (11)
* ‘Maar mijn interesse voor politiek is geboren uit vlaamsgezindheid en ook uit sociale bekommernis. Ik heb in mijn jeugd op het veld gestaan en met volksmensen deelgenomen aan de boerenarbeid. Ik heb daar deze mensen leren liefhebben om hun gehechtheid, hun eerlijkheid, maar ik heb ook hun miserie gekend. In mijn dorp bestonden toen nog zelfgebouwde lemen hutten met strooien dak en gedamde vloer. De boerenmensen kregen nooit vlees op tafel, tenzij als het kermis was. Met een loon van 0,75 fr. per dag moest een man zijn gezin onderhouden.' (12)
* ‘Mijn Vlaamschgezindheid is begonnen met een paar klappen om mijn ooren. Toen ik met Paschen 1895 tehuis kwam van het Klein-Seminarie van Hoogstraten, had ik mijn prijs van goed gedrag verloren, omdat ik bij mijn aanloop voor het glibberbaantje geroepen had “laat me los!”. Een speelkameraad had me bij mijn vest gepakt, en er stond juist een “surveillant” die mijn onbewaakt protest gehoord had. Een prijs van goed gedrag was geen kleinigheid voor een buitenjongen, die gedeeltelijk met een beurs studeerde. Mijn vader was woedend omdat hij niet in de oprechtheid van mijn uitleg had kunnen gelooven. Ik voelde dees vernedering als een groote grief en met gewettigde verontwaardiging tegenover het onwaardige taalregiem, aan hetwelk we toen in alle katholieke middelbare scholen van het Vlaamsche land nog waren onderworpen.
Met deze persoonlijke ervaring verbond zich een herinnering, die me was bijgebleven uit eenige jaren te voren. Een arme dompelaar van mijn dorp, die leed aan de vallende ziekte, was uit het leger ontvlucht. Hij werd ontdekt onder eenige stroobusseltjes boven den geitenstal van het oudershuis en kreeg bij het zicht der gendarmen een ontzettenden aanval. Hij werd gebracht in ons huis, maar er werd uit zijn omgeving niemand binnengelaten, zelfs niet de moeder. Het dreigde te ontaarden tot een gewelddadige volksopstoot, wanneer de gewapende macht de verwoede vrouw, die met een doornelaar wilde toeslaan, met een kolf van het geweer wilde treffen. Geheel deze onmenschelijke scene was het gevolg geweest van het feit dat de bevelhebber der gendarmen, in het Vlaamsche kanton Lennick, geen gebenedijd woord Vlaamsch verstond en vermoedelijk ook niet een deel van zijn manschappen. Zonder de tusschenkomst van mijn moeder, die in het Fransch de noodige opheldering kon brengen, ware misschien een ongeluk gebeurd.' (13)
* Toen hij al 25 jaar zijn geboortestreek had verlaten schreef hij: ‘Het Payottenland was ook een zeer bestreden gedeelte van onzen grond, het is een van de oudste haarden van onze beschaving en in den nieuwen strijd van ons Vlaamsch Volksleven tegen de verbasterenden invloed van de hoofdstad vormt het Vlaamsche Payottenland de voorwacht.' (14)
* In 1932 schonk hij aan de fanfare De Eendracht van O.-L.-V.-Lombeek een nieuwe vlag (ter gelegenheid van haar 100e verjaardag). In zijn jeugd had hij in de fanfare nog piston gespeeld.
* In 1960 werd aan het voormalige gemeentehuis van O.-L.-V.-Lombeek een gedenkplaat aangebracht.
* Te zijner hulde schonk de stad Antwerpen in 1972 aan de kerk van O.-L.-V.-Lombeek een brandglasraam.
* Op de verkaveling De Hoek werd de enige straat naar hem genoemd.
* Op zijn boekenbeurs herdacht Davidsfonds Roosdaal in 1980 met een voordracht en een tentoonstelling de 100e verjaardag van de geboorte van Frans Van Cauwelaert.

 

-----------------------------------------------------------------------
(1) Zoon van Emiel Philibert Van Cauwelaert en Caroline Seraphine Vossen. Broer van August Van Cauwelaert.
(2) Merkwaardig, in die periode was hij bijzonder secretaris van de directeur van het Thomistisch Instituut, Mgr. Mercier die hem (ook financieel) steunde in zijn universitaire ambitie. Volgens Lode Wils verloor Van Cauwelaert doorheen zijn Vlaamse strijd zijn persoonlijke belangen niet uit het oog (in ‘De Messias van Vlaanderen', Hadewych, Antwerpen)! Later kwam het tot een breuk en noemde Van Cauwelaert de uitspraak van Mercier inzake de minderwaardigheid van de Nederlandse taal ‘zeer betreurenswaardig'.
(3) Later werd hij ook doctor honoris causa aan de universiteiten van Santiago de Chile, Leuven en Gent.
(4) o.a. ijverde hij, als één van de ‘drie Kraaiende Hanen', voor de vernederlandsing van de Gentse universiteit.
(5) Tijdens de economische crisis van de jaren dertig kwam hij in opspraak. Zo werd hij er o.a. van beschuldigd getracht te hebben met overheidshulp het faillissement van de Algemene Bankvereniging (behorende tot de Boerenbond) te voorkomen. In processen werd hij echter van alle verdachtmakingen gezuiverd.
(6) Leo Tindemans: ‘Atlantisch Europa', Davidsfonds, Leuven, 1981, 149 p. Aldaar p. 7.
(7) Toch diende hij in 1926 een wetsvoorstel in tot algemene amnestie ten voordele van de activisten.
(8) Marnix Gijsen: ‘Ten huize van … 12', Davidsfonds Leuven, 1976, 356 p. + foto's. Aldaar p. 66.
(9) Ook in Nederland.
(10) ‘De schrijver en zijn jeugd' in ‘Dietsche Warande en Belfort', 1945.
(11) ‘Een groot vredeswerk' in ‘De Nieuwe Gids', 1959.
(12) Joos Florquin: ‘Ten huize van … 2', Orion/Desclée De Brouwer, 1971 2e druk, 346 p. Aldaar p. 229.
(13) Reginald De Schryver: ‘Uit het archief van Frans Van Cauwelaert 1', De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen, 1971, 362 p. Aldaar pp. 14, 15.
(14) Voorwoord in ‘Steden en Landschappen. IV West-Brabant', onder de redactie van Jan Lindemans en Stan Leurs, De Sikkel, Antwerpen, z.d.