boomstructuur: startpagina >
AZ-index > artikelindex S > artikel


Sint-Amandus

Parochie Borchtlombeek
Voor 1140-1146 was de parochie Borchtlombeek afhankelijk van de parochie Liedekerke, maar toen werd ze overgedragen aan de abdij van Ninove en waren de pastoor en eventueel de onderpastoor witheren, tot bij de Franse revolutie het patronaat van de abdij in 1795 werd opgeheven. (Tot 1761 bedienden de pastoor en vooral de onderpastoor ook de parochie Strijtem.)


1. - 1140

wordt aangevuld


2. 1140 - 1795

2.3.1. Pastoors
1592 - 1606: Facunes Judocus
1658 - 5/10/1690: Bogaerts Petrus
14/10/1690 - 28/9/1695: De Nayer Lambertus
30/9/1695 - 3/7/1699: Gerarts Cyprianus
juli 1699 - juli 1712: De Pape Augustinus
juli 1712 - 27/7/1735: De Coen Martinus
aug. 1735 - 30/7/1741: Vanden Bogaert/Bogaerden Gregorius
aug. 1741 - 13/6/1752: Vastersavents Judocus
28/8/1752 - 31/12/1788: Geerts Joannes Philippus/Petrus

2.3.2. Onderpastoors
1687: Charité Carolus
1699 - 1/3/1702: Vander Haeghen Cornelius/Ferdinandus
10/8/1717 - april 1718: Berghs Herman Jozef
4/6/1722 - aug. 1741: Vastersavents Judocus
aug. 1741 - juli 1751: Uyttenhove Joannes
juli 1751 - 28/8/1752: Geerts Joannes Philippus/Petrus
28/8/1752 - aug. 1754: Matt(h)é Cyprianus

2.3.3. Kosters
17xx: Steppe Joannes

2.5.1. Kerk
 


Op kaart van Philip De Dyn (1641) (1)

2.5.3. Klokken
* In 1602 noteerde de deken in zijn verslag dat er in de dekenij heel wat klokken werden ontvreemd, zo ook in Borchtlombeek.
* Op 23 september 1781 bleek de grootste van de drie klokken ‘geborsten'. Uiteindelijk is er begin 1790 ‘eenen vermaerden klok-gieter zig komen presenteren', met name de klokkengieters N. Simon en C. De Forest uit Bergen, die de opdracht kregen de klok te hergieten. Daarbij hoopte men in Borchtlombeek dat de oude klok voldoende ‘klokke spijze' zou leveren, maar uit een kwitantie van 4 juni 1790 blijkt dat de klokkengieters nog 178 pond spijs moesten toevoegen. Totale kostprijs: 361 gulden 4 stuivers, 2/3 betaald door de kerk en 1/3 door de peter en door de meter samen (2). Op 15 juni 1790 werd de klok gedoopt/gewijd door E.H. Fr. Van der Elst, ‘Land-deken van het district van sint peeters leeuw'. Peter was Jan-Baptist Carlier, pachter op het Hof te Kattem, meter Maria Magdalena Pepersack, echtgenote van burgemeester Jan Van Overstraeten. Na de plechtigheid ‘is tot dankzegginge gegeven geweest door den pastoor een zeer honorabel tractement in de pastorije' (3).
Waarschijnlijk heeft de klok niet lang in de toren gehangen want nadat de Fransen in 1794 onze streken hadden bezet, hebben zij in vele dorpen klokken meegenomen, vooral de grote, om ze te hergieten tot kanonnen.

