boomstructuur: startpagina >
AZ-index > artikelindex V >artikel


Van Wilderode Jan-Baptist, molenaar op de Kattemmolen, pachter op het Hof te Kattem
+
zoon M. Livinus Josephus, pachter op het Hof te Kattem en burgemeester van Borchtlombeek
 

Van Wilderode Jan-Baptist
Geboren te Denderwindeke op 1 april 1840.
Op 21 mei 1872 kocht hij de Kattemmolen en werd molenaar. Op 14/15 mei 1873 huwde hij te Borchtlombeek met Catharina Moens (Borchtlombeek 7/5/1844-Borchtlombeek 13/9/1911). In het gezin werden acht kinderen geboren: Maria Lucia, Maria Susanna, Hyppolitus Amatus, Franciscus Maria, Constantinus Evaristus, Remigius Ludovicus, Maria Livinus Josephus, Maria Theophilus. Waarschijnlijk woonde het gezin te Borchtlombeek in het molenaarshuis aan de Abeelstraat/Keistraat. Maar in 1896 nam Jan-Baptist de pacht over van het Hof te Kattem aan de Monnikbosstraat en ging het gezin er wonen. Ze bleven echter tot in 1920 ook eigenaar van de Kattemmolen en het molenaarshuis.
Jan-Baptist overleed te Borchtlombeek op 13 december 1921.

 

Van Wilderode M. Livinus Josephus
Geboren te Borchtlombeek op 16 maart 1887 en er overleden op 19 oktober 1947.
In 1919 nam Joseph van zijn vader de pacht over van het Hof te Kattem. Op 2 juni 1924 trad hij te Voorde in het huwelijk met M. Josephina Van der Schueren (Voorde 14/3/1896-Borchtlombeek 21/1/1931). In het gezin, dat uiteraard op het hof woonde, werden zeven kinderen geboren, twee van hen stierven als baby.
Sinds 1921 was Joseph voor de partij de ‘Zwette(n)’ gemeenteraadslid van Borchtlombeek, werd later ook burgemeester. In de oorlogsjaren 1940-44 slaagde hij erin ‘de burgemeesterssjerp in zijn bezit te houden’ en probeerde hij ‘via een politiek van het minste kwaad zijn gemeenschap zo goed mogelijk doorheen de oorlog te loodsen.’ (1) (2). Hij bleef daarna burgemeester van Borchtlombeek tot eind 1946. (3)
Joseph was ook enkele jaren voorzitter van de fanfare De Verbroedering.

 



---------------------------------------------------------------------
(1) Hanne Van Asbroeck: ‘Roosdaal tijdens de Tweede Wereldoorlog’ Verhandeling Universiteit Gent, 2008.
(2) Zeker delicaat, o.a. doordat door de opgelegde aanstelling van twee schepenen en van een gemeentesecretaris, die allen lid waren van het VNV, ‘de invloed van de Nieuwe Orde in de gemeente erg tastbaar was’, terwijl Joseph er nooit toe heeft behoord. Zijn eerste naoorlogse beslissing was wel het ontslag van de gemeentesecretaris. Volgens Hanne Van Asbroeck, o.c. (noot 1), was hij milder voor jongeren die ‘uit armoede’ en ‘om den brode’ met de bezetter hadden geheuld.
(3) Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 24 november 1946 had hij vooraf zijn vertrek aangekondigd.