boomstructuur: startpagina >
AZ-index > artikelindex H > artikel


Hof van Truies/hof te Koekel(en)bergh

Vroegere hoeve.

Wanneer de hoeve, die stond op de hoek van de Profetenstraat met de Kleine Lostraat, eerst werd opgetrokken is (voorlopig) niet geweten.
De (voorlopig) vroegst gekende bewoners waren Jan Raspoet en zijn vrouw Maria Van Bossuyt, die in 1659 hertrouwde met Egidius De Dobbeleer. Maria verkocht later haar 'behuysde stede' aan Adriaan Van der Elst (+1710) uit Pepingen en zijn echtgenote Anna Walckiers (1645-1690) (1) uit het hof te Steenborre. De verkoopdatum is (voorlopig) niet gekend; ca. 1669, trouwjaar van Adriaan en Anna? Feit is wel dat de kopers er in de jaren (16)70 al woonden. Met 82 dagwand en 44 roeden grond, in eigendom of gepacht, was de hoeve van Adriaan toen de grootste op Ledeberg. Dochter Anna Catharina (1678-1760) trouwde in, met Philip Van den Eeckhoudt (1680-1742). Hun jongste zoon Petrus (1720-1764), getrouwd met Maria Theresia De Breemaeker (1730-1802) uit Meerbeke volgde hen op. In de overlijdensakte van hun dochter Maria Elisabeth staat dat ze overleed 'in haer woonhuys genaempt 't hof te Koekelenbergh', de oudere en officiële benaming van de hoeve.(2) Zes maanden na de dood van Petrus hertrouwde Maria Theresia met Adriaan Vetsuypens (1730-1776) uit Okegem. Ook hij stierf jong en Theresia leidde als weduwe nog bijna 26 jaar de hoeve. Zij werd opgevolgd door Jan-Baptist Vetsuypens (1765-1846), oudste zoon uit het tweede huwelijk en getrouwd met Maria Anna Judoca Ceppens (+1857). Na hen was het opnieuw de oudste zoon die opvolgde, Petrus Jan (1793-1835) die met Gertrudis Baveghems (3) (1796-1868) introuwde. Gertrudis, Geertrui, Trui, naar haar werd de hoeve in de volksmond genoemd, Truies; ook niet verwonderlijk want Gertrudis woonde nog 33 jaar na de dood van haar man op de hoeve. (4) Hun oudste dochter Maria Judoca (1828-1884) nam de boerderij over, samen met haar man Ludovicus Van Mollem (5) (1831-1916) uit Sint-Katharina-Lombeek. Van het gezin bleef uiteindelijk de ongehuwde dochter Maria Theresia (1868-1941) over, wonend op het hof. Wel verhuurde ze van 1924 tot 1937 een vleugel van de vierkanthoeve aan ‘meester' Zacharie Van Laer en zijn gezin. Nadien kwam nicht Alice Coomans (1886-1968) (6) er wonen, samen met haar zoon Louis en dochter Maria. Na de dood van Maria Theresia werd de hoeve alleen door hen bewoond, tot 1945. Dan was het de beurt aan een andere nicht Albertina Coomans (7), getrouwd met Jozef Kestens.
Na 1955 werd het erf verkaveld, loten geërfd, verkocht; de stallen, schuur en ast grotendeels afgebroken, het woonhuis verbouwd. (8) Vandaag (2012) zitten er vooral in huis nr 11 aan de Profetenstraat nog resten verwerkt en staan er op het erf van Truies zes huizen (nrs 9 tot 17 aan de Profetenstraat en nrs 2 en 4 aan de Kleine Lostraat).


-----------------------------------------------------------------------
(1) Of was ze al in 1688 overleden?
(2) Gerard Van Herreweghen: '20 Pamelse huisgeschiedenissen', Extranummer DF-Klokje, Davidsfonds Roosdaal, 2002, 133 p. Aldaar pp. 109 en 112.
(3) Zus van Petrus Joannes Baveghems, burgemeester van Pamel.
(4) Volgens Gerard Van Herreweghen (o.c. noot 2) werd vermoedelijk het hele gebouwencomplex tijdens haar leven totaal vernieuwd.
(5) Neef van Adriaan Jozef Van Mollem, toen pastoor van Pamel.
(6) Dochter van Petrus Coomans (1861-1939) en Maria Ludovica Van Mollem (1864-1935), zus van Maria Theresia. Alice was op 25/9/1915 getrouwd met Hyppolitus Amatus Van Wilderode (1877-1918).
(7) En zus van Alice.
(8) Werd in 1967 door brand geteisterd, toen bewoond door het gezin van Paul Barbé.