boomstructuur: startpagina >
artikelindex Marge > artikel


Bewoning, bos, landbouw, nijverheid, ... te Strijtem

Volgens een telling gefinaliseerd op 21 december 1693 stonden er in Strijtem 33 huizen, bewoond door 146 mensen. Zes onder hen werden vermeld als pachter, 11 als boerenknecht en 4 als ‘meijssen'. Ook werkte er een ‘rademaker' of wagenmaker, speelde er een koster en liep er een ‘officier' (veldwachter) rond.

Op 10 januari 1755 werd er opnieuw een telling afgerond. Toen telde men 50 huizen, bewoond door 268 mensen. Vijf boeren werden als pachter vermeld, de andere landbouwers werden allen als ‘cossaert' ingeschreven. Groot was het aantal knechten, 17 en meiden, 14. Ook woonden er 2 ‘rademakers', 2 smeden, 3 timmerlieden, 1 kleermaker en 2 herbergiers (één ervan was ook ‘dienaer' of veldwachter).

Op een totale oppervlakte van 304 ha waren in 1834 36 ha bebost. De totale beteelde oppervlakte bedroeg toen 254 ha. De graangewassen namen in 1866 129 ha in beslag en het grasland 34 ha.

Eind 1846 werd in Strijtem een landbouwtelling gehouden, waaruit o.a. bleek:
- De landbouwopbrengst van 1846 verschilde weinig van die van een normaal jaar, behalve voor rogge en aardappelen, waarvoor de opbrengst merkelijk lager lag.
- Op 1/4 van de akkers werd tarwe geteeld, op 1/5 rogge, op 1/6 koolzaad, op 1/8 haver, op 1/8 klaver en voor de rest aardappelen en lentevruchten.
- Graan werd met de hand gezaaid en niet op rijen, koolzaad werd wel op rijen geplant.
- De bemesting met stalmest bedroeg gemiddeld 30000 kg per ha en per jaar.
Men gebruikte ook kalk, asse, mergel, schoorsteenroet, beer en raapkoeken.
- Geploegd werd er met ploegen op wielen of met voetjesploegen (1); ook werd het land geëgd en gebold (met rollen).
- Er werden heel weinig trekpaarden geteld; verder 132 melkkoeien en slechts 25 kalveren (2); ook nog 37 mestvarkens.
- Het dagloon van een arbeider (arbeidster), sinds 1830 ongewijzigd, bedroeg: 50 cent voor mannen en 40 cent voor vrouwen.
Naast hun dagloon kregen ze ook de kost, behalve de maaiers omdat deze recht hadden op 1/25 van de graanoogst.
- De gemiddelde verkoopprijs van de landbouwgrond was van 3200 fr per ha in 1830 gestegen naar 3600 fr in 1846. Ook de pachtprijs steeg in die periode van 65 fr per ha naar 85 fr per ha.

Uit de industiële telling van 1937 bleek dat aan een mechanische kantfabriek 100 arbeidsplaatsen waren verbonden. De telling van de privénijverheid en –handel in 1961 toonde het betrekkelijk belang van de bouw (10 bedrijven die 26 personen tewerkstelden), op een totaal van 67 bedrijven, die in het totaal 127 personen werk verschaften. In 1961 was de werkgelegenheidscoëfficiënt 52,1 (3). Op een totale beroepsbevolking van 483 inwoners telde Strijtem toen 276 pendelaars, van wie er 224 in de Brusselse agglomeratie werkten.

In 1959 was nog slechts 19 ha bebost. De totale beteelde oppervlakte beliep toen 230 ha., waarvan 47 ha graangewassen en 71 ha grasland. De fruitteelt was in 1959 duidelijk belangrijk geworden ( 65 ha).

In de rangschikking van de gemeenten naar de graad van verstedelijking kwam Strijtem in 1961 voor onder de verstedelijkte woongemeenten. (4)


----------------------------------------------------------------------
(1) Ploeg waarvan de boom aan het vooreind door een voet wordt ondersteund.
(2) Een centrale commissie in Brussel betwistte deze (en ook andere) volgens haar te lage cijfers, waarop vanuit Strijtem dan weer werd gerepliceerd dat in casu de boeren niet zelf hun kalveren vetmestten maar ze al vlug na het kalven verkochten aan de keuterboeren.
(3) Het aantal personen tewerkgesteld in de gemeente gedeeld door de totale beroepsbevolking maal 100.
(4) Bron: ‘Gemeenten van België' deel 2, Gemeentekrediet van België, 1980, 695 p. Aldaar p. 1072.