| |
Geboren te Pamel op 7 mei 1932 (1) en overleden te Aalst op 23 mei 2025.
Eerst stapte Herman samen met zijn zussen de Hogeberg (Kluisberg) op naar de kleuterschool van de zusters op Ledeberg. Vanaf 1938 ging hij daarna naar de gemeentelijke lagere school in Pamel.
In 1942 werd hij misdienaar. Hij vertelde er graag over, o.a. hoe hij en nog drie leerlingen, bij een begrafenis al om kwart voor tien hun klas mochten verlaten en hoe ze de tijd rekten om voor de middag niet meer te moeten terugkeren naar de klas, tot afgunst van hun medeleerlingen.
Het 6e leerjaar mocht Herman overslaan om in de vierde graad nog het 7e leerjaar te volgen bij zijn vader! Daarop trok hij naar het Sint-Aloysiuscollege te Ninove. Maar pas nadat hij er in een voorbereidend jaar vooral zijn Frans had aangescherpt (2) kon hij er de Grieks-Latijnse starten: eerst drie jaar in Ninove en dan drie jaar als intern in het college te Geraardsbergen. Vervolgens werd hij aan de Universiteit Gent licentiaat in de Germaanse Filologie met als eindwerk: ‘Beeldspraak en vergelijking in het Pamels dialekt’ (1956).
Niet naar Leuven maar naar Gent omdat dit de goedkoopste oplossing was.(3)
Dan klopte Herman 18 maand legerdienst bij de luchtmacht: 3 maand opleiding tot reserveofficier te Baulers, 3 maand les in de technische school van de luchtmacht op Saffraanberg over radarsystemen en 1 jaar toepassing ervan in de radarbunker te Glaaien. Hij zwaaide af als onderluitenant en werd na twee kampen luitenant.
Een gedegen opleiding en de verstandhouding was echt wel in orde. (3)
Daarop gaf Herman eerst een jaar les in een school in Deinze, dan was hij twee jaar leraar Frans (!) in het VTI in Aalst, tot hij in 1960 kon beginnen in het Sint-Aloysiuscollege te Ninove. Hier gaf hij in de hogere cyclus Engels, Duits, Nederlands maar ook geschiedenis en kunstgeschiedenis. Toen het Instituut Heilige Harten de hogere cyclus opstartte gaf Herman er als vrijwilliger nog wat overuren. ’27 of 28 uur les geven en daar alle voorbereidingen bij, ik heb me toen kapot gewerkt’ zei hij achteraf. (3) In 1982 is hij dan om gezondheidsredenen gestopt als leraar.
Zijn lessen verliepen voornamelijk frontaal, het boek volgend. (4)
Ongehuwd bleef Herman in het ouderlijk huis (Gasthuisstraat nr. 114) wonen, samen met zijn broer Kamiel (tot 2002) en zijn zus Margriet (tot 2016).
In 1964 ijverde hij voor het behoud van Pamel als naam van de fusiegemeente en later vond hij de gemeentevlag van Roosdaal met de vier rozen een miskleun, omtrent 2000 was hij medewerker bij de Academie van de West-Brabantse dialecten, in 2005 werd hij lid van de Kerkraad van de Sint-Gaugericusparochie, in 2011 richtte hij Erfgoed Rausa mede op en was hij het die de naam Rausa aanreikte.
‘Geschiedenis zat al van kindsbeen in mij’. (3)
Zijn vader vertelde vaak over de troebele periode van WO I en ook de bunkers (WO II) maakten een diepe indruk op Herman. Later wou hij er meer over weten. Nog toen hij leraar was sprokkelde hij heel wat informatie in het archief van het leger (Brussel) en in het Kwartier Koningin Elisabeth (Evere). Echter bleven zijn notities geruime tijd ongeordend liggen. Maar vanaf 1982 nam hij ze terug onder handen en begon over plaatselijke geschiedenis te schrijven, … hij kreeg de smaak te pakken. Vaak ging hij met mogelijke getuigen praten, meermaals samen met zijn neef Gerard, deed veel onderzoek in o.a. parochie- en gemeentearchieven, abonneerde zich op verschillende tijdschriften, schreef naar tal van binnenlandse en buitenlandse instanties om informatie, … En uiteraard speelde ook zijn opleiding als germanist mee in zijn aandacht voor namen, uitdrukkingen, liederen, ... al of niet in het plaatselijk dialect.
