boomstructuur: startpagina >
AZ-index > artikelindex S > artikel


Sint-Gaugericus

Parochie Pamel
 
Opgedeeld in twee grote perioden: voor en na 1843
1843: de laatste witheer-pastoor overlijdt en de eerste seculiere pastoor wordt aangesteld.

1. - 1843

1.1.1. Volgens een eeuwenoude overlevering was de oudste bidplaats, in Pamel nabij de Dender, aan de Goddelijke Verlosser of Sint-Salvator toegewijd (1), maar zeker is dat in 1260 Sint-Gaugericus de patroon van het ‘altare' was. In 1572/1573 echter was volgens decanale verslagen het hoofdaltaar toegewijd aan Sint-Laurentius, in 1593 werd dan weer Sint-Gaugericus aangegeven en in het begin van de 17e eeuw vermeldde de abt van Ninove beiden naast elkaar. Daarna overtroefde Sint-Laurentius te Pamel Sint-Gaugericus duidelijk in populariteit, maar deze laatste bleef toch patroon van de parochie.
 

Sint-Laurentius met het rooster averechts in de hand
foto 2013

 

1.3.1. Pastoors
Allen Norbertijnen uit de abdij van Ninove.
1299: Van Geraardsbergen Petrus
1450: Van den Eynde Jan (2)
1550: Van der Borght Pieter/Petrus de Castro
23/11/1643 - 1652: Van Elshout Godefridus
1665 - 29/12/1676: Cambier Hiëronymus, liet het kerkschip volledig vernieuwen: '23 febr. 1667 Posita sunt nova fundamenta navis Ecclesiae Pamelensis' (3).
1677 - 17/12/1692: Mehauden Joannes Baptista
dec. 1692 - 23/7/1712: Vanden Poele Fredericus
juli 1712 - 13/11/1715: Mencke Vigilius Albertus/Ludovicus Maria
18/11/1715 - mei 1741: De Craene Guillielmus
mei 1741 - 15/12/1743: Hu(eb)ens Ambrosius/Hieronymus
15/12/1743 - 30/4/1746: De Pape Carolus/Augustinus
30/4/1746 - 14/7/1751: De Poorter Joannes Franciscus/Remigius, richtte de Broederschap van de H. Laurentius op.
juli 1751 - 11/10/1751: Uyttenhove Joannes
30/11/1751 - 25/11/1756: Eloy Bartholomeus
dec. 1756 - dec. 1761: Goethals Petrus/Josephus
30/12/1761 - 17/8/1781: Matthé Cyprianus
1808 - 1843: Van Roy Petrus/Justus, laatste witheer-pastoor.

1.3.2. Onderpastoors
1692 - 1698: Cuerens Nicolas
16/9/1715 - 10/8/1717: Berghs Herman Jozef
10/8/1717 - 4/6/1722: Vanden Bogaert/Bogaerden Gregorius
20/6/1746 - jan. 1751: Eloy Bartholomeus
24/1/1751 - 1/8/1754: Godefroid Franciscus/Livinus
aug. 1754 - maart 1756: Matthé Cyprianus
1802/1803 - 1808: Van Roy Petrus/Justus
1821 - 1857: Semael Claudius

1.3.3. Kosters
ca. 1450: Bosschaert Gielis, 'costere te pamele'
1475: Vijvermans Gueric
1492: de Keysere Guerick
1572 - 1576: Esselens Petrus, 'een integer man die zijn functie goed uitoefent'.
1593: de Bock Sebastianus
1594 - 1605: Mattens Petrus, van wie de deken niets dan goeds zegt.
1605: Cardonis (Cardoen) Anton
ca. 1606 - ca. 1618: Van der Kelen Peeter
ca. 1619 - 26/1/1676: Van den Berghe Judocus
1676 - 15/1/1713: De Coster Jan
1713 - 1720: De Coster Petrus
1721 - 28/6/1753: Van der Donck Egidius
1753 - 27/10/1796 Van der Donck Josephus
ca 1775 – 1813: Petrus Franciscus De Beenhouwer, eerste orgelist te Pamel; tot 1796 alleen orgelist, daarna koster-orgelist.
1813 - 1830: De Beenhouwer Adriaan Jozef, ook orgelist
1830 - 1877: De Beenhouwer Joannes Franciscus, ook orgelist

 

1.4.2. Verering van de H. Laurentius
Volgens een decanaal verslag van 1595 bezat de kerk toen al relikwieën van de H. Laurentius, ‘patroon tegen brand, aan menschen, vee en vruchten'. Hiervoor kwamen gelovigen er bidden, de kerk werd een pelgrimsoord. Sinte-Laurijs had er zijn offerblok, zo blijkt uit zeventiende-eeuwse rekeningen. In 1710 kregen de relikwieën hun plaats in een nieuwe reliekschrijn. Aan de pelgrims werd een prentje gegeven, een papieren bedevaartvaantje verkocht. In 1749 werd, onder pastoor De Poorter de Broederschap van de H. Laurentius opgericht en omstreeks 1750 werd een dun boekje gedrukt met het levensverhaal van de heilige. In 1780 liet pastoor Matthé nog 625 ‘boeckxkens van Laurentius' bijdrukken en datzelfde jaar betaalde hij 7 gulden vier stuivers ‘voor 't vernieuwen van den waterbak van Laurentius'. Er bestaat ook nog een voorgedrukte affiche (alleen de datum moest ingevuld worden) uit 1774 waarop de begankenis naar Sint-Laurentius werd aangekondigd.

