boomstructuur: startpagina >
AZ-index > artikelindex M > artikel


Magnus Felix

Pastoor te Strijtem van 1950 tot 1979

Felix Magnus werd te Vlezenbeek geboren op 8 januari 1907. Na zijn middelbare studies trad hij binnen bij de paters van Scheut. Hij werd er priester gewijd op 16 augustus 1931. In 1935 vertrok hij als missionaris naar de Filippijnen, maar keerde na vier jaar voorgoed terug. In 1939 werd hij onderpastoor te Galmaarden, in 1940 te Dworp, in 1944 te Heverlee en in 1947 te Deurne.
In 1950 werd hij aangesteld tot pastoor te Strijtem en hij werd er plechtig ingehaald op 29 oktober. Gedurende 29 jaar leidde hij dan de parochie (1) (2) en heeft hij getracht zijn kerk te onderhouden en aan te passen aan de wijzigende liturgie. Op 23 november 1979 kondigde hij zijn vertrek aan: ‘Omwille van groeiende ongemakken en zeer tot mijn spijt, heb ik er toe besloten ontslag te vragen aan de bisschop. We zijn samen een gelukkige gemeenschap geweest. Gedurende 29 jaar ben ik hier een gelukkig mens geweest. Ik mocht zeer veel genegenheid en vertrouwen ondervinden: daarvan gaf men voortdurend onbetwiste tekens, onder velerlei vormen. Ik meen dat mijn verblijf in Strijtem nuttig geweest is en dat ik niet ongemerkt voorbij ben gegaan ...' Op zondag 16 december 1979 nam hij in de mis afscheid van de parochie Strijtem, maar bleef nog tot 13 januari 1980, toen zijn opvolger werd aangesteld.
Dan verhuisde hij naar Liedekerke van waaruit hij nog de teksten van het parochieblad voor gans het decanaat doorstuurde naar de drukkerij. Later werd hij opgenomen in het rusthuis te Pamel waar hij op 25 februari 1994 overleed.

Pastoor Magnus kwam bij zijn parochianen over als een streng man. Hij had een afkeer van slordigheid en tuchteloosheid. Vandaar dat zijn kerk altijd zeer netjes was en niemand het aandurfde in de zondagsmis te laat te komen. Ook zijn schare misdienaars geleidde hij met vaste hand.' (3) Eveneens wezen de ‘toezichtsters’ van het hoofdbestuur van de Boerinnenbond in hun verslagen constant op de overheersende rol van de proost binnen de Strijtemse Gilde, maar ... er was wel activiteit.

 


handtekening 1978

 

----------------------------------------------------------------------
(1) Toen Kattem eind 1961-begin 1962 zonder pastoor zat is hij er enkele maanden ingesprongen en heeft hij er de missen opgedragen.
(2) In 1961-1962 was hij tegelijk ook enkele maanden ad interim op Kattem.
(3) Luc Van Liedekerke: ‘Strijtem … nu en altijd', 1981, 316 p. Aldaar p. 143.