Strijtemnaren zijn waterdrinkers |
|
*
‘Te Strijtem zijn 't allemaal dezelfden. Ze hebben altijd groten dorst; maar ze bezien de herbergen van buiten; ze zeggen dat er geen enkele parochie is waar er zulk goed water is als Strijtem. En omdat ze zulk goed water hebben dopen ze hun bier, dopen ze hun jenever, dopen ze hun melk. De winkelier doopt zijn petrol, zijn azijn, enz. Strijtem is de parochie van de waterdrinkers, van de dopers, en van de beddep…!' (1)
Is het water er werkelijk zo subliem, of wordt gealludeerd op een karaktertrek van de Strijtemnaren?
Volgens Luc Van Liedekerke moeten we misschien de verklaring niet te ver gaan zoeken: 'Het dorp Strijtem is t.o.v. de omliggende dorpen laag gelegen. Dit had het voordeel dat in periodes van grote droogte er te Strijtem toch nog water in de steenputten stond wat zeer belangrijk was voor mens en dier. De hoger gelegen dorpen die dan zonder water zaten keken met afgunst naar de waterdrinkers in het dal.' (2)
*
Stekeliger zijn de Aalstenaren met ‘Die komt zeker van Strijtem.', voor iemand die er nogal boers uitziet. (3)
-----------------------------------------------------------------------
(1) Van Op Den Bosch in ‘Eigen Schoon en de Brabander', 12e jg. (1929-1930). Aldaar p. 48.
(2) Luc Van Liedekerke in 'Strijtem... nu en altijd', 1981, 316 p. Aldaar p. 232.
(3) Reygaerts J. in ‘Eigen Schoon en de Brabander', 88e jg. (2005). Aldaar p. 434. |
|
Aangevuld in juli 2025.
|
|
|