 
1.5.1. Kerk
Stond er te Pamel, zoals de overlevering zegt, op de rechteroever van de Dender al op het einde van de 6e eeuw een kapel waar Sint-Salvator werd vereerd? (1). Feit is dat er eeuwen later in de kerk van Pamel nog (altijd) sprake was van een aan Hem toegewijde kapel(anie). Toch is het waarschijnlijker dat er pas in de 8e-9e eeuw een houten kerkje werd opgetrokken (4). Zeker is dat er in 1179 nabij de Dender een kerk stond (op het huidige oude kerkhof). Voorlopig is niet geweten wanneer ze in steen werd gebouwd, wanneer ze in de volgende 4 eeuwen werd verbouwd, vergroot, geplunderd, hersteld. Pas in 1572 vernemen we meer. Toen schreef de deken in zijn verslag dat het kerkgebouw belangrijke herstellingen nodig had, het hoogkoor zo verwaarloosd was dat er geen mis kon worden opgedragen; zo ook nog in 1576. In 1593 was volgens zijn verslag het schip nog ongeschonden, maar het hoogkoor uitgebrand. In 1600 werd de kerk opnieuw door rondtrekkende geuzen en/of soldaten geprofaneerd. Niet verwonderlijk dat de abt van Ninove in 1603 ‘betere tijden' afwachtte om het koor af te werken. Toch blijkt uit kerkrekeningen uit 1590-1621 ook dat men meermaals de schade (enigszins) heeft hersteld: de altaarstenen werden vernieuwd, ook het tabernakel, het altaar van Sint-Salvator, het schrijnwerk van het koor, de koorlessenaars, het bekken van de doopvont en de altaarkleden. Eveneens moest er gemetseld en getimmerd worden aan het portaal en aan de sacristie. Volgens diezelfde rekeningen werd jaarlijks ook een deel van de vloer geplaveid en werd, gespreid over jaren het stro van het dak vervangen door schaliën. Blijkbaar was er in 1617 voldoende hersteld opdat de aartsbisschop van Mechelen de altaarstenen en het kerkhof kon komen wijden.
Van die (herstelde) kerk krijgen we een duidelijker beeld (gezien vanaf de Dender) dankzij een tekening uit 1621 van Philip De Dyn.
 

Kerk met links ervan de pastorie en bovenaan het kasteel, vooraan de Dender.
(Mechelen, Aartsbisschoppelijk Archief)
 

De uitsprong naast de zijbeuk was een zijkapel, waarschijnlijk toegewijd aan O.-L.-Vrouw. Aan de overzijde paalde eveneens een zijkapel, toegewijd aan Sint-Salvator. Had die kapel ‘fundamenten' in een oud verleden, stond ze ooit afzonderlijk? Was de kerk een vergroting uit de 15e-16e eeuw van een vroegere romaanse kerk? (5) (6)
In 1643 tekende Philip De Dyn de kerk opnieuw, nu echter een vervallen kerk: van portaal en kerktoren bleven alleen nog enkele brokken van muren over, zodat het kerkschip er een grote holte vertoonde, temeer daar het dak er ook gedeeltelijk was afgebrokkeld. Ingestort, verwoest, afgebroken; het blijft gissen naar de oorzaak. Heeft men de holte enigszins gedicht tot pastoor Cambier het in 1667 aandurfde, ondanks de oorlog tussen Spanje en Frankrijk, de kerk grondig te verbouwen? Op 23 februari 1667 noteerde hij in de kerkregisters dat de nieuwe fundamenten van het kerkschip waren gelegd.
Opnieuw is het een tekening, uit 1711/1713 van J. De Deken, die meer opklaring brengt (gezien vanaf de huidige Lange Kamstraat).

 
 

Duidelijk is dat de toren weer overeind stond en dat het kerkschip langer was (thans 5 i.p.v. 3 vensters in de zijbeuken). Ogenschijnlijk waren de zijbeuken hoger en paalde de (niet afgebroken) kapel van Sint-Salvator nu aan het (niet afgebroken, maar verlengde?) koor. Werden deze kapel en die aan de overzijde toen al omgevormd tot sacristie?
De kerk mat 20 m bij 16 m; van de kapel van Sint-Salvator is geweten dat ze 6 m lang en 4 m hoog was. Voor een parochie als Pamel was de kerk dus niet bijster groot.
Rond 1760 waren er in de kerkvloer, door de vele begravingen binnen de kerk, tal van verzakkingen en gebroken tegels. Daarom besloot pastoor Matthé in 1762 (en in 1769) het ‘oudt plaveijsel' op te breken, te verkopen en een nieuwe vloer te leggen. Ook verkocht en vernieuwde hij wat kerkmeubilair.
In 1803 kreeg de toren een nieuw kruis.
Op (deze) herstellingen na bleef de kerk twee eeuwen quasi ongewijzigd. (6)

 

1.5.3. Kerkgeraad, kerkschatten
* Meermaals moesten kerkgeraad/kerkschatten in veiligheid worden gebracht, of drongen dieven de kerk binnen., .

  1.5.4. De huidige preekstoel stond ook al in de oude kerk en dateert vermoedelijk uit de 17e eeuw.
 

foto 2009
 

Op de sokkel o.a. de symbolen van de vier evangelisten. De kuip vertoont de beeltenissen van O.-L.-Vrouw met het kindje Jezus, Sint-Laurentius met rooster en boek, Sint-Paulus met boek en zwaard, Christus met wereldbol, Sint-Petrus met sleutels en boek en Sint-Gaugericus met staf en boek (of is het Sint-Antonius met varken?). Aan het klankbord, geschraagd door twee engelen, een duif met opengesperde vleugels (Heilige Geest).

 
1.5.6. Orgel
Voor 1776 is er nergens sprake van een orgel, zodat mag aangenomen worden dat de kosters voordien tijdens lof en mis (mee)zongen zonder begeleidend muziekinstrument. Maar in februari 1776 werd Petrus Frans De Beenhouwer betaald ‘voor het spelen der orgel'. Wanneer dat orgel werd aangekocht is (voorlopig) niet geweten, waarschijnlijk ca. 1775. Vermoedelijk kwam het uit de Gentse Van Peteghems-ateliers, want voor het onderhoud nadien zijn er van hen enkele rekeningen overgebleven.
 
1.5.7. Klokken
Rond 1700 liet pastoor Vanden Poele een nieuwe klok gieten, die echter al in 1731 moest hergoten worden, wat tot een dispuut leidde over wie de kosten moest betalen, de abdij of de plaatselijke gemeenschap.
In 1794 hingen er 3 klokken in de toren, maar kort nadien namen de Fransen de twee zwaarste klokken mee, alleen de kleinste mocht blijven. (7)
Op 3 augustus 1824 werd een nieuwe klok ingezegend en toegewijd aan Sint-Laurentius; peter was burgemeester Judocus Joannes Van Bellinghen en meter Catharina Theresia Van Lierde. De klok was te Leuven gegoten door Andreas Van der Gheyn, had onderaan een doorsnede van 1 m en woog ongeveer 850 kg.

