boomstructuur: startpagina >
AZ-index > artikelindex D > artikel


de Wyels Emiel

Dom Franco de Wyels, van 1951 tot 1962 abt van de abdij van Affligem

Boven de ingangsdeur van de abdij van Affligem staat de Heilige Benedictus, gebrandschilderd tussen de wapenschilden van de abdij en van abt Franco de Wyels (1), onder wiens bestuur de huidige hal in 1954 werd ingericht. Ook als men door de kloostergangen loopt 'botst' men in de portrettengalerij der abten op Franco de Wyels.

 


foto 1960

 

Emiel de Wyels werd geboren te O.-L.-V.-Lombeek op 18 augustus 1884 (2). Nadat hij middelbaar onderwijs had gevolgd aan het Klein Seminarie te Hoogstraten (3), trad hij, zestien jaar oud, op 10 september 1900 binnen in de abdij van Affligem. Op 5 oktober 1901 legde hij de eerste geloften af, werd Dom Franco genoemd. In 1902 vertrok hij naar Rome, studeerde er in Sant'Anselmo, de pauselijke hogeschool der benedictijnen, promoveerde in 1905 tot doctor in de filosofie, in 1909 in de theologie. Intussen had hij in 1904 de eeuwige geloften afgelegd en was hij op 18 augustus 1907 priester gewijd. In 1910 nam hij te Affligem de redactie (4) op van het Liturgisch Tijdschrift en van Kerkelijk Leven (5). In 1912 werd hij prior van de abdij.
Gemobiliseerd in 1914 kwam hij in oktober, met het zich terugtrekkende Belgische leger, achter de IJzer terecht. Als brancardier bracht hij gewonde soldaten naar de medische hulpposten, hielp gedode soldaten begraven. Ook als aalmoezenier, aangesteld in december 1914, was hij zijn soldaten in de frontlijn nabij (6), ervoer hij de verschrikkingen van de oorlog, maar eveneens genoot hij van de voordelen toen priester te zijn en van te behoren tot de hogere kringen van het leger (7). Als brancardier, aalmoezenier, droeg hij wanneer de omstandigheden het toelieten dagelijks de mis op en vertoefde hij meermaals in het ‘rustkantonnement' Alveringem waar hij Cyriel Verschaeve ontmoette die er kapelaan was. Beiden waren onstuimig van karakter, maar Dom Franco was toch gematigder Vlaams, meer aanleunend bij Frans Van Cauwelaert (8).
Begin 1919 keerde Dom Franco terug naar Affligem (9) en nam er de draad weer op, heel actief: prior en ook novicemeester, tevens hoofdredacteur van het Liturgisch tijdschrift. Tegelijkertijd doceerde hij liturgie aan de Hogeschool voor Vrouwen te Antwerpen. In 1921 richtte hij te Hekelgem de benedictinessenabdij Maria Mediatrix (mede) op. Onder invloed van Frans Van Cauwelaert wou hij te Heide-Kalmthout (10) een Nederlands college opstarten, maar zijn plan werd door sommige confraters en oversten gecontesteerd. Daarop nam Dom Franco in 1922 ontslag als prior, vertrok naar Rome om in Sant'Anselmo professor theologie te worden (11). Van 1923 tot 1926 was hij er ook vice-rector. Dan keerde hij naar België terug, evenwel niet naar Affligem, maar naar de pas opgerichte priorij van Amay-sur-Meuse (12), waar hij novicemeester werd. In 1930 echter werd hij teruggeroepen naar Affligem om er theologie te doceren en in 1941 werd hij er weer prior. Omdat hij eind april 1944 twee Duitse deserteurs één nacht had geherbergd werd Dom Franco op 12 mei 1944 in Merksplas opgesloten en kwam pas vrij bij de bevrijding.
Op 25 januari 1951 verkoos de kloostergemeenschap hem tot 39e abt van Affligem, op 27 maart werd hij gewijd. Opmerkelijk was dat hij in 1952 te Diksmuide, ofschoon hij zich na de jaren '20 berustend in het klooster had teruggetrokken, toch de eerste steen van de nieuwe IJzertoren zegende en er de bedevaartsmis celebreerde. Dom Franco de Wyels bleef abt, tot hij na een zware operatie op zijn vraag, op 19 maart 1962 ontslag kreeg. Hij stierf enkele maanden later, te Affligem op 25 juni 1962.

Op zijn doodsprentje werd hij getypeerd als:

 

Op en top militair, was Vader Abt van nature een strijdersfiguur. Niet alleen als brancardier en aalmoezenier heeft hij in de vuurlinies gestaan, ook als monnik en priester heeft hij pionierswerk verricht: hij was een van de werkers van het eerste uur in de liturgische en oecumenische beweging. Ook was hem geen moeite te veel waar het ging om de stichting van zijn geliefde, nu zo bloeiende abdij van benedictinessen.

 

---------------------------------------------------------------------
(1) de Wyels: een adellijke familie, van oorsprong uit het Land van Kleef. Zijn voorouders woonden een tijdlang op Rokkenborch te O.-L.-V.-Lombeek.
(2) Zoon van Felix de Wyels en Antonia Walravens.
(3) In die periode groeide ook een blijvende vriendschap met dorpsgenoten Frans en vooral met August Van Cauwelaert, die er ook studeerden. In 1904 trouwde hun oudste broer Jan Hendrik met een zus van Dom Franco.
(4) Samen met zijn Nederlandse confrater Willem van de Kamp.
(5) Waaruit in 1915 het gekende Affligemse Volksmisboek ontstond.
(6) Driemaal gewond, werd hij voor moedig gedrag in 1918 ridder in de Kroonorde.
(7) o.a. genoot hij regelmatig van een goede maaltijd en/of een glas wijn, reisde hij meermaals naar Frankrijk en Engeland.
(8) Verleyen Wilfried: 'De relaties van de Vlaamse voorvechter en letterkundige Cyriel Verschaeve (1874-1949) met Dom Franco de Wyels (1884-1962) monnik en later abt van Affligem' in 'Eigen Schoon en de Brabander' LXXXIII, 10-11-12. Aldaar pp. 401-418.
Dom Franco kreeg tijdens wereldoorlog I lectuur van Verschaeve, vergaderde met hem e.a. over het versmelten van twee Vlaamse kranten, werkte met Verschaeve e.a. mee aan het 'Mis- en Gebedenboek van den Vlaamschen soldaat', ...
Nadien bleef, ondanks verschillen/geschillen/verwijdering, de waardering toch wederzijds.
(9) Werd eind mei 1919 nog opgeroepen voor het bezettingsleger en vertoefde nog anderhalve maand in Krefeld.
(10) Waar de abdij toen een afhankelijke stichting had.
(11) Volgens André Teirlinck 'weggepromoveerd' omdat hij als novicemeester met de jongeren gestalte wilde geven aan 'een nieuw abdijleven'. In 'Aalmoezenier de Wyels Dagboek van een Vlaamse benedictijn tijdens WO I', Lannoo, 2012, 167 p. Aldaar p. 7.
(12) De monniken baden en werkten er voor de hereniging van de westerse en oosterse christenen. In 1939 verhuisden de monniken naar Chevetogne.