boomstructuur: startpagina >
AZ-index > artikelindex H > artikel


Hof ten Brugske(n)

't Hof ten Brugskene (1374), ten Bruxkenhem (1778)

Gelegen langs de Ninoofsesteenweg (nu nr 247) aan de Lombeek/Hunselbeek.

De oorsprong zou teruggaan tot de 12e-13e eeuw. Zeker is dat het een leen was van het Hof van Brabant, met 27 bunders land en wei; dus met landbouw en veeteelt, maar in oorlogstijd moest soms ook voetvolk ‘geleverd' worden aan de hertog. In 1740 is het volgens een akte nog ‘Een huys van plaisance (1) rondom met vijver ende binnen hof, alwaer een fonteyn heeft gesprongen'. Nadien werd het uitsluitend landbouwbedrijf en vanaf 1936 alleen woonstede.

Eigenaars
Op het einde van de 14e eeuw waren Jacques Vanderstraeten, zijn zoon Colin en kleindochter Margriet eigenaar. (2) Ten gevolge van twisten werd het hof verkocht aan Brusselaar Jan de Mol. In 1440 werd Thierry de Mol eigenaar. (3) Zijn zoon verkocht in 1507 het hof aan Andreas Douvrijn. Nadien werd de familie d' Ittre en daarna de familie Vandermoesen eigenaar, tot Peeter de Smeth en zijn vrouw Catharina Covens het hof op 16 december 1721 voor 5510 gulden kochten (verhef voor het Leenhof van Brabant op 3/1/1722). Zoon Antoon kocht het hof van zijn mede-erfgenamen af (verhef op 16/12/1740). Na zijn dood hertrouwde zijn vrouw Elisabeth Van der Elst met Peeter De Laet en samen runden ze nog vele jaren het hof. In 1803 namen Pierre Bernard Velge en Maria Gertrudis Meert (kleindochter van Antoon de Smeth) het hof over en sindsdien bleef het Hof ten Brugske al meer dan 200 jaar eigendom van de familie Velge.

Gebouwen
Waarschijnlijk verwijst een nog aanwezige gevelsteen met ‘1634' erop, naar een grondige verbouwing of een volledige heropbouw van/op resten van een ouder gebouw.

 
kopie uit kaart van 1641 (R.A.G. Abdij Ninove)
 

Ook op de Ferrariskaart (1771-1775) staat er nog een omwald hooghof met ernaast een neerhof. Een andere gevelsteen ‘PBV/MGM/1803' verwijst zeker naar Pierre Bernard Velge en zijn vrouw Maria Gertrudis Meert, mogelijk omdat ze dat jaar eigenaar werden van het hof en waarschijlijk ook verbouwingen lieten uitvoeren.
In 1826-1828 werd de steenweg Brussel-Ninove aangelegd en sneed, recht als hij was, een stuk van het hof. De ringgracht/vijver werd gedempt; het neerhof moest heropgebouwd worden, met een vleugel palend aan de steenweg. Deze vleugel werd rond 1900 afgebroken.

 

foto ca. 1925
 

In 1936 liet Paul Velge het hoofdgebouw ontpleisteren en grondig restaureren; de gevelsteen ‘P. Velge-De Clippele restaurata MCMXXXVI' herinnert er nog altijd aan. Toen werd ook een ‘soort' lusttuin (4) aangelegd. Bovendien werd het neerhof volledig afgebroken en werd wat verderop, grotendeels met recuperatiemateriaal en min of meer in de stijl van het hof, een ‘garage' gebouwd. In 1964 werd deze vergroot en omgebouwd tot een afzonderlijke woning.

In ‘Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen' werd het hoofdgebouw in 1977 als volgt beschreven:
‘Het woonhuis is een complex huis opgetrokken in traditionele bak- en zandsteenstijl, in kern daterend van 1634 (in een gevelsteen in de trapgeveltop), mits behoud van een oudere rest waarvan sporen in de kelderverdieping, en aangeduid door enkele schietgaten, ...' En verder: ‘Hoofdgebouw van twee bouwlagen voorzien van bijgebouwen achteraan onder het doorlopend dakschild en van een lagere vleugel in het verlengde; zadeldaken (leien) gevat tussen trapgevels. Traditionele kruis- en kloosterkozijnen, sommige met weggebroken kruisen en middenkalven, andere met grotendeels vernieuwde onderdelen.'

Het Hof ten Brugske werd bij KB van 20/9/1958 als monument erkend.

 

-------------------------------------------------------------------------
(1) Speelhuis: vanaf het einde van de middeleeuwen een soort kasteeltje dat geen militaire functie had en ook niet als permanente woning was bedoeld. Eerder was het een plaats waar adellijke lieden tijdelijk verbleven om zich te vermaken of om zakelijke relaties te smeden.
(2) Zij zijn (voorlopig) de eerst gekende eigenaars.
(3) Was in 1455 burgemeester van Brussel.
(4) Heden gazon met in bol geschoren taxussen.
(5) ‘Deel 2n Vlaams Brabant Halle-Vilvoorde', Ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur, 1977, 818 p. Aldaar p. 543.