boomstructuur: startpagina >
AZ-index > artikelindex B > artikel


Bogaert(s) Petrus

Pastoor te Borchtlombeek van 1658 tot 1690

* Norbertijn van de abdij van Ninove, geprofest eind 1637.
* In 1658 werd hij pastoor van Borchtlombeek en Strijtem (1).
- Op 20 april 1666 kreeg hij van zijn abt de toelating 'zijn ziek neefje bij hem op te nemen, om zorg voor hem te dragen daar hij aan beenderziekte lijdt en in de onmogelijkheid verkeert te arbeiden. Dit uit zuiver aalmoes.'(2)
- In 1667 zijn Franse soldaten binnengedrongen in de pastorie en hebben het ledenboek van de Confrerie van de Zoete Naam Jezus 'heijligschennende weggenomen en verwoest.' Noodgedwongen is pastoor Bogaerts toen een nieuw ledenboek begonnen waarin hij inleidend zijn ergernis uitschreef over de gebeurtenissen en ook zijn spijt omdat 'de Naemen der medebroeders en medesusters' voorgoed verloren zijn en 'alleen gelaeten in de Gedachtenisse van den alwetenden Godt.'(3)
- Op 2 februari 1686 kreeg hij de goedkeuring van zijn abt om aan de parochiekerk '100 patacons te schenken voor herstellingswerken aan de bevloering van de kerk en 150 guldens voor het vervaardigen van een ciborie, op voorwaarde echter dat die kerk jaarlijks en voor eeuwig zal verplicht zijn een plechtig jaargetijde te doen celebreren voor zijn zielerust en deze van zijn moeder die er begraven ligt.' (2)
- In 1687 moet pastoor Bogaerts weerwerk hebben gekregen van sommige parochianen van Strijtem bij het verzamelen van 'tienden voor zijn pastorale competentie'. De abt gaf hem een 'schrift' dat hij daartoe het recht had (2).
* Blijkbaar was hij een vertrouweling van zijn abten.
- Op 3 juni 1667 gelastte abt De Neve hem het geruzie binnen de abdij van Ninove te gaan aanpraten bij de abt van Park.
- In september 1689 raadpleegde abt De Moor hem, als senior der paters, over het voorstel de parochiekerk van Ninove voorlopig ook dienst te laten doen als abdijkerk. Pater Petrus antwoordde 'heel wijs' dat die kerk daar niet geschikt voor was want, en misschien is zijn argumentatie wel typerend voor hem: 'Moesten we er onze diensten houden, zou dit voor de meesten aanleiding kunnen geven de misbruiken te aanschouwen van quotidianisten, vooral gedurende de wintertijd wanneer het duister is en dan bepaalde confraters, wanneer ze niet door de oversten bekeken worden, op te gemoedelijke wijze met personen van het andere geslacht en nog andere inwoners van de stad, aan het praten gaan, enz. Bovendien is er het koor te ver verwijderd van onze abdij, waardoor alleen reeds te veel gevaren zouden moeten gevreesd worden.'(2)
* Pastoor Bogaerts overleed op 5 oktober 1690, te Ninove in het infirmitorium van de abdij, 'waar hij gevlucht was voor de Brandenburgse soldaten die deze goede man als een ongewenste hadden verjaagd en zodoende hem voorbarig naar het graf hebben gesleept.' (2)


-----------------------------------------------------------------------
(1) Hij was er ook landbouwer en bierbrouwer. Over hem schreef zijn deken: 'Sommige pastoors zijn meer boer en geneesheer dan parochieherder'.
(2) In de 'Dagboeken' van de prelaten der Norbertijnenabdij van Ninove.
(3) A.R.A., Parochieregisters van Borchtlombeek.