boomstructuur: startpagina >
AZ-index > artikelindex D > Davidsfonds Roosdaal > artikel


Davidsfonds Roosdaal/boekenbeurs 1980

Belangrijkste gedeelte uit de welkomsttoespraak van kersvers voorzitter Hubert De Bolle:

Vanzelfsprekend moet onze Df-werking christelijk geïnspireerd, vlaamsgezind en sociaal gericht zijn. Het is trouwens mijn vaste overtuiging dat als men één van deze facetten verloochent, men ook de eigen aard van het Vlaamse volk verminkt. Uitgaande van deze principes zullen we ook in de toekomst vormingsavonden inrichten, toneelvoorstellingen bijwonen, in ons ledenblad streekgebonden informatie verstrekken, wandelingen uitstippelen, en zo meer. We staan in bewondering voor wat er in het verleden werd gepresteerd en ik breng hulde aan al de bestuursleden die daartoe hebben bijgedragen.

Mag ik hier een oproep doen tot de politici, tot welke partij ze ook behoren. Laat het vrijwilligerswerk van onze verenigingen, waarbinnen ieder naar eigen motivatie kan werken, gedijen. Kapsel het niet in in kunstmatige structuren, tracht het niet op te slorpen zodat het binnen uw invloedssfeer komt te liggen, maar schep materiële mogelijkheden door o.a. een rechtvaardige maar milde subsidiëring.

Als afdeling moeten we trachten dat vrijwilligerswerk binnen menselijke grenzen te houden zodat wij, noch ons gezin er onder gebukt lopen, maar integendeel kunnen putten aan de rijke bron van vormingskansen die het verenigingsleven biedt. Indien nodig moeten we daartoe zelfs de kwantiteit beperken. Op de kwaliteit van onze activiteiten mag echter geen rem staan. Niet dat wij het steeds beter moeten doen, maar wel dat we er moeten naar streven datgene wat we organiseren ook uitstekend te verzorgen.

Wat de structuur van onze afdeling betreft blijven we geloven in de opdeling in werkgroepen. Immers taken verdelen is kansen geven. Verantwoordelijkheid opnemen is mens worden. Wel moeten we komen tot een grotere coördinatie en wederzijds begrip. Hier ligt de grote taak van het dagelijks bestuur, maar het is tevens een opdracht voor elk bestuurslid. Uiteindelijk zal het algemeen bestuur de totale werking moeten beoordelen.

En dan is er nog onze grote zorg: hoe onze leden meer betrekken bij ons DF-denken en doen. In het bestuur moeten we, en als het kan samen met de leden, zoeken naar middelen om daarin veranderingen ten goede te brengen. '