 
1.6.1. Pastorie
Voor 1308 woonde de pastoor waarschijnlijk aan de Koe(i)straat (8). In 1308 kocht (9) de abdij van Ninove de 'mansio' (= huis) aan de huidige Oudekerkweg, 'où habitait Godefroid de Pamele' (10); m.a.w. vanaf toen woonden de pastoors in de stamzate van de heren van Pamel, die intussen verhuisd waren. Tot rond 1600 dit gebouw verwoest werd in de strijd tussen Spanjaarden en geuzen. In 1617 werd er ter plaatse een nieuwe pastorie gebouwd, te zien op bovenstaand kaartje. Ze staat er heden nog, en de bouwdatum is nog te lezen op de linkergevel, onder de schoorsteen. Uiteraard werd deze pastorie in de loop der jaren verbouwd. Het torentje en het portaaltje vooraan zijn verdwenen, de buitenmuren gerotseerd (1882), het dak meermaals hersteld, ... Binnen bleef de brede gang die leidt naar kamers links en rechts, waarvan één nu nog de 'bisschopkamer' wordt genoemd, omdat er de hoge gasten in werden ontvangen. Maar vooral in de 19e eeuw lieten de pastoors heel wat verbouwingen uitvoeren. Zo werden in 1840 sommige muren volledig vernieuwd wegens de 'vochtigheid en dampigheyd van den grond alwaer 't batiment op gebouwt is'. (11) Ook omwille van de vochtigheid werd in 1886 de 'kleine kamer' met een dubbele deur verruimd naar de 'achterzaal' toe. Daartoe moest zelfs de ingang van de kelder gewijzigd worden.
 

1.6.2. Pastorale eigendommen
Naast de inkomsten uit hun pastorale taken hadden de pastoors (voor 1795) ook inkomsten uit pastorale eigendommen (= alle gronden tussen de Kerkhofstraat, de (huidige) Lange Kamstraat, de Kaaistraat en de Dender, maar ook elders gelegen boomgaarden, hoplochtingen, weiden, ... Vóór de pastorie lag er een langgerekte vijver (12), tot aan de Kaaistraat, die pas in 1859 grotendeels werd gedicht.). De gronden in de onmiddellijke omgeving van de pastorie bewerkten de pastoors/onderpastoors zelf of lieten ze bewerken, andere werden verpacht.

 
1.6.3. Kostershuis
In de kerkrekening van 1605 staat dat 9000 bakstenen zijn aangekocht om de fundamenten van een schoollokaal te leggen en in het eerstvolgende dekanaal verslag vermeldde de deken dat de koster (die ook onderwijzer was) er woonde, onmiddellijk links aan de ingang van het kerkhof. Het was een lemen gebouw met strooien dak. Op 4 juni 1727 betaalde pastoor G. De Craene nog 15 gulden voor 300 'bundelen dekstro', geleverd door Niclaes Walckiers. De meeste kosters hebben er tot ca. 1816 gewoond, daarna bleef het er bouwvallig staan tot 1850/1852, toen het werd afgebroken. Door de afbraak kon het kerkhof vergroot worden.
 


------------------------------------------------------------------------
(1) Die overlevering vertelde o.a. hoofdonderwijzer Peeter Jan-Baptist Van den Eeckhoudt in 1857 op enkele conferenties.
(2) Om een nog ongekende reden sloot hij in 1450 in zijn pastorie een genaamde Bertols, pastoor van Kontich, op!
(3) In oudst gekend geboorteregister.
(4) J. Verbesselt: 'Het parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13e eeuw', Koninklijk geschied- & oudheidkundig genootschap van Vlaams-Brabant, deel XXIII, 1991, 572 p. Aldaar p. 268.
(5) J. Verbesselt: o.c. (noot 4). Aldaar p. 303
(6) Volgens pastoor Van Eyndhoven was vóór 1667 de bouwtrant van de kerk gotisch. Hij baseerde zich op vaststellingen tijdens de afbraak van de kerk in 1905. Maar kon hij dat toen nog wel vaststellen na de grondige verbouwingen van 1667 en 1868?
De kerk na 1667 noemde hij renaissancistisch. Voor anderen was ze eerder barok.
(7) Dekanaal archief Pamel, Register der Beraadslagingen 1813-1875.
(8) Het huidige eerste stuk van de Piezelstraat.
(9) Of was het een schenking van de heer van Pamel?
(10) Steekkaarten bij het cartularium van de abdij van Ninove.
(11) De gemeentesecretaris schreef erover in een rapport: 'De veranderingen aan de pastorie werden vrijwillig door de inwoners van Pamel gedaan, uiteraard ook met medewerking van de Kerkfabriek; het heeft aan de gemeente nauwelijks iets gekost.'
(12) Op 23 maart 1805 sukkelde Catharina Theresia Van Tricht (van het hof te Zijpe) in de vijver en verdronk.

2. 1843-

2.2.2. Kerkfabriek
Van 19xx tot 1984 was Louis Sonck voorzitter.

2.3.1. Pastoors
30/3/1843 - 10/6/1881: Van Mollem Adriaan Jozef, eerste seculiere pastoor, vergrootte de kerk, verhoogde de toren, maar de toren viel in.
24/6/1881 - 22/3/1890: Jonckers Pierre Jacques
20/6/1890 - 3/1/1926: Van Eyndhoven Henricus bracht kerk en pastorie naar Pamel-centrum.
7/5/1926 - 25/1/1929: Verwimp Joannes Amandus
6/4/1929 - nov. 1948: Janssens Jozef
6/12/1948 - 30/9/1971: Geeraerts Jozef moest de 'afscheuring' van de parochie Ledeberg dulden, werd de eerste pastoor-deken.
1/10/1971 - 21/6/1993: Uytterhoeven Jozef

2.3.2. Onderpastoors
april 1863 - 1876: Sannen Joannes Emmanuel
19/1/1877 - jan. 1881: Van Eyndhoven Henricus
sept. 1883 - juni 1890: Lamal Emile Frans
1898 - 1900: Haeck Jacobus
12/1/1904 - 3/9/1920: Joossens Viktor
15/9/1920 - 10/5/1938: De Vos Emiel
15/6/1938 - 30/1/1944: Van Reydt August
6/2/1944 - 1948: Glazemaekers Albert
april 1948 - nov. 1951: Willems Alfons
1951 - 17/12/1955: Vandoren Raymond richtte de jongenschirogroep op.

