boomstructuur: startpagina >
AZ-index > artikelindex O > O.-L.-V. > artikel


Onze-Lieve-Vrouwparochie/retabel, restauraties
- Op 31 juli 1846 stuurde de kerkfabriek een brief naar de koning met de vraag het retabel te mogen verkopen aan een particulier of instantie die het financieel aankon het te laten restaureren. Gevolg van de brief of niet … feit is dat de Brusselse beeldhouwer François Sohest in 1848 begon met de restauratie van het retabel. Hij verving talrijke architectuurelementen en herstelde, verving ook beelden die vermolmd of verdwenen waren. (1) Twee ervan dragen de handtekening van Sohest.

- Na opnieuw een diefstal van beelden in januari 1981 werd het retabel door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium, om restauratie maar ook om beveiliging, op 31 maart 1981 uit de kerk weggehaald. Meevaller was dat nog geen volle maand later bijna alle beelden van de laatste roof werden teruggevonden. De restauratie werd uiteraard grondig voorbereid, wat heel wat tijd in beslag nam. Ook het vinden van bekwame vaklui die de restauratie aankonden bleek een moeilijke opgave. De restaurateurs verwijderden insecten, lijmsporen en nagels. Ze reinigden het retabel en brachten een beschermende laag aan; 2600/3000 werkuren werden eraan besteed. Uiteindelijk werd op 6 juli 1983 het retabel naar de kerk teruggebracht en er de volgende drie dagen gemonteerd.
 

(2)
Daarna volgde een academische plechtigheid en in de Lombeekkring was er een drink.

Toen werd door het K.I.K. ook het voorstel gedaan om de ontbrekende beelden te laten bijmaken, waarschijnlijk met uit hout gesculpteerde beelden. Helaas werd daar niet op ingegaan. Even waarschijnlijk heeft toen ook de kostprijs meegespeeld. Edoch, de vraag om de leegtes in te vullen bleef sluimeren. Vanaf ca. 2021 begon men binnen de kerkraad de mogelijkheid te onderzoeken om via 3-D scanning en printing de afwezige beeldjes te vervangen, wat in 2024 ook gebeurde.

Eerst overwoog men uit te gaan van de gietvormen van de beelden van het bestaande gipsen afgietsel van het volledige retabel in het Koninklijk Museum voor Kunst en Geschiedenis te Brussel, maar die mallen lagen er wanordelijk bij, een aantal was zelfs beschadigd. Uiteindelijk heeft men er volgens Yves Van Schepdael aan gedacht ‘om de plaasteren kopie uit het museum in te scannen en dit te vergelijken met scans van ons houten retabel. De firma Kreate 3D uit Muizen bij Mechelen ontfermde zich enthousiast over het project. Helaas bleek een geprint testbeeld niet onmiddellijk aan de strenge eisen van het Kunstpatrimonium te voldoen. Terecht: we spreken hier immers over handelingen die worden uitgevoerd aan een uniek Vlaams Topstuk.
Gelukkig kon men het procedé om de beelden te printen nog heel wat verfijnen. Testen werden gedaan om te zien of alles in het bestaande retabel kon worden ingepast en de eerste beelden in kunsthars werden ingekleurd. Deze bleken wel te beantwoorden aan de strenge eisen. Het duurde dan ook niet lang meer vooraleer ook de administratieve toelating kon verkregen worden om aan het topstuk te mogen werken.
Een volgend probleem betrof het kleuren van de beelden. Er zijn namelijk heel wat kleurnuances in het retabel, zodat ieder beeld afzonderlijk diende gekleurd, bijgewerkt, soms opnieuw ontkleurd en zelfs voor een 2e of 3e maal moest worden geverfd. Na heel wat dagen te werken ‘in situ’, zelfs met enkele plaatselijke vrijwilligers, maar steeds onder de zeer deskundige leiding van de mensen van het KIK-IRPA, werd uiteindelijk voor alle nieuwe beelden een bevredigend resultaat bekomen.
Restte nog het plaatsen van de beelden in het retabel. Er moest zorgvuldig gewaakt worden dat de nieuwe beelden in kunsthars geen contact zouden hebben met het hout van het retabel. Daardoor werd op ieder contactpunt een dun laagje vilt of fineerhout bevestigd. Zo wordt interactie tussen de nieuwe beelden en het vroeg 16e-eeuwse topstuk vermeden. Houten pennen werden gesneden om de nieuwe beelden te fixeren in bestaande verbindingsgaatjes van de retabelkast, want ook het gebruik van lijm was uit den boze. Enkele kleinere attributen zoals een kookpan, de ontbrekende wijzer van het uurwerk en het borstelgedeelte van de kwispel werden in eikenhout gesneden.
Het mag gezegd worden: het heeft heel wat geduld, werk, tijd en vastberadenheid gekost om zover te geraken, maar het resultaat is ontroerend mooi. Het Huwelijk van Maria is terug een waardevol huwelijk, terwijl het voordien slechts op een gezellig onderonsje leek. De Wijzen aanbidden opnieuw het Christuskind, gezeten op een bed, op de schoot van zijn Moeder. De herders dansen wederom van blijdschap, omwille van de geboorte van de Heiland. Mozes beklemtoont terug de maagdelijkheid van Maria en de voordien ontbrekende profeten glunderen opnieuw omdat hun voorspellingen waarheid werden. Moeder Anna kan zelfs opnieuw gebruik maken van haar nachtelijke waterpot… En God…, Hij zag dat het goed was.’

Zo werd o.a. het tafereel met het huwelijk van Maria centraal weer vervolledigd met de beelden van Maria, Jozef en de priester en vooraan ook met het beeld van een vrouw met lange vlecht:

 

En kreeg de engel Gabriël opnieuw vleugels:
 





--------------------------------------------------------------------------------
(1) Het K.I.K. te Brussel heeft deze beelden kunnen aanduiden ook op basis van de houtkleuring en de wat stroevere stijl van het snijwerk.
(2 In 'Het Nieuwsblad' van 14/7/1983.






Aangevuld in december 2024.