boomstructuur: startpagina >
AZ-index > artikelindex D > artikel


De Croon

Vroegere herberg op Ledeberg

Een vroegere herberg met een zekere standing, aan de Ledebergdries, op de hoek met de huidige Ledebergstraat.
Of de vroegst gekende bewoners van het pand, Aert Van Belle (+1666) en Catharina Neetens al herbergiers waren is niet geweten, maar zeker waren zij boeren op een kleine boerderij. In 1644 trouwde hun dochter Elisabeth met Peeter Kestens uit Outer, en bleven inwonen. Rond 1670 was hun ‘behuijsde stede … paelende met drije sijden den Driesch van Ledeberch en de ter vierder tegen de Capelle weijde … achthien roeden ses voeten' groot (1). Intussen hadden zij ook nog andere gronden verworven. Peeter overleed in 1676 en werd opgevolgd door zoon Aert, in 1673 getrouwd met Maria de Vi(d)ts. Hij zou de boerderij verder uitbreiden: in 1685 was hij eigenaar of pachtte hij 20 percelen land en weide, met een gezamenlijke oppervlakte van 36 dagwand 75 roeden (2) (3). Het erf op Ledeberg was 78 roeden groot geworden en wordt ‘genaempt de croon' (4). Het was er herberg, maar ook winkel: ‘winckel ende biertap'. Maar Aert overleed, amper 40 jaar oud in 1687 en zijn weduwe hertrouwde binnen het jaar met Hendrick Appelmans uit het hof te Zijpe. Herberg en winkel floreerden (5) en bovendien was er het werk op de grote boerderij (6). Niet verwonderlijk dat Hendrick een (paarden)knecht aanwierf, die inwoonde.

 





Op de kaart van J. De Deken, getekend ca. 1711, was De Croon duidelijk het grootste huis op de Ledebergdries.

 

Na de dood van Maria in 1702 hertrouwde Hendrick nog driemaal voor hij in 1737 overleed. Een kleinzoon van zijn eerste vrouw, Joannes Laurentius Kestens, trouwde dat jaar nog met zijn vierde vrouw, Elisabeth De Borger (!) en werd waard (7) en pachter in De Croon (3). Ook hij zou nog hertrouwen, in 1777 met Petronella van Droogenbroeck. Datzelfde jaar hadden in de herberg een paar klanten ‘eenighe rusie tusschen malkanderen over en uijt jalosie van het dansen met een meijsken'. Jan-Laureis stierf in 1788, maar Petronella bleef waardin tot ze in 1808 overleed. Er waren geen kinderen en De Croon werd verkocht (8) aan Egidius Van den Driesch (9) uit Dilbeek en Maria Anna Van der Veken. Maar ook zij bleven kinderloos, verlieten de herberg en gingen in de hoeve ernaast wonen. Verhuurden of verkochten zij intussen de herberg aan Guillaume Josephus Walravens? Feit is dat deze na hen achter de tapkast stond. In 1854 trouwde Guillaume Josephus met Maria Christina Straetmans en na de dood van Maria Anna in 1868 (10) worden zij vermeld zowel als eigenaar van de herberg als van de aanpalende hoevegebouwen.
Intussen was De Croon een afspanning geworden waar het in de zomer onder de prachtige lindebomen goed vertoeven was, waar de bemiddelde burger uit Pamel en omgeving niet alleen een pint bier maar ook een glas wijn kon drinken. Wanneer de vaders en moeders met de koets hun dochters in het meisjespensionaat kwamen bezoeken stapten zij meestal ook af in De Croon, … en nog meer welgestelde burgers volgden. En de gewone Pamelaar, … hij kon op een van de twee bollebanen strijden voor de eer en voor het (niet betalen van het) gelag.
Na de dood van Guillaume Josephus in 1877 bleef Maria Christina waardin in De Croon, in de loop der volgende jaren geholpen door een drietal inwonende nichtjes.

 








Tot omstreeks 1911 was De Croon een langgevelwoning, witgekalkt en onderaan geteerd.

Zie het uithangbord boven de deur; bemerk ook dat het dak slechts gedeeltelijk met pannen was gedekt, naar de nok toe lag er nog stro.

 










In 1911 werd het woonhuis door brand vernield, gevolg van een blikseminslag.

Maria Christina liet De Croon weer opbouwen, nu met een volle bovenverdieping.

 

En er kon verder getapt worden, tot 1919. Toen overleed ‘madame uit De Croon', zoals de Pamelaars Maria Christina noemden en werd herberg De Croon voorgoed gesloten. (11)


------------------------------------------------------------------------
(1) A.R.A., Schepengriffie Pamel, nr 6521, p. 49 e.v.
(2) Gedeeltelijk ook met de nalatenschap van zijn schoonvader Nicasius de Vi(d)ts.
(3) Ook schepen van Pamel.
(4) A.R.A, Archief de Merode, nr 2760, pp. 95,96.
(5) In 1700 werd Christiaen Kestens, zoon van Aert en Maria, bij zijn meisenierschap ook vernoemd als herbergier in De Croon.
(6) Hendrick werd dan ook een paar maal vermeld als pachter.
(7) Was het er ook nog winkel?
(8) Datum niet gekend.
(9) Was zeker in 1840 ook gemeenteradslid van Pamel.
(10) Egidius was al in 1857 gestorven.
(11) Op 1 maart 1923 werd het hele erf verkocht aan Emile De Saeger-Marie-Louise Evenepoel. Zij behielden de voormalige afspanning; het bijgebouw en de grond ernaast verkochten zij verder aan hun (schoon)broer Jan Evenepoel, gehuwd met Germaine Covens. Zij bouwden er een nieuwe woning die alweer reikte tot aan de Ledebergstraat. Daar kwam later een meubelwinkel en nog later vond een klas van het I.M.I. er een tweetal jaren een onderkomen.

 

foto 2013: in het huis rechts is de structuur uit 1911 nog goed zichtbaar.