2.3.3. Kosters-orgelist
1877 - 1901/1906: De Beenhouwer Joannes Victor
1901/1906 - 1911: De Beenhouwer Felix Gaugericus
1911-1958: Strens Arhur
1958-1979: Van Nuffel René

2.3.4. Kerkbaljuws of suisses
In kledij als de pauselijke Zwitserse garde, vandaar suisse, vergezelde hij de priester van en naar sacristie en altaar, stond hij in de kerk in voor orde en tucht. Tijdens de consecratie salueerde hij, staande op de eerste trap van het hoogkoor.
tot 1904 (of tot ca. 1913?): De Smedt Judocus
tot 1937: Cautaerts Jozef Désiré

 
2.4.1. Begankenis van de H. Cornelius en de H. Laurentius
In de 19e eeuw verzwakte de verering van de H. Laurentius en ondanks pogingen van pastoor Van Mollem om de broederschap nieuw leven in te blazen vond zijn opvolger pastoor Jonckers ca. 1883 geen register meer van de broederschap en stelde ook vast dat er geen nieuwe leden waren. Hij vroeg dan ook aan de bisschop de broederschap opnieuw op te richten, maar daar werd blijkbaar geen gevolg aan gegeven want toen pastoor Van Eyndhoven op 31 december 1899 een lijst opstelde van de bestaande kerkelijke genootschappen was de Broederschap van de H. Laurentius er niet meer bij. Maar pastoor Van Eyndhoven had intussen al een vervanger gevonden, de H. Cornelius, aan wiens relikwie hij was geraakt. Op 6 juni 1897 schreef hij in het parochieboek: ‘Sinksen. Vespers om 2 uur, daarna solemnele inhaling van het beeld van de H. Cornelius en daarna lof en zegening met de relikwie van de H. Cornelius. Maandag, 2 de Sinksendag om 2 uur vespers en lof; daarna sermoen door Z.E.H. deken en wijding van het beeld van de H. Cornelius.'
 

foto 2013
 

Deze was de ‘bijzondere Patroon tegen de stuipen (seskens of gaven genaamd), gichtigheden en vallende ziekten der menschen en tegen de ziekten der beesten; wiens heilige relikwie met grooten toeloop en devotie geëerd, en wiens bijstand vurig aanroepen wordt in de parochiale kerk van Pamel', o.a. door vele moeders met hun kinderen op de arm of aan de hand.
In 1933 meende pastoor Janssens dat de H. Cornelius en de H. Laurentius best samen konden aanroepen worden en de zondag voor Pinksteren verkondigde hij van op de preekstoel: ‘Zondag aanstaande, jaarlijkse begankenis ter ere van de H. Cornelius waarbij we tevens de H. Laurentius zullen vereren, die hier te Pamel sinds onheuglijke tijden vereerd en aangeroepen wordt.' Het scenario, in de namiddag van Pinksteren, zou vele jaren nagenoeg hetzelfde blijven: om 14 u vespers en lof, daarop processie met de beelden van de H. Cornelius en de H. Laurentius langs de Sint-Corneliusweg (Kwinkeleer), daarna opnieuw lof. Voor en na het lof verering van de relikwieën: vooraan in de kerk de relikwie van de H. Cornelius, achteraan de relikwie van de H. Laurentius. Intussen toerden de bedevaarders driemaal rond de beelden van beide heiligen die in de middenbeuk opgesteld stonden en gingen ook driemaal biddend rond de kerk.
Tot in de jaren (19)50 was het in de bomvolle kerk een gedrum van jewelste en moesten de schalen meer dan eens geledigd worden. Daarna verzwakte de toeloop, maar toch werden nog in 1969 in het parochieblad vespers, bedetocht langs de Sint-Corneliusweg, lof en zegening van de kinderen aangekondigd. Zo ook nog een aantal jaren nadien, maar op het einde van de eeuw was er op Pinksternamiddag geen plechtigheid meer; de beelden werden enkel nog in de middenbeuk opgesteld maar niemand zag je er nog omheen draaien.

  2.4.2. H. Hartfeesten op 3 mei 1931
 
 

2.4.3. Op zondag 3 september 1939, tijdens de mobilisatie, drong pastoor Janssens er bij zijn parochianen op aan ‘… in zo groot getal mogelijk iedere avond (in de kerk) Gods Hulp te komen inroepen voor het welzijn van ons land, voor de wereldvrede en voor het welzijn van de soldaten van onze parochie. We mogen niet denken dat het ergste reeds voorbij is; het ergste kan wel nog komen. De goede God beware er ons voor.'
Op zondag 19 mei 1940 kon de pastoor omwille van de bombardementen geen mis opdragen. Op 2 juli 1940 celebreerde hij een zielemis voor de 3 gesneuvelde Pamelse soldaten (zo ook na de oorlog voor twee Pamelaars gestorven in een Duits concentratiekamp).
Gedurende de oorlog gingen de dagelijkse misvieringen, de vespers en lof op zondag, … gewoon door, maar b.v. de processies over Ledeberg en Poelk mochten niet rondgaan.
Gans de oorlog door werd er tijdens de gewone vieringen gebeden voor de slachtoffers van de oorlog en voor vrede; bijkomend ging men er ook voor bidden aan de Sint-Jozefskapel op Kriebrug, aan de grot te Poelk, … of bad men ‘s morgens in de kerk vóór de eerste mis de rozenkrans en de litanie van het H. Hart of ‘s avonds na een lof nog 2 rozenhoedjes! Soms was er een speciale biddag:

 
 
Ook promootte pastoor Janssens verschillende inzamelingen (o.a. op 7/7/1940) en omhalingen (o.a. op 6/7/1941) ‘ten einde de geteisterden van de oorlog te hulp te komen'.
De genootschappen en bonden bleven onder de oorlog bestaan en kwamen ook regelmatig samen.
 
2.5.1. Oude kerk
Pastoor Van Mollem kloeg er al enkele jaren over, en in 1863 oordeelde ook de kerkfabriek officieel dat de kerk uit 1667 te klein was geworden. Elke hoogmis stonden er honderden mensen in het portaal of op het kerkhof. In opdracht van de kerkfabriek stelde architect L. Spaak in 1866 een plan op waarin de kerk met 240 m² werd vergroot, voornamelijk door de bouw van een kruisbeuk. (1) (Er was ook sprake geweest van het verplaatsen van de kerk naar het midden van de parochie, maar omdat men ‘moeilijkheden' vreesde, zoals in Okegem, werd het voorstel opgeborgen.) In februari 1868 begon men aan de afbraak van het koor en de twee sacristieën (een ervan was de vroegere kapel van Sint-Salvator). Op 30 maart werd de eresteen ingemetseld en werden kruisbeuk, koor en sacristie in de richting van de pastorie uitgebouwd. Nog hetzelfde jaar voltooide aannemer Schoonjans uit Pollare de ruwbouw. Begin 1871 bestelde de kerkfabriek eikenhouten muurbeschotten (2), twee dubbele deuren met half verheven beeldhouwerk, ... bij meester-beeldhouwer Prosper Jacobs uit Ninove; het jaar daarop was hij er klaar mee. Bovendien wou pastoor Van Mollem ook de buitenzijde harmoniseren. Provincaal architect G. Hansotte stelde een plan op. In 1878 werden de daken van de oude zijbeuken vernieuwd; de toren kreeg niet alleen meer witte steen ingemetseld (zoals in de nieuwe muren), maar werd ook verhoogd, met 1 m en met een hogere naald. Gedurende de werken stelde men kleine barsten vast in vloer tussen kerk en portaal en ook breder wordende scheuren in de muren van het oksaal. Konden de grondvesten de zwaardere toren wel dragen? Hansotte liet daarop bindankers aanbrengen. Dit scheen voorlopig te helpen, maar begin maart 1879 hoorde men gekraak, werden de scheuren groter, kwam bepleistering naar beneden, ... op 9 maart, klokslag 19 uur viel de toren met een oorverdovend lawaai neer op het kerkhof. Het grote gat in de voorgevel werd eerst met een houten beschot afgesloten, daarna werd een voormuur gemetseld.(3)
 

