boomstructuur: startpagina >
AZ-index > artikelindex M > artikel


Molen van Kattem

Windmolen

Eerst stond deze windmolen op de hoek van de Herststraat (1) en Hazeveldweg (1). Het was een houten staakmolen met open voet die er werd opgericht na 1775 (2) en voor 1800 (3).
Vermoedelijk (4) werd de molen in 1840 verplaatst naar het hoogste punt van de Keistraat (1), jaartal dat op de deurlatei stond van het wat lager gelegen molenaarshuis dat naar alle waarschijnlijkheid toen ook werd gebouwd.
Al voor 1834 was Petrus Van Laethem (5) eigenaar en molenaar. Op 3 oktober 1837 kocht Cornelius Moens, gehuwd met Joanna Maria Walravens, de molen. Denkelijk verplaatsten zij dus de molen naar de Keistraat. Op 21 mei 1872, drie dagen voor het overlijden van Cornelius, kocht Jan-Baptist Van Wilderode de molen. Hij trouwde een jaar later met dochter Catharina Moens. Ook toen Jan-Baptist in 1896 pachter werd op het Hof te Kattem bleven molen en woonhuis eigendom van het gezin en draaide de molen verder. Pas op 7 mei 1920 verkochten zij molen en molenaarshuis aan het molenaarsgezin Henricus Constantinus Van Roy- Sophia Leonia Moriau. Zoon Renatus/Dominicus/René was de laatste molenaar op de windmolen toen deze in 1937 werd stilgelegd.

 


foto ca. 1920

De molen stond bekend als een van de best malende van de streek.
In 1940 werd de windmolen beschoten (6) door de Engelsen, die dachten dat de Duitsers er een uitkijkpost hadden, en werd erg gehavend.

 


foto 1941, Renatus/René Van Roy

In 1941 werd de windmolen dan ook gesloopt (7) (8).
Intussen had René in de schuur een mechanische molen gebouwd, die hij liet draaien tot midden de jaren (19)50. Dan werd hij opgevolgd door zoon Henri die de molen uitbaatte samen met moeder Victorine, maar er uiteindelijk mee stopte wegens niet meer rendabel.

Het bakstenen molenaarshuis had zeven traveeën, anderhalve verdieping en schilddak (pannen). Ook had het ‘Rechthoekige vensters met boven- en onderdorpels van arduin en een deur in een omlijsting met druiplijst van hetzelfde materiaal. Kleine getraliede venstertjes in de achtergevels. Rechts, aanpassende dwarsschuur onder zadeldak (kunstleien), gedateerd 1931 boven de metalen poortlatei.’ (9)

 


foto 1972

Het molenaarshuis werd in 2010 afgebroken om plaats te maken voor een verkaveling. (10)




---------------------------------------------------------------------------------------
(1) Hier wordt telkens de huidige benaming van de weg/sentier genoemd.
(2) De molen werd nog niet aangeduid door Ferraris, die zijn kaarten tekende tussen 1771 en 1778.
(3) Jef Vrancken schrijft in ‘Pajottenland, een land om lief te hebben’, Opbouwwerk Pajottenland, 2e uitgave 1982, 327 p., op p. 322: ‘…een houten windmolen die dagtekende uit de 18de eeuw.’
(4) Over dat jaar is er controverse. In de Atlas der Buurtwegen, opgesteld tussen 1843 en 1845, staat er al een molen met molenaarshuis aan de Keistraat en niet aan de Herststraat. Op een topografische kaart van Vandermaelen, getekend tussen 1846 en 1854, staat er ook aan de Keistraat een ‘Moulin de Cathem’, maar tegelijkertijd ook een molen aan de Herststraat/Hazeveldweg. En op een kadastrale kaart van Popp, die het werk van Vandermaelen overnam, is er alleen een molen te zien aan de Herststraat/Hazeveldweg! Bovendien schrijft Luc Van Liedekerke in ‘Alleen God en de zon’, 2018, 104 p., o.a. op p 47: J.-B. Van Wilderode was in 1872 ‘… eigenaar geworden van de staakwindmolen aan de Hazeveldweg’.
Zonder nieuwe bronnen blijven wij ervan uitgaan dat 1840  het jaar van de verplaatsing was en dat de molen aan de Keistraat dezelfde was als dewelke voordien aan de Herststraat/Hazeveldweg stond.
(5) Herfelingen 19/11/1772-Pamel 29/8/1848. Gehuwd te Eizeringen met Joanna Catharina Van Nechel (+ Borchtlombeek 30/11/1819). Zij staat ook opgetekend als ‘mulderesse’.
(6) Van aan de Keirekensmolen of van over de Dender?
(7) Ook hier weer controverse over het jaartal. In het V.T.B.-blad van oktober 1945: 'Onze vertegenwoordiger ... trad ook op ten bate van de windmolen van Kattem te Borchtlombeek die zou moeten vernieuwd worden.' En volgens Jef Vrancken, o.c. (noot 3), verdween de molen in 1951!
(8) De staak werd verzaagd om de ramen van het molenaarshuis te herstellen en het andere hout werd verkocht als brandhout.
(9) In ‘Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 2n Vlaams Brabant Halle-Vilvoorde’ 2e druk 1977, 827 p. Aldaar p. 75.
(10) Nochtans was de woning nog op 8/10/2009 erkend als bouwkundig erfgoed.