boomstructuur: startpagina >
AZ-index > artikelindex D > De Bolle H. R. > artikel


De Bolle Hubert Remi/ nieuwjaarsbrieven in DF-Klokje
In nr 1 van het DF-Klokje 1998:

Wij hebben hem, onze nieuwjaarsbrief, eerst in de kleuterklas van buiten geleerd, gedrild, daarna in de lagere school leren lezen, leren vloeiend lezen, met de nodige klemtonen. Soms was hij kort, soms vrij lang, nu eens op rijm en dan weer proza, maar altijd met veel dankbetuigingen, goede voornemens en de beste wensen. Eens onze plechtige communie gedaan was het uit met de nieuwjaarsbrief. Wel stuurden of gaven we aan onze meter en peter nog een kaartje in de hoop van hen toch nog iets te krijgen.

Ook in het DF-Klokje hebben we vaak onze nieuwjaarsbrief 'opgezegd'. Maar er zijn ook jaren geweest dat we hem vergaten.
In zo'n DF-nieuwjaarsbrief kan men uiteraard mediteren rond de drie pijlers van het Davidsfonds: Vlaams, sociaal en christelijk, zoals Pater Leyssens vaak deed.
Ikzelf vond dit jaar inspiratie in de woorden van de eremijt uit het levensverhaal (1) van Lazarillo de Tormes, naar het Spaans bewerkt door Bert Decorte. (2)
 

  Maar eerst kort het verhaal zelf, dat zich afspeelt in het Spanje uit de 16e eeuw: Lazarillo, een jongen van de straat, leert, vaak tot eigen scha en schande, zijn plan te trekken. Eerst bij een blinde bedelaar, dan bij een pastoor, ..., treedt in dienst van een jonker, ..., wordt omroeper, trouwt en wordt bedrogen, ..., vaart naar Indië, lijdt schipbreuk, wordt als zeemonster gevangen en tentoongesteld, ..., komt, naar het einde van het verhaal toe, bij een eremijt terecht, wordt zelf eremijt.

En de eremijt vertelt:
"Dit hier, broeder, is het paradijs op aarde, waar ik de dingen Gods en de dingen der mensen overpeins. Ik vast wanneer mijn maag gevuld is en eet wanneer ze ledig is. Ik waak als ik niet slapen kan en slaap als ik vaak krijg. Ik leef in eenzaamheid, waneer ik geen gezelschap heb en in gezelschap als ik niet alleen ben. Ik zing als ik vrolijk ben en treur als ik geen trek heb in 't plezier. Ik werk als ik niet te lui ben en luier als ik geen zin heb in 't werk." (3) (4)

ALS U NOG DRUK AAN HET STUDEREN OF HET WERKEN IS DAN WENSEN WIJ DAT U IN 1998 TOCH NU EN DAN DERGELIJKE PARADIJSELIJKE MOMENTEN MAG ERVAREN;
BENT U BRUG- OF ECHT GEPENSIONEERD DAN HOPEN WIJ DAT U IN 1998 DIE PARADIJSELIJKE ERVARINGEN DAGELIJKS MAG BELEVEN.


Hubert De Bolle.


----------------------------------------------------------------------
(1) Geschreven, met een tijdsverschil van bijna 70 jaar, door twee verschillende auteurs.
(2) Decorte Bert: 'Lazarillo de Tormes', Uitg. C. de Vries-Brouwers, Antwerpen/Amsterdam, 3e druk 1985, 200 p. (de 1e druk verscheen in 1963, de 2e in 1978).
(3) Decorte Bert: o.c. (noot 2) pp. 180, 181.
(4) Eerlijkheidshalve moet ik vermelden dat de eremijt er nog aan toevoegt: "Ik mediteer over de dwaasheden van mijn vroeger leven en contempleer mijn huidig geluk." Maar vermits u, lezeres of lezer van het DF-Klokje in 1997 geen dwaasheden hebt begaan, hebben we die zin maar weggelaten .... of hadden we hem toch beter laten staan?
Bovendien blijkt uit het vervolg van het verhaal dat de eremijt amoureuze escapades niet schuwt. Maar vermits u, lezeres of lezer van het DF-Klokje in het toch wat 'koelere' Pajottenland woont en niet in Spanje, doen die amoureuze escapades niet ter zake .... of toch?