foto ca. 1900
 
Maar in het nog rechtstaande kerkschip en koor werden de scheuren in muren en gewelven groter, ... Zou men de kerk grondig renoveren en vergroten of zou men (elders) een nieuwe kerk bouwen? Eerst werd toch geopteerd voor renovatie en vergroting, maar dit bleek ingewikkelder dan gedacht en bovendien bleef de kerk dan op een uithoek van de parochie staan. Toen kardinaal Goossens zich daarop, in 1896 uitsprak voor een kerk in het midden van de parochie zette pastoor Van Eyndhoven door: onderhandelen met de familie Van Tricht over de bouwgrond, gemeenteraadsleden overtuigen voor een meerderheid (tegenstanders waren vooral de parochianen van beneden-Pamel), subsidies bij de provincie loskrijgen, een koper zoeken voor de oude kerk, pastorie en ... kerkhof (Zusters van de Verrezen Zaligmaker uit Sint-Niklaas), plannen laten opstellen en uiteindelijk doen uitvoeren.

2.5.2. Kerk aan de Brusselstraat
In maart 1903 begon aannemer L. Verstraete (uit Rumbeke) te metselen en in september 1904 waren de bouwwerken en de inrichting in zover gevorderd dat de kerk op 29 september kon worden ingewijd. Meteen werd er ook de mis opgedragen, gedoopt, gebiecht, gehuwd, ..., had de oude kerk aan de Dender afgedaan.
 


Blauwe steen die in 1903 in de muur achter het hoofdaltaar werd gemetseld, met erin o.a. het hierna volgend document.
(Op 25 januari 2003 werd de steen in aanwezigheid van zes getuigen uit de muur gehaald. De erin opgeborgen documenten bleken nog in goede staat. Op 20 maart 2003 werd de steen met erin de documenten opnieuw in de muur gemetseld.)


In het jaar des Heren 1903, /Toen paus Pius X de kerk bestuurde, /Koning Leopold II regeerde, /Kardinaal Petrus Lambertus Goossens Aartsbisschop was, /E.H. Van Eyndhoven pastoor, /Werd deze kerk, die toegewijd is aan de Heilige Gaugericus gebouwd. /Z.E.H. C.A. Verbesselt, districtsdeken, heeft de eerste steen gelegd.
(tekenden:) A. Verbesselt, pastoor-deken van St-Kwintens-Lennik /L. Ooms, pastoor van O.-L.-V.-Lombeek /P. Cuylits, pastoor van Strijtem /H. Buelens, pastoor van Wambeek /J. Haeck, onderpastoor van Pamel (kapelaan op Ledeberg) /V. De Beenhouwer, residerend priester /Leopold Mertens, aalmoezenier van het rusthuis /A. Stoffels, rector van het klooster in Borchtlombeek /Victor Joossens, onderpastoor van Pamel /J. Goethals, architect /Leonard Verstraete, aannemer.
 

foto ca. 1947
 


2.5.3. Altaren
Het witte hoofdaltaar in het hoogkoor, er geplaatst in 1911, werd gebeeldhouwd door de Leuvense beeldhouwer Paul Roemaet.

 

foto 2013
 

In het retabel links het Laatste Avondmaal, in het midden Christus aan het kruis omringd door Maria en Johannes, rechts de bruiloft van Kana. Onder de altaartafel een medaillon met Christus als leraar en in de vier hoeken de symbolen van de vier evangelisten.
De altaartafel vooraan het koor werd ca. 1967 vervaardigd uit 17 eikenhouten balken van de molen van de Pauselijke Zoeaaf.

 
2.5.4. Biechtstoelen
De (geverniste) eikenhouten biechtstoelen in de linker- en rechterdwarsbeuk werden in 1872 gemaakt door Prosper Jacobs uit Ninove en in 1904 overgebracht naar de nieuwe kerk.
 

foto 2013
 

Biechtstoel in de rechterdwarsbeuk: vooraan de beelden van de de Heilige Augustinus en zijn moeder de Heilige Monica. Bovenaan in het bas-relëf, tussen twee engelen, de terugkomst van de verloren zoon.
Biechtstoel aan de overzijde: de beelden van de Heilige Petrus en van de Heilige Magdalena. Het bas-reliëf bovanaan stelt Christus voor met de Samaritaanse vrouw. (4) (5)

 

2.5.6. Orgel
Door de val van de toren was het orgel totaal stuk en besloot de kerkfabriek in 1884 een occasie, hersteld door orgelbouwer Anneessens uit Geraardsbergen, aan te kopen (kostprijs: 3000 fr). (6) Het werd pas in 1885 geplaatst.
In 1904 werd het overgebracht naar de nieuwe kerk en het zou er nog dienst doen tot 1936. Toen werd een 'nieuw' orgel ingehuldigd.

 

Toen ook nog in het Frans!
 

In feite werd een vroeger orgel omgebouwd met gebruikmaking van enig oud pijpenmateriaal (van orgelbouwer P. Van Peteghem uit Gent?). Het kostte 60400 fr; 215 parochianen droegen bij tot de betaling ervan. Later werd het nog aangepast door François Joris en Zonen uit Ronse.
Het orgel heeft 1068 pijpen, twee handklavieren, ieder van 56 toetsen en een voetklavier van 30 toetsen. Met uiterst kwetsbare pneumatische tracturen, die al vlug hun tijd zullen gehad hebben.
Trouwens, heden (anno 2009) wordt dit orgel niet meer bespeeld.