2.6. Pastorie
Vermoedelijk in de tweede helft van de 12e eeuw ging de pastoor nabij het hof te Kattem wonen. Om verschillende redenen: de pastorie stond aldus op eigendom van de abdij van Ninove, binnen de Vrije Eigendom waarover de abdij de bestuurlijke macht had, meestal uitgeoefend door de pastoor. Ook boer zijnde woonde deze er bovendien dicht bij de gronden die hij (of beter zijn knecht(en) en meid(en)) bewerkte. Misschien speelde ook mee dat de pastoor zo geen keuze moest maken tussen zijn twee parochies Borchtlombeek en Strijtem.
In 1573 schreef de deken in zijn rapport dat het ‘curenhuys' of pastorie goed onderhouden was. In 1592 noteerde hij dat de pastorie afgebrand was. In 1638 werd de intussen weer opgebouwde pastorie met aanhorigheden verkocht.
Bijna 500 jaar woonde de pastoor op Kattem, nogal ver van zijn beide kerken. Daar kwam meer dan eens kritiek op, waarschijnlijk van de gelovigen die hun pastoor bij ziekte en sterven nabij wilden, maar ook van hogerhand. Zo rapporteerde de deken in 1627 dat de pastorie ‘longe restat ab eclesia' of al te ver van de kerk verwijderd stond.
Uiteindelijk liet abt Roelofs midden 17e eeuw (4) een nieuwe pastorie bouwen aan de Voetbeek (aan de huidige Kloosterstraat), duidelijk dichter bij beide kerken, maar toch nog steeds op de (vrije) eigendom van de abdij en dus nog dicht bij de gronden die de pastoor pachtte.

Op de kaart van Philip De Dyn (1641/1652) staan beide pastorieën getekend:
- ex-Pastorie nabij het hof te Kattem
‘Eerst daer den heere Pastor plach te woonen, commende aen thoff te Catthem, met drij zijden den munnincbosch, groot 6 dachwant 90 roeden.' De pastorie met schuur en stallen staan op de kaart duidelijk aangeduid.
- Pastorie nabij de voetbeek
‘... groot in den tijde alst eenen rotten meersch was 2 dachwant en 90 roeden. Aldaer den Eerwaerden Heere Prelaet Christianus Roelofs doen bouwen heeft een schoon Curenhuys met hof ende wallen.'
Voordien dus een rotte meers; daarom werd het laaggelegen bouwterrein verhoogd waarop een ‘hooghuys' (5) werd gebouwd, een pastorie die maar te bereiken was via een aantal trappen. Ook staan er stallingen en een schuur. Het geheel was omwald.

 


 

In 1667 plunderden Franse soldaten de pastorie., maar in 1703 noteerde abt Freysers in zijn dagboek dat hij de pastorie had bezocht: ‘... en ik vond er alles in verzorgde staat. Wegens brandgevaar heb ik geëist dat de brouwketel zou worden overgebracht naar een nabij gelegen kleine weide. Tevens beval ik dat onmiddellijk na de feesten van Sinksen de kamers aan de achterzijde van de pastorie terug moesten in behoorlijke toestand gebracht worden, maar daartoe beloofde ik het nodige hout te schenken.' Ook abt Van der Eecken liet omstreeks 1762 drie kamers aan- of verbouwen. Op 19 november 1786 brandde de helft van de pastorie af (en gingen ook de parochieregisters in de vlammen op).


------------------------------------------------------------------------
(1) De vierkantshoeve is het hof van Overstraeten.
(2) Er was overeengekomen dat ook de gemeente 1/3 zou betalen maar die liet het afweten.
(3) A.R.A., Parochieregisters Borchtlombeek.
(4) Mogelijke bouwdata:
Ca. 1638 toen de oude pastorie op Kattem werd verkocht? Bovendien staat ze al op de kaart van Philip De Dyn die naar eigen zeggen in 1641 de meting uitvoerde.
Ca. 1652 nadat de pastoor, volgens abt Roelofs, nog drie jaar inwoonde bij de pachter van het hof te Kattem? Of was er een andere reden waarom de pastoor nog niet aan de Voetbeek woonde? Heeft De Dyn in 1652-1653 zijn opmetingen nog aangevuld?
(5) Later zo omschreven.



wordt aangevuld

 

3. 1795 -

3.3.1. Pastoors
1830 - aug. 1851: Schellens Martinus Henricus, liet 2 klokken gieten en hangen.
19/9/1851 - 11/12/1879: Goossens Antonius
29/10/1940 - 24/12/1967: Cogneau Nestor
maart 1968 - september 2002: Vansnick Theo

3.3.2. Onderpastoors
1842 - 1849: Eyckmans Cornelius

 
3.5.1. Kerk aan het Kerkplein
Tegen de buitenmuur van het koor herinnert een gedenkplaat aan vier vroegere pastoors. Ook werden drie grafstenen van Borchtlombeekse notabelen ingemetseld.
 