In nr 1 van het DF-Klokje 1999:
 
DE KLOOF
 
Zit u al met een 'fin de siècle-gevoel' of heeft het naderend einde van de eeuw, ja zelfs van het millennium op u geen invloed? Tikt voor u, en niet alleen voor uw computer, de millenniumbom genadeloos verder, of vindt u dat het niet zo'n vaart zal lopen? Is het alleen maar 99 dat zal veranderen in 00, of ligt het voor u toch wat gevoeliger?

Kunnen we te rade gaan in het verleden?
1000 jaar geleden b.v., op het einde van het eerste millennium?
Uit historische bronnen blijkt dat er toen middeleeuwers hoopten op een rijk dat Christus na zijn overwinning op de antichrist, maar voor het wereldeinde zou stichten, anderen vreesden juist voor dit einde van de wereld. Toch mag niet overdreven worden als zouden op de vooravond van de beslissende dag de mensen massaal afscheid hebben genomen van het leven en het einde biddende hebben afgewacht. Dus geen veralgemeende angst maar zelfs een geloof dat de mensheid kon zegevieren. Zo kwamen er precies rond die tijd veranderingen op gang die zouden leiden tot de renaissance van de 12e eeuw (1).
En 100 jaar geleden, op het einde van de negentiende eeuw?
Velen omschreven dit fin de siècle als een van pessimisme, van onvrede met de wereld, van chaos en tegenstellingen, van klein burgerlijkheid en sociale miserie, maar toch met een drang naar vernieuwing, met een verlangen naar een andere, betere wereld (2), met in Vlaanderen één van de belangrijkste vernieuwende literaire bewegingen met en rond het tijdschrift 'Van Nu en Straks' (3) en een Vlaamse beweging die stilaan uitgroeide boven het zuivere taalflamingantisme (4). Op Ledeberg waren de zusters van Vorselaar begonnen met een lagere school, in Pamel zou de kerk dra verhuizen van de Dender naar de Varing en in Strijtem maakte pastoor Cuylits van zijn kerk op zijn minst een bezienswaardigheid.

Is er wel nieuws onder de zon?
Ook in deze tijd voelen velen zich onzeker, onveilig, worden er mensen gedood en natuurgebieden verwoest, maar er zijn ook wonderlijke vernieuwingen, technische en medische hoogstandjes. Nu kan ook de volksmens delen in de welvaart en krijgt hij, dankzij de democratisering van het onderwijs, ruime kansen.