 
2.5.7. Klokken
Op 30 september 1850 werd een nieuwe klok ingezegend en toegewijd aan Sint-Gaugericus. Peter was Adrianus Carolus de Levis-Mirepoix, zijn vrouw Maria Josepha de Merode was meter (en zullen de klok wel grotendeels betaald hebben). Onderaan had de klok een doorsnede van 0,98 m en zonder de klepel woog ze 553 kg.
Zes jaar later, op 14 oktober 1856 werd een zwaardere klok, van 1309 kg, ingezegend en toegewijd aan de Onbevlekte Maagd. (7) Peter was pastoor Adriaan Jozef Van Mollem, meter Adriana Petronilla Walckiers. Deze klok was te Leuven gegoten door A.L.J. Van Aerschodt, had onderaan een doorsnede van 1,30 m en de klepel woog 38 kg.
Opnieuw hingen er 3 klokken in de toren, in orde van zwaarte: de Sint-Gaugericusklok, de Sint-Laurentiusklok (zie hierboven) en de O.-L.-Vrouwklok. (8)
Toen in 1879 de toren instortte kwamen de 3 klokken vanonder het puin ‘nog hangende in den klokkenstoel gansch ongedeerd en ongeschonden'. De twee grootste klokken werden dan onder een afdak tegen de kerk gesleept. De kleinste werd op drie stenen staanders geplaatst, in de voortuin van de koster, die er op de geijkte momenten de klepel tegen de rand sloeg. Tot in 1904, toen de 3 klokken naar de nieuwe kerk verhuisden.
Om die klokken gezamenlijk te laten luiden waren er vier-vijf klokkenluiders nodig; de grootste klok moest immers in beweging worden gebracht door twee-drie man, die aan de drie repen trokken van het op zijn eind gesplitste dikke touw. De twee overige klokken werden elk door één man bediend. Het was een kunst om de juiste kadans te vinden; daarbij gaf de oudste klokkenluider de maat aan. Tot in 1929, toen het luiden werd geëlektrificeerd. (9)
Op 29 juni 1943 viel op de pastorie de brief, d.d. 25/6/1943, binnen waarin de 'Oberfeldkommandantur 672' 'de inlevering van alle bronzen klokken van Uw kerkbestuur' beval, behalve '1 Glocke aus dem Jahre 1824'. De Laurentiusklok mocht dus blijven, de Sint-Gaugericusklok en de O.-L.-Vrouwklok werden weggevoerd. Later schreef pastoor Janssens: ‘Op 15 juli 1943 (10) werd het schelmstuk uitgevoerd: de grote klok (1309 kg) en de kleine (590 kg) werden meegenomen, de middenklok (850 kg) bleef. Na 8 dagen gingen we de toren op om het roverswerk van nabij te bezichtigen. Het deed pijn aan 't hart. Die klokken waren ons lief en heilig. Om ze electrisch te laten luiden moesten we 14 jaar geleden de som van ± 30000 fr. besteden. Daar zaten we nu met de gebroken potten. Weldra werd het slaan van de uren en het kleppen op onze laatste overgebleven klok overgebracht. Helpe ons de Heer weer voort in de toekomst zoals in het verleden.'
De twee klokken werden na de oorlog niet meer teruggevonden en in maart 1948 kreeg de Pamelse kerkfabriek van het ministerie van justitie (commissie der klokken) dan ook het bericht dat de klokken ‘als definitief verloren dienden beschouwd te worden'. Maar in hetzelfde schrijven stond ook dat de kerkfabriek een dossier kon indienen ter vervanging op staatskosten van de geroofde klokken. Het dossier werd ingediend en uiteindelijk kreeg de firma Michiels uit Doornik, als laagste inschrijver (107000 fr), de opdracht 2 klokken te gieten, die op 8 juli 1950 in Pamel toekwamen en de volgende dag werden gewijd: de Sint-Gaugericusklok met onderaan een doorsnede van 0,95 m en een gewicht van 539 kg . Peter was Joseph Kestens, meter Christina De Wit.
 
 

De tweede klok, met een doorsnede van 1,28 m en een gewicht van 1392 kg werd toegewijd aan de Onbevlekte Maagd. Peter was Joseph De Schepper, meter Idalia De Vleeschouwer.
Weer hingen er drie klokken in de toren, maar de oude Laurentiusklok raakte gebarsten, begon vals te klinken en werd het ‘zwijgen' opgelegd, maar bleef hangen.

  2.5.10. Sacristie
 

foto 2013
  2.6.1. Oude Pastorie (Oudekerkweg)
In 1904 werd de leegstaande pastorie verkocht aan de Zusters van de Verrezen Zaligmaker uit Sint-Niklaas, die ze in 1906 voort verkochten aan Jan Van Saene.
 
foto 2009: Het lokaal met de blinde (kerk)venstertjes werd in 1875 nog aangebouwd voor 'het houden van vergaederingen of conferentiën der Broederschappen in de kerk opgereght'. (Achteraan vertoont de oude pastorie nog de trapgevel van eeuwen geleden.)
  2.6.2. Pastorie (Brusselstraat)
Gebouwd terzelfdertijd van de kerk, klaar in 1904.
  2.7.1. Grot van Poelk, op de hoek van de Grotstraat en de Omloopstraat.
 

(voor de grot, Bernadette, onder afdak)
 
In 1876 richtten 'enige godvruchtige personen' (11), Poelkenaars, op grond van Joanna Catharina Evenepoel, een grot op met zandsteen van de afbraak van het Kasteeltje aan de Nattemeers. De familie Tondeurs schonk het Lieve-Vrouwbeeld. Op Ons-Heer-Hemelvaart 25 mei werd de grot toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes. In de zomer bad men er elke zondag de rozenkrans en in de meimaand iedere avond. Op Ons-Heer-Hemelvaart was er na het lof een 'grote beeweg', waarin de schoolkinderen, leden van alle congregaties en vele parochianen mee opstapten, ook bedevaarders uit omliggende dorpen (12). Aan de grot werd dan gezongen, de rozenkrans gebeden en gepredikt. In de loop der jaren werd het Lieve-Vrouwbeeld oververfd, vernield, werd Bernadette er (onbegrijpelijk) weggehaald, is de hoge pijnboom gesneuveld, werd het voorpleintje geasfalteerd. Toch bleef de grot een rustpunt voor wandelaars, een gebedsoord voor gelovigen en ook heden (2008) vertrekt er op 30 april 's avonds aan de Kweddenhoek een kaarskensprocessie, wordt er in mei elke dag het rozenhoedje gebeden en is er op Ons-Heer-Hemelvaart om 16 uur een Mariaviering met mis.
Graag had Poelk zoals Pamel en Ledeberg een kerk gekregen. Bij de inhuldiging van pastoor Geeraerts verwees Alfons Vanderschueren ernaar in een opschift op een praalwagen:
 
'Gij, volk van Poelk, gij schijnbaar zo verlaten,
g'hebt toch de Grot om met de Moeder Gods te praten.'
 