3.5.5. Orgel
In 1824 bouwde Charles Van Peteghem uit Gent in de kerk een eenmanualig orgel met elf registers. Kostprijs 900 florijnen.
In 1900 heeft orgelbouwer Stevens uit Duffel het orgel grondig getransformeerd. Slechts een drietal oude registers bleven bewaard, alsook het frontpijpwerk met prestant en doublette-pijpwerk, de door Van Peteghem gerecupereerde 17e eeuwse flesvormige roerfluit en de zeer wijde Bourdon. Wel bleef de orgelkast, op de achterwand na, volledig bewaard.
Orgel beschermd bij K.B. van 11/9/1979.
 

foto 2016
 
3.5.6. Klokken
* In 1843 hing er in de toren nog maar één kleine klok die dan nog gebarsten was. Pastoor Schellens/de kerkfabriek lieten toen door klokkengieter L.J. Vanaerschodt-Vandengheyn uit Leuven 2 nieuwe klokken gieten en hangen: de kleinere klok met als toon la en versierd met 18 kleine en 1 goter reliëf(s) van Onze-Lieve-Vrouw, had een doorsede van 1 m en was 0,76 m hoog: de grote klok met als toon sol en versierd met 20 kleine reliëfs van Onze-Lieve-Vrouw en een grotere voorstelling van de H. Amandus, had een doorsnede van 1,11 m en was 0,87 m hoog. (1) Tegelijkertijd werd de gebarsten klok verwijderd en verkocht aan de klokkengieter.
De kerkfabriek en pastoor Schellens beloofden elk een klok te betalen. De pastoor met het geld dat hij op zijn bedeltocht in en buiten Borchtlombeek had ingezameld. Maar in 1851 was de parochie nog bijna de helft van de overeengekomen prijs schuldig aan de klokkengieter!
* Op 13 juli 1943 werd de grote klok door de Duitsers ontvreemd. Twee zware balken werden gedeeltelijk weggekapt en bij dat werk, dat vier dagen duurde, raakte het orgel vol stof. Op 20 januari 1944 werd ook de kleinere klok weggehaald. Toen werd de klok door de uitgebroken galmgaten aan de kant van de herberg Macken naar beneden gelaten, waarbij het dak van de kerk werd beschadigd en de goot afgerukt.
Daar deze klokken na de oorlog niet werden teruggevonden mochten bij klokkengieter Michiels jr uit Doornik twee nieuwe klokken besteld worden. De totale kostprijs van 107500 fr kon grotendeels betaald worden met de staatstoelage van 98657 fr.
De kleine klok, die 560 kg woog, werd opnieuw toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw. Peter was Ludovicus Michiels en meter Sabina De Paepe. De grote klok, die 789 kg woog, was zoals ook blijkt uit volgend opschrift toegewijd aan Sint-Amandus.
 

AMANDUS
ANNO DOMINI 1949
COGNEAU N. PASTORE IN BORCHTLOMBEEK
MEMBRIS CONSILII FABRICAE
E. VAN LAER
J. VAN DEN EECKHOUDT
X. EYLENBOSCH
A. VAN DEN NEST
R. DE GROODT
LOCUM TENEO AMANDI 1843, CAPTI AB HOSTE ANNO 1943 (2)
PAROCHIAE GAUDIA ET LUCTUS NUNTIO.
UTINAM DIU ET IN PACE!
ME SUSCEPERUNT EMILIUS VAN LAER ET
MARIA-THERESIA DEMEESTERE (3)
ME FUDIT MICHIELS JR. TORNACI

 

Op 22 mei 1949 wijdde Mgr. Van Cauwenberghe de beide klokken. Enige tijd later werden ze over het dak heen in de toren opgehangen.