* Veruit de meeste artikelen schreef Herman voor het ‘DF-Klokje’, het tijdschrift van Davidsfonds Roosdaal.
- Hij had het meermaals over WO II, zo o.a. in 1982 in het artikel ‘De Meidagen 1940 in Pamel en omstreken’, over zijn eigen ervaringen: ‘Op 19 mei, omstreeks 10 uur komt een Duitser naar “Eier” vragen. Mijn moeder bezorgt ze hem en komt schreiend van angst de kelder ingelopen.’ Maar ook over zijn later opzoekingswerk: ‘Verder zoeken was dus nutteloos tot ik in het archief van “De historische dienst van de Krijgsmacht” in Brussel fotocopieën aantrof van het zich in Washington bevindende restant – intussen aan de DBR teruggegeven – van het archief van de (Duitse) 14e infanteriedivisie.’ (= divisie die in Pamel vocht.)
Gevolgd de jaren nadien door nog vele artikelen over de (twee) Wereldoorlog(en), o.a.:
‘Engelse militaire graven te O.L.V.-Lombeek’

‘Pamelse gesneuvelden en hun regiment’

‘Pastoor Janssens en Wereldoorlog II’
‘Op 12 mei gaf ik op de preekstoel aan de mensen de raad niet te gaan vluchten.’
‘De IJzeren muur in Pamel en Meerbeke’
‘Al was hij niet zo beroemd als de Chinese muur, niet zo berucht als de Berlijnse, toch heeft er een goeie veertig jaar geleden in Pamel en Meerbeke een IJzeren muur gestaan.’
‘En toen viel het hier bij ons allemaal uit de hemel’
‘Het verhaal van een piloot, vliegende en andere bommen, granaten, benzinetanks, talrijke strooibriefjes, ontelbare aluminiumstrips en … onschuldige duiven die uit de hemel “vielen”.
‘Pamelse weggevoerden en werkweigeraars tijdens WO II’
‘Jozef De Dobbeleer was één van de Pamelse werkweigeraars die door de Duitsers werd aangehouden en gedeporteerd naar Duitsland.’
‘Spotliedjes uit Wereldoorlog II’
‘O Hitler mène jongen
wa zèje toch begonnen,
met je stuka’s en je bommen
zul je nooit in Engeland kommen.’
In het laatste Klokje in 2014 keerde Herman ‘Nog even terug naar Wereldoorlog II’.
‘Van einde 1938 tot einde 1944 hadden we hier te maken met achtereenvolgens Belgische, Duitse en Engelse troepen. ... Zo waren de Engelsen in Pamel ingekwartierd op 86 verschillende plaatsen.’
Wereldoorlog I kwam hier maar sporadisch aan bod o.a. in:
'Even terug naar Wereldoorlog I Zotte Maandag!'
‘… de paniekerige vlucht voor de Duitsers op 24 augustus 1914 van vele jonge mannen in Pamel en omstreken’
- Herman putte vele artikelen in de gemeentearchieven, zoals o.a.:
‘Brand en blussen in Pamel in 1823’
‘Reglement ter voorkoming van brand en van het blussen van brand voor de gemeente Pamel’
‘De wekelijkse markt in Ledeberg en de fruitmarkt aan de Belle Alliance’
‘Was er in Ledeberg al een jaarmarkt sedert 1816, een wekelijkse markt kwam er pas in 1936, 12 jaar nadat de fruitmarkt aan de Belle Alliance was opgericht.’
‘Pamel, het station in Okegem, de brug over de Dender en een weg van groot verkeer’
‘In de notulen van de Pamelse gemeenteraadszittingen is er geen enkele periode geweest waarin de vroede vaderen zoveel gepalaberd hebben over “la route de grande communication” (vanaf de Dender naar de Belle Alliance en verder …) en over de brug over de Dender als in de jaren 1846-1866.’
‘De armoede in Pamel in het midden van de 19de eeuw’
‘De gemeenteraadsleden stellen vast dat de ziekte der aardappels eenen hongersnood aan vele arme werklieden dezer gemeente zal toebrengen …’
‘De landbouwtelling van 1846 in Strijtem’
‘Over het algemeen wordt in Strijtem op 1/4 van de akkers tarwe geteeld, op 1/5 rogge, op 1/6 koolzaad, op 1/8 haver, op 1/8 klaver en voor de rest aardappelen en lentevruchten.’