2.7.2. Kapellen-kapelletjes, beelden, kruisen
* H. Hartbeeld (op kerkplein, Brusselstraat)
Werk van F. Gijsen, dat op 3 mei 1931 door Kardinaal Van Roey werd gewijd, ter gelegenheid van de 'Groote H. Hartfeesten'. Het is tegelijkertijd een H. Hartbeeld en een beeld van Christus Koning.
* Lievevrouwkapel aan de Gootjesstraat (hoek Keerstraat)
Gebouwd in 1853. Toen een overledene van 'boven'-Pamel nog door haar/zijn buren, al biddend, naar kerk en kerkhof aan de Dender werd gedragen, rustte men hier even uit. Men bad er een tientje en de dragers werden (eventueel) afgelost.

 

2.8.1. Parochieschool (1879-1886)
Op 1 augustus 1879 keurden de liberalen de 'ongelukswet' goed waardoor voortaan in de (Pamelse) gemeenteschool godsdienstonderricht maar mogelijk was op uitdrukkelijke vraag van de ouders en buiten de lesuren. Het antwoord in Pamel was zoals elders. Een schoolcomité werd opgericht dat al in oktober een parochieschool opstartte. Gediplomeerd onderwijzer Daniël D'Hoe (13) werd aangesteld 'om de leergangen te geven' (14), koster Felix De Beenhouwer werd hulponderwijzer. Zij werden geholpen door Joannes De Troyer (pas 14 jaar oud!?) (15) en Frans Kestens (15 jaar!). Bijna alle leerlingen van de gemeenteschool liepen over naar de parochieschool, zodat het leerlingenaantal al vlug steeg tot ongeveer 400. Eerst werd les gegeven in de leegstaande lokalen van het jongenspensionaat op Ledeberg, vanaf 1881 in drie nieuw gebouwde klaslokalen, eveneens op Ledeberg.
 
 
Tekening in het archief van de zusters. Drie klassen, elk 10 m x 8,5 m en 4 m hoog. De lokalen staan er heden nog: op de bovenspeelplaats van het I.M.I., met rug naar het bos, nu wel met gerenoveerde voorgevel, met een verdieping erop en een afdak ervoor.
 

Daar de school van de overheid geen subsidies kreeg moesten de kosten (schoolmeubelen, boeken en schoolgerief, weddes van de onderwijzers, ...) (16) betaald worden met het schoolgeld van de kinderen uit de welgestelde families, met de giften van de leden van het schoolcomité en met de opbrengst van een liefdadigheidsconcert dat jaarlijks in de grote vakantie gegeven werd.
Maar in 1884 won de katholieke partij de verkiezingen en kwam er een nieuwe schoolwet die toeliet dat de gemeente in februari 1885 de parochieschool aannam en voortaan o.a. de weddes van de hoofd- en hulponderwijzers betaalde. Echter, de nieuwe schoolwet liet ook toe dat de gemeenteschool godsdienst gaf binnen de lessen, waardoor voor de Pamelse jeugd de belangrijkste reden om naar de parochieschool te komen wegviel. Gevolg, in februari 1885 was het aantal leerlingen op Ledeberg al gedaald tot 224! En anderhalf jaar later was het gedaan met de enige parochieschool die Pamel ooit kende, toen op 21 augustus 1886 de gemeenteraad de opmerkelijke beslissing nam dat vanaf 1 oktober alle Pamelse kinderen naar de gemeenteschool moesten gaan! Daarbij werd Daniël D'Hoe overgenomen als hulponderwijzer in de gemeenteschool. (17)
Het schoolgebouwtje op Ledeberg bleef leeg achter, maar in 1892 vond pastoor Van Eyndhoven 'de' oplossing voor zijn leegstaande lokalen (18): er een meisjesschool in onder brengen en deze toevertrouwen aan een typische onderwijscongregatie, de Zusters der Christelijke Scholen van Vorselaar.

2.8.2. Parochiale bibliotheek Sint-Gaugericus
In zijn 'Beschrijving der Parochie Pamel' vermeldde pastoor Van Eyndhoven eind 1899 al het bestaan van een leesbibliotheek met ongeveer 400 boeken. Ook schreef hij dat er in de winter veel gelezen werd. Na de hoogmis werden er ongeveer 400 katholieke dagbladen verkocht! In 1924 erkende de gemeenteraad de bibliotheek Sint-Gaugericus als 'openbare volksboekerij', in 1930 volgde de wettelijke erkenning door het ministerie van Kunsten en Wetenschappen. Terecht vond pastoor Janssens want zijn boekerij moest 'voor geen enkele andere onderdoen'. Ook na wereldoorlog II kwam de inspecteur regelmatig op bezoek en werd de erkenning telkens verlengd. Het beheer berustte bij de parochie: de pastoor of de onderpastoor was de bibliothecaris, later verzorgde een zuster (o.a. zuster Marie-Borgia en zuster Marie Polexine) samen met één of meerdere vrijwillige medewerk(st)ers het uitlenen van de boeken. Het aantal uitleningen kende hoogten en laagten, bereikte een maximum in 1964 met 10576 uitleningen. Eerst was de bibliotheek ondergebracht in de gemeenteschool, verhuisde later naar de zaal Ons Huis, kwam terug naar de gemeenteschool om tenslotte ondergebracht te worden in de chirolokalen: een viertal kasten, met rolluik. Met de uitleengelden werden nieuwe boeken aangekocht, ook schonk de plaatselijke DF-afdeling vele jaren een pakket boeken (b.v. in 1944 voor 138 fr., in 1959 voor 310 fr., in 1965 voor 288 fr.), maar van levensbelang waren vooral de gemeentelijke subsidies (b.v. 7650 fr. in 1964 en 10000 fr. in 1978). Toen in 1986 de Plaatselijke Openbare Bibliotheek. in Roosdaal werd opgericht was de parochiale bibliotheek op sterven na dood en op vraag van het gemeentebestuur besliste pastoor Uytterhoeven de 2485 boeken te schenken aan de P.O.B. (19), die er 970 boeken uit selecteerde. De parochiale bibliotheek was opgedoekt.