Al die eigenaardigheden (6) kunnen m.i. samengebald worden tot één woord: kloof !
Uiteraard denken wij dan aan de kloof tussen de burger, de politiek en het gerecht. Het 'gezag' wordt dan verantwoordelijk gesteld voor alles wat er misloopt in de maatschappij. Dat is ook meer dan eens het geval, vooral als dat gezag wereldvreemd is geworden, 'niet meer voelt wat zijn mensen voelen' en 'niet meer hoort wat ze zeggen', als het de eigen mensen bevoordeelt ten koste van anderen. Niet weinigen vinden het dan normaal dat zij de door dat gezag opgelegde normen relativeren, omzeilen, verwerpen en vervangen door 'zelfgemaakte' normen. Mark Eyskens spreekt van de "collectivisering van de verantwoordelijkheid en de individualisering van het gelijk" (5). En ook de Kerk moet die kloof met vele gelovigen vaststellen, vaak tot bitterheid van diezelfde gelovigen en van de Kerk zelf.
Nooit veranderden wetenschap, kennis en levenswijze in zo'n hoog tempo, vandaar ook een kloof tussen verleden en heden; niet alleen tussen generaties maar evenzeer in het leven van elke dag. Bereiden we het eten nog, zoals vroeger in een gewone oven, of liever onder de grill, misschien (7) al in een oven met warme lucht of in een microgolfoven? Maar als de stroom uitvalt moeten we vier verschillende gebruiksaanwijzingen lezen om onze elektrische klokken te kunnen instellen. Schrijven we nog een ouderwetse brief of faxen we het bericht? We kunnen ook e-mailen (8), dat gaat nog vlugger en het is zelfs goedkoper! Maar als we hiervoor vandaag een computer kopen weten we dat hij morgen al verouderd is.
TV-beelden tonen ons de kloof tussen het rijke Westen en het arme Afrika, tussen mensen met en zonder papieren, tussen een doorsnee Vlaams gezin en de amoureuze perikelen van wereldleiders en bekende Vlamingen. En opnieuw ontstaat er een kloof, nu tussen beeld en werkelijkheid, een kloof die breder wordt naarmate de journalist uit is op sensatie, naarmate hij maar gedeelten van de werkelijkheid toont om daarmee zijn publiek ideologisch te bewerken, en andere gedeelten van de waarheid bewust verborgen houdt.
Op den duur ziet men overal kloven, ja zelfs tussen de cultuurraad van Roosdaal en het verenigingsleven (9). Maar, zeker één kloof bestond vroeger ook al, is zelfs van alle tijden, verbreedt soms maar versmalt dan weer: de kloof tussen pessimisten en optimisten.
We kunnen dan de pessimist uithangen en beweren dat als men door een of andere wet, door een of andere (liefdadigheids)actie een brug slaat, deze telkens zal instorten omdat de kloof altijd maar breder wordt. Wij kennen de opmerking: "Wat voor zin heeft het nog?"
De optimist weet dat door nieuwe wetten en acties toch al heel wat mensen over de brug zijn gehaald, naar een beter leven toe, dat vele kloven al, tot op zekere hoogte, werden en worden gedicht door welvaart, kennis, medische verzorging, ...
En hij ziet vaders en moeders, zusters, priesters, arbeiders, bedienden, leerkrachten, geneesheren, studenten die gewoon hun best doen, hun eigen leven en dat van de gemeenschap correct maar toch menselijk houden of maken, kortom evangelisch 'al goed doende rondgaan'.

Dat u ook in 1999 tot die groep optimisten kunt blijven behoren of er kunt bij aansluiten, dat wens ik u van harte.


Hubert De Bolle.


-----------------------------------------------------------------------
(1) Zowel naar prof. dr Raoul Bauer in De Standaard van 27,28/9/1997 als volgens prof. Franco Cardini in "Het jaar 1000. De wortels van onze beschaving", Davidsfonds, Leuven, 1997.
(2) O.a. volgens Raymond Vervliet in "Brussel en het fin-de-siècle", Houtekiet, Antwerpen-Baarn, 1993 en ook naar Carl Schorske in "Wenen in het Fin de Siècle", Agon, 1989.
(3) Onze 'latere dorpsgenoot' Karel van de Woestijne werkte tussen 1896 en 1901 mee aan de tweede reeks van het tijdschrift.
(4) "... de generatie taalflaminganten maakte plaats voor leidersfiguren die de Vlaamse ontvoogding vanuit een ruimere invalshoek benaderen." in "Geschiedenis van de Vlaamse ontvoogding", uitgeverij MIM, Antwerpen, 1994. Aldaar p. 29.
(5) In De Standaard van 24/2/1998.


Latere kanttekeningen:
(6) Duidelijker had ik hier geschreven: 'Al die (schijnbare) tegenstellingen, divergerende evoluties kunnen ...
(7) Nu zou ik 'misschien' zeker weglaten, als we tenminste nog zelf het eten bereiden.
(8) Intussen sms'en we vanjewelste.
(9) Cultuurraad die zich in 1998-1999 in zijn beleid, door zijn initiatieven te sterk 'in de plaats van' de verenigingen opstelde.