‘Uit het register van de processen-verbaal van Borchtlombeek van 1827 tot 1864’
‘De hele reeks -in totaal zijn er 63 P.V.’s- beperkt zich tot een vermoeden van moord, diefstallen, al of niet met inbraak, burenruzies, vechtpartijen, straatruzies, caféruzies, mishandelingen, brandstichtingen, bedreigingen, een verkrachting en een zelfmoord.’
‘Een en ander uit de verslagen van de zittingen van de gemeenteraad van O.-L.-V.-Lombeek van 1867 tot 1926’
‘Volgens het verslag van 3 juli 1878 telde de gemeenteschool 120 à 130 leerlingen, uiteraard van zeer verschillende leeftijd en aanleg. En dat voor 1 onderwijzer! Een onmogelijke opdracht. Er moest een hulponderwijzer bijkomen.’
I
- Ook de archieven van de parochies en van het aartsbisdom waren voor Herman bronnen van informatie, o.a.:
‘Pamel’s schoonste dag’
‘Groote H. Hartfeesten opgeluisterd door de tegenwoordigheid en onder de hooge bescherming van Zijne Eminentie Kardinaal Van Roey, Aartsbisschop van Mechelen.’
‘Over oude en nieuwe klokken in Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek’
‘De klokken die in 1943 geroofd werden, waren de grootste klok en de kleinste van de drie. Ze waren op 2 dagen na juist 71 jaar toen ze werden weggehaald.’
‘Een nieuwe pastorie in Borchtlombeek’
‘Het plan voorziet een stal, een waterput, een kelder, 5 kamers boven en 5 beneden.’
‘Kattem: een nieuwe parochie en een nieuwe kapel’
‘De bevolking van Kattem bestaat vooral uit mijnwerkersgezinnen en de oprichting van een kapelanie zou het vervullen van hun zondagse verplichting zeer vergemakkelijken.’
- Soms schreef Herman een ganse reeks artikelen:
met o.a.:
‘Van een petitionnement vanwege de Poelkenaren’
‘De ondergetekende inwoners der wijk Poelk nemen de eerbiedige vrijheid Ued. te verzoeken een baan van grote gemeenschap te willen doen leggen, …’
‘Loflied op De Kroon, een onlangs verdwenen café’
‘Het beste plekje in ons land
dat is café De Kroon.
Men zet de zorgen aan de kant
in het café De Kroon.’
'Uit de oude doos'
Een reeks gespreid over de jaren 2004 tot 2012, van telkens meestal één oude foto waarbij "wanneer, waar, wie" zoveel als mogelijk werd aangegeven. Zoals bij b.v. een foto uit:
1904 van de werklui, waaronder Pamelaars, aan de in opbouw zijnde kerk;
1937 van de Pamelse kerkschoonmaaksters;
1938 van de Pamelse meisjes-communicanten;
1946-1947 van de kleuterklas in het I.M.I. van juffrouw Emilienne De Ro.
- Het ‘Pamels’ kwam naar boven o.a. in:
‘Van Nieuwjaarke zoete, oudejaarsdag … en andere versjes’
‘Iffra Marieke,
ik kan e skoë lieken.
Ge meeg mè nie te lank laute staun
want ‘k moe van ie op een ander gaun.’
‘Een beetje Pamels’
‘In een beperkt aantal gevallen valt de r op het eind van een woord weg: in een skie meegde me papie gië vie mauken mo ge meegt’er wel een pinjt bie drinken.’
‘Een beetje Pamels, algemeen Nederlands, Frans, Engels, Duits, enz ...
‘Iedereen herinnert zich nog wel de tijd dat hij leerde fietsen, of om het op zijn Pamels te zeggen “per velau” rijden.’
- Nu en dan had Herman bijzondere aandacht voor o.a.:
‘De Lombeekse motie van 2/8/59’
‘Nog weinigen zullen weten dat het de toenmalige burgemeester van Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek was, Emiel Van Cauwelaert, die het initiatief genomen had om te reageren tegen de talentelling’.
‘De plechtige inhuldiging van dokter A. Roosens als burgemeester van Pamel op 7 juni 1959’
‘De stoet bestond uit 52 groepen en wagens waarin en waarop de verschillende wijken en verenigingen allerlei herinneringen uit de geschiedenis van de gemeente, uit het leven van de burgemeester en ook typische bedrijvigheden van de gehuchten hadden uitgebeeld.’
‘De verkoop van het kasteel in de Kammeersen’
‘In 1784 verkocht de laatste adellijke eigenaar, Othon-Henry d’Ongnies zijn Pamels kasteel aan de Meerbekenaar Jan Francis Cosyns.’