 

2.8.3. zaal Ons Huis (Brusselstraat)
Met de bouw werd begonnen op 24 september 1930. Op tweede Paasdag 6 april 1931 werd de zaal plechtig ingewijd (in aanwezigheid van 2 volksvertegenwoordigers!). Kostprijs, slechts 12000 fr. inboedel inbegrepen, dankzij de hulp van vrijwilligers.
Voortaan moesten van pastoor Janssens alle activiteiten van de parochiale verenigingen doorgaan in de zaal Ons Huis en aldus was de zaal vele jaren het culturele en sociale trefpunt van de parochie: toneel, film, zangavonden, vieringen, voordrachten (met lichtbeelden), gespreksavonden, tentoonstellingen, 'koffiefeesten', (bestuurs)vergaderingen, leiderskringen, ... ook de parochiale bibliotheek kreeg er een aantal jaren onderdak. Heden (2008) is Ons Huis nog steeds plaats van samenkomst van Pamelse parochiale verenigingen, maar met het inrichten van de keuken werd de zaal toch meer en meer een locatie voor koffietafels bij overlijden, voor communiefeesten, ... en vooral voor eetfestijnen van niet alleen de parochiale verenigingen, maar om financiële redenen ook van pseudo- en niet-parochiale organisaties.
Tot eind de jaren (19)60 behield de zaal haar oorspronkelijke indeling en uitzicht: vooraan het podium, met eronder de 'kelder' waar de toneelspelers geschminkt werden, hun beurt afwachtten, middenin de zaal zelf, achteraan twee kleine lokaaltjes, langs beide zijden van de ingang, en een trap naar het bovenzaaltje 'den Uil', met een schuifraam afgesloten van de grote zaal. Soms werd dat raam opengeschoven om aldus bijkomende plaatsen te creëren; meestal installeerde men op 'den Uil' ook de filmprojector zodat zijn ratelend geluid beneden wat minder stoorde. De daarop volgende jaren kreeg de zaal een nieuwe lambrisering en plafond, ook (luidruchtige) blazers van warme lucht (later vervangen door een centrale verwarming). In de muur langs de pastorie werden toegangen gekapt naar de aangebouwde tapplaats, keuken en toiletten. Achteraan verdwenen de twee lokaaltjes. In 1995-1996 werd de zaal grondig gerenoveerd, brandveiliger gemaakt ('vernieuwd' dak, nieuwe verlichting, voordeur, plafond, binnenschrijnwerk, ...). Uiteraard werden in de loop der jaren ook tafels en stoelen aangekocht, werd de keuken gerieflijker ingericht, ... Al die verbouwingen, aankopen werden bekostigd met de 'bruikleenvergoedingen' betaald door de gebruikers, met de opbrengsten van kerstconcerten en tuinfeesten, en in 1996 dankzij een renteloze lening van 2500000 fr. over 15 jaar verkregen van de gemeente.
De opeenvolgende aanpassingswerken ondermijnden echter de stabiliteit: het plafond begon door te buigen en vertoonde barsten (20), maar vooral de buitenmuur langs de pastorie raakte gescheurd. Toch werd de zaal verder verhuurd tot, o consternatie, ze op 7 november 2008 omwille van de veiligheid moest gesloten worden. Maar onmiddellijk werden de noodzakelijke werken aangekondigd, werd al gezocht naar gelden ... Op 5 juli 2009 werd de vernieuwde zaal ingewijd.

 


------------------------------------------------------------------------
(1) Kostprijs: 36000 fr. Bijdrage daarin van de gemeente: 8500 fr = 3500 fr van giften in de vorm van hop + 1500 fr van de gemeentebegroting + 3500 fr in de vorm van arbeidsprestaties door de Pamelaars.
(2) De lambrizering is later door de kerkfabriek van Strijtem aangekocht.
(3) In 1901 werd er nog ingebroken.
(4) Op de zitbank van Christus, de naam van de maker Prosper Jacobs en de datum.
(5) Vroeger stond er in de eerste helft van de zijbeuken langs de muur links en rechts ook nog een eenvoudige biechtstoel.
(6) Volgens Gerard Van Herreweghen was het een nieuw orgel, gebouwd door Petrus Hubertus Anneessens uit Ninove, of door zijn zoon Charles met atelier in Geraardsbergen. In DF-Klokje 38e jg, 2006, aldaar p. 86.
(7) De klok werd gewijd door pastoor Van Camp van O.-L.-V.-Lombeek, die tevens deken was van het district Sint-Pieters-Leeuw.
(8) Het kleine klokje dat in 1794 nog klepte (zie hierboven) was intussen ‘verdwenen'.
(9) Om die elektrificatie en ook de restauratie van de klokkenstoel (gedeeltelijk) te kunnen betalen werd aan de parochianen voorgesteld voor 1 april 1930 al vooraf één uitvaartdienst te betalen van een later overlijden in het gezin aan drievierden van de gangbare prijs: 157 fr i.p.v. 210 fr (dienst 11 u), 112 fr i.p.v. 150 fr (dienst 10 u), 45 fr i.p.v. 60 fr (dienst 9 u). 121 gezinnen schreven in en betaalden 12 512 fr.
(10) Volgens het ‘voorloopig ontvangstbewijs' op 13 juli.
(11) Pastoor Van Eyndhoven: 'Geschiedkundige aantekeningen', 1899; in archief van de parochie Pamel.
(12) Volgens pastoor Van Eyndhoven, in het totaal 7000!!
(13) Die zijn vaste benoeming in de gemeenteschool van Liedekerke opgaf! Merkwaardig toch dat geen enkele Pamelse gemeentelijke onderwijzer, ook niet Jan-Baptist Van den Eeckhoudt, overstapte.
(14) Volgens de memoires van pastoor Van Eyndhoven; in archief van de parochie Pamel.
(15) Met toch een groot verschil in jaarwedde: 1500 fr voor Daniël D'Hoe, 450 fr voor Felix De Beenhouwer en 150 fr voor Joannes De Troyer.
(16) Het eerste schooljaar liepen de kosten op tot 4533,67 fr.
(17) Welke rol speelde pastoor Van Eyndhoven in deze 'afhandeling'?
(18) en tevens voor de overbevolkte klassen van de gemeenteschool, die erdoor halveerden.
(19) Onder bepaalde voorwaarden, o.a. dat de P.O.B. in Pamel-centrum zou gevestigd worden!
(20) Al in oktober 2007 opgemerkt tijdens het grootoudersfeest van het I.M.I. door een der grootouders.
 





wordt aangevuld