 
3.6. Pastorie
De pastoor bleef aan de Voetbeek wonen, in een verwaarloosde pastorie, vrij ver van de kerk. Toch duurde het nog tot begin de jaren (18)30 vooraleer de plannen ‘tot het maeken van een nieuw pastoraal thuis' vaste vorm kregen. Joanna Catharina Agnes Van Overstraeten had erover gehoord en bood 515 Nederlandse gulden aan de kerkfabriek. Voorwaarde: 'zolang de pastorie zal bestaan moet de pastoor elke week een lof doen met uitstalling van het sacrament des altaars en onder 't spelen van het orgel' (4). Na wat onderhandelen kon de kerkfabriek een stuk grond kopen, 24 Nederlandse roeden groot en gelegen nabij de kerk (aan de huidige Pastoriestraat): kostprijs 250 gulden. Uiteindelijk kwam de pastorie klaar in 1833, met volgens plan een stal, een waterput, een kelder, 5 kamers boven en 5 kamers beneden. Kostprijs 8144,42 fr; betaald met de verkoop van de oude pastorie (4656,08 fr) (5) en van schors van de eiken gebruikt bij de bouw (72,56 fr), met giften van particulieren (2063,53 fr) en een bijdrage van de gemeente (1164,02 fr), samen 7956,19 fr. De kerkfabriek moest dus nog 188,23 fr bijpassen.
Uiteraard moest in de loop der jaren nu en dan hersteld/vernieuwd worden. Zo werd omstreeks 1908 de vloer in de eetkamer vervangen door een plankenvloer en werd de plankenvloer in slaapkamer van de pastoor vernieuwd. Eveneens werden toen alle sloten vervangen. Ook nog recentelijk werd gerenoveerd aan de pastorie (nieuw dak, nieuwe afsluiting, ...).

3.7. Kerkhof
Tot 1977, jaar waarin een nieuwe begraafplaats op de Rustheuvel werd aangelegd, werden de Borchtlombekenaren begraven op het kerkhof rond de kerk. In 1990 liet de gemeente het kerkhof ontruimen (met mogelijkheid tot het overbrengen van de doden naar de nieuwe begraafplaats). Heden herinnert, links van de kerk, de (verplaatste) gedenkzuil aan de gesneuvelde soldaten, nog aan het vroegere kerkhof en rechts verwijst ook de tekst onder het Christusbeeld ernaar.
 

Christus, Koning van het Heelal,
geef allen die hier rusten
toegang tot uw Rijk!

foto 2014
 
3.8. Kapellen-kapelletjes, beelden, kruisen
* Bij het begin van de Stampmolenstraat staat een arduinen O.-L.-Vrouwkapel waarvan het bouwjaar nog leesbaar is, 1723.
* Aalsterse bedevaarders naar O.-L.-Vrouw van Halle bouwden in 1962 aan de Kraanstraat, halverwerwege hun bedevaartsweg een kapel, 'Stoksken-ten-Halven', met een mooi O.-L.-Vrouwbeeld (van Gerald van Molle).
 

foto 2008
 

-----------------------------------------------------------------------
(1) Verschillende bronnen geven ook verschillende gewichten. In een briefwisseling van en met burgemeester Carlier wogen de klokken respectievelijk 239 kg en 597 kg , maar volgens de ontvangstbewijzen opgesteld door de Duitsers in 1943/1944 wogen ze 570 kg en 770 kg !
(2) Beide klokken verwijzen naar hun voorgangers uit 1843 en naar de roof in 1943/1944.
(3) Peter was dus Emilius Van Laer en meter Maria Theresia Demeestere.
(4) Verslag van de kerkfabriek van 16 oktober 1831.
(5) Koper van de oude pastorie in 1833 was priester Judocus van Overstraeten, broer van Joanna Catharina. Die oude pastorie werd eerst klooster van de zusters Apostolinnen, daarna van de zusters Franciscanessen, deze door schenking van Joanna Catharina.