- Jaarlijks werd het extranummer van het ‘DF-Klokje’ uitgegeven in boekvorm, waarvan Herman zesmaal de auteur was, o.a.:


Hij schreef eveneens hoofdstukken in enkele andere extranummers, o.a. in het extranummer ‘n’en Dubbele’ (1995) een artikel over:
(5)
Ook schreef hij talrijke aanvullende, corrigerende artikelen in het tijdschrift zelf.
* Enkele keren schreef Herman ook in/naar ‘Eigen Schoon en de Brabander’, zo in 1991 over ‘Brabantse woorden’ waarin ’De dialectwoorden werden getoetst en voorgelegd aan een tiental zegslieden uit Pamel, 45 tot 80 jaar oud.’
* Vanaf 2005 schreef Herman eveneens in het parochieblad ‘Kerk en Leven’, o.a.:
‘De overledenen van de Sint-Gaugericusparochie’
‘In een gebedswake op Allerheiligen 2013 werden 13 vrouwen en 17 mannen herdacht, overleden tussen 1 november van 2012 en van 2013. De gemiddelde leeftijd van de vrouwen was 83,92 jaar, van de mannen 81,29 jaar.
‘Hoe heten onze vormelingen en wat is de betekenis van hun voor- en achternaam? Lange reeksen van artikelen in 2001, 2002 en 2003’

‘Everaet, een patroniem van de Germaanse voornaam eburhard: ever-sterk, dus zo sterk als een ever(zwijn).’
‘Uit het rijke Roomse leven’
‘Als bekroning van het Mariajaar in 1954 was er in Pamel van 5 tot 8 december een Mariatriduüm en werd er o.a. gedurende drie dagen zonder onderbreking het rozenhoedje gebeden van halftien tot halftwaalf door de schoolkinderen en van twee tot acht door de andere parochianen (per wijk)!’
* Met het stopzetten van de uitgave van het DF-Klokje begon Herman in 2014 te schrijven voor ‘Rausa’, het tijdschrift van Erfgoed Rausa, o.a.:
‘De voddenraper van Roosdaal’
'De blikvanger van het domein van P.A. was natuurlijk het imposante standbeeld, vooraan op het domein, dicht bij de Ninoofsesteenweg.'
‘‘Een snuif Pamelse herinneringen’
‘Men had hem (= zijn vader) zelfs voorgehouden dat, indien je het assekruisje de hele veertigdagentijd kon bewaren, je van de pastoor een nieuw kostuum zou krijgen!’
‘Klap van hier’
‘Sebiet, sevves, flees. Welk van de drie woorden in ons dialect het meest gebruikt wordt, is moeilijk te zeggen.’
* Ook gaf Erfgoed Rausa twee extranummers uit van Herman. (Het eerste nog in samenwerking met Davidsfonds Roosdaal.)
 
Eveneens werd zijn eindwerk als germanist belicht in twee hoofdstukken van het extranummer ‘(Roos)Talig Erfgoed’.
Herman schreef zijn teksten zo waarheidsgetrouw mogelijk, resultaat van nauwkeurig onderzoek. Een preciesheid waardoor hij vooral langere teksten tot op het laatste moment aanpaste. En als er dan na het afdrukken toch nog (tik)fouten werden gevonden voegde hij er meermaals een lijstje aan toe met de correcties. Bovendien schreef hij vaak in latere nummers nog correcties of aanvullingen.
Ook voelde men in vele teksten weemoed, tristesse om wat verloren ging.
In 2009 schreef hij in het DF-Klokje: ‘Volgens een Europees waardenonderzoek van enkele jaren geleden noemt een meerderheid van onze tijdgenoten zichzelf als “gelovig” of “religieus”. Maar die religiositeit wordt steeds maar vager en vager. Men heeft het niet langer over “God” maar over “iets”, er zal wel “iets” zijn, “iets” moet toch aan de oorsprong liggen van het universum. …… Deze vaagheid heeft alles te maken met de dramatische afname van de kerkbetrokkenheid van de laatste 30 à 40 jaar. Een eerste generatie van kerkvreemden zal misschien nog enigszins vertrouwd zijn met een aantal verhalen, bij een tweede generatie zal er in het beste geval nog slechts een vage religiositeit overblijven. En bij een derde generatie ??????’
Was het voor hem een van de redenen om over wat verloren ging te schrijven?
|