boomstructuur: startpagina >
artikelindex Marge > artikel


Dender
 

De Dender ontstaat te Ath uit de samenvloeiing van de Westelijke en Oostelijke Dender en mondt in Dendermonde uit in de Schelde. Onderweg vormt de rivier over ca. 2 km ook de grens tussen Roosdaal/Pamel en Ninove/Okegem.

Thenra
In 896 vermeld als ‘Thenra', Keltisch voor bruisende, woelige rivier. Bij hevige regen kon de Dender rap sterk aanwassen en werd dan, mede door het relatief groot verval een kolkende rivier.

 
 

(a) Hier mondt de Wolfputbeek uit in de Dender, tevens grens met Ninove.
(b) Gewad, brug, schuit
In 1429 ‘ten ghewade' genoemd. Nog dezelfde eeuw is er een brug gebouwd, die echter al in 1485 werd vernield. Ook in 1590 werd de brug verwoest. Dat er in 1710 nog een brug lag kan worden afgeleid uit volgend citaat uit dat jaar: ‘zuyt de straete loopende naer de brugge die over den Dender light naer ninoven'. De weg over de brug liep recht op het Hof te Riehove (1), zijwegen ervan liepen naar Ninove (over de Nederwijk) en naar Okegem. De jaren nadien is de brug waarschijnlijk door ouderdom of door een overstroming verdwenen en vervangen door een veerpont/schuit. Dat moet voor 1741 zijn gebeurd gezien pastoor De Craene zich in het veer liet overzetten. Hij betaalde op het einde van het jaar, maar vond de som zo hoog dat hij besloot telkenmale te betalen zoals iedereen. Ook na hem, zeker tot in de 19e eeuw (tot de nieuwe brug - zie (f) - er kwam?) zullen vele Pamelaars het hem hebben nagedaan. De plaats heet in de volksmond nog altijd ‘het Schuit'. (2)

 

foto 1985: ter hoogte van het Schuit.
 

(c) Borgstad, benaming van de Dendermeers, waar vele eeuwen geleden een waterburcht stond. In een wijde boog eromheen had de Dender ooit een zijarm, de ‘Omloop' genoemd, waarop (tot in de 11e eeuw?) een watermolen stond. Toen Pamels grondgebied.
(d) Wijmpjesmeers, destijds een weide van de heer. Oudtijds werden hier wijmen gekweekt voor het vlechten van manden, korven en horden. De vroegste vermelding van wijmenteelt ter plekke dateert van 1391.
(e) De vroegere ‘Plaetse' van Pamel.
(f) In 1865 bouwden Pamel en Okegem hier een brug, begin 1866 was ze klaar. Het was een ijzeren brug met een houten brugdek, rustend op twee gemetselde bruggenhoofden en een gemetselde pijler in het midden (kostprijs: 29700 fr). Vanzelfsprekend werd toen ook de Kaaistraat tot aan de brug verlengd.
Maar al in 1885 was het houten brugdek in zo'n slechte staat dat op bevel van de gouverneur(s) alle verkeer over de brug zwaarder dan 2000 kg werd verboden. De besturen van beide gemeenten vroegen dan aan de minister van Openbare Werken de brug over te nemen omdat zij een nieuw houten of metalen brugdek niet konden betalen. Vijf jaar later, in 1890 (en ook in 1892) was er op de Pamelse gemeenteraad opnieuw sprake van noodzakelijke herstellingen aan het paalwerk en de brug. Zo ook de volgende jaren, tot ... de brug begin 1933 instortte. Gepalaber tussen Pamel en Okegem over wie wat moest betalen en het verkrijgen van het noodzakelijke akkoord van het ministerie van Openbare Werken (de grootste geldschieter) waren er oorzaak van dat de brug er pas in 1935 kwam (kostprijs 449663,70 fr). Opnieuw een ijzeren brug die alleen rustte op bruggenhoofden in gewapend beton. Vijf jaar later, op 18 mei 1940 omstreeks 17 u, zou ze door de Engelsen worden opgeblazen.
Onmiddellijk na de oorlog, in 1945-46 werd een nieuwe brug gebouwd, die nog altijd dienst doet (3).
(g) Hier lag de Hust, een ‘eilandje' (toch 45 roeden groot) omsingeld door de Dender en een kleine (nu verdwenen) zijarm (beek?). Het was eigendom van de heer van Pamel en de bewoners van het enige huis (doorgaans herberg) op de Hust waren dus Pamelaars.
(h) In 1474 was er hier een voorde, een doorwaadbare plaats (in het abdijarchief aangeduid met ‘te voerde'), waar Pamelaars en Okegemnaars de Dender te voet overstaken, tenminste als het waterpeil door regens niet al te hoog stond.
(i) Grens met Liedekerke.

Kanalisatie
Rond 1200 was de Dender al bevaarbaar tussen Aalst en Dendermonde (4). Op het einde van de Middeleeuwen konden kleine schuiten (bij voldoende neerslag) ook Ath bereiken.
Ter hoogte van Pamel was de Dender hoogstens 10 m breed en had een wisselende diepgang. Het debiet was grillig; bij een lange periode van droogte bleef er alleen nog een modderige beek over (5).
In de loop der eeuwen was er nu en dan sprake van verbreden, uitdiepen, (herop)bouwen van speien/sluizen. In 1747 hielden over de ganse Dender 20 ‘sluizen' het water tegen. Uiteindelijk werd in de periode 1863-1867 een grote kanalisatie doorgevoerd die de Dender deed stromen zoals we de rivier heden kennen.
Op Pamels grondgebied werden geen sluizen gebouwd, maar werd de Dender wel verdiept en ook verbreed tot ong. 18 meter. Van waar nu de brug ligt tot waar heden het beeld van de Dikke staat werden zomaar 3 bochten weggewerkt. Weidegronden die voorheen tot Okegem behoorden, werden naar Pamel overgeheveld en omgekeerd. Te Pamel waren de werken al klaar in het najaar van 1865 of begin 1866. Sindsdien noemde men de Dender ook de ‘vaart'.

 

foto ca. 1910: binnenschip voortgetrokken door een sleepboot, onder de brug van 1865/1866
 

Vier brieven stuurde het gemeentebestuur van Pamel naar de minister van openbare werken om op een dichtgegooide kronkel van de oude Dender (waar nu de Dikke van Pamel en speeltoestellen staan) een loskaai aan te leggen. Volgens een Pamels gemeentereglement, opgesteld in 1873, mochten er 3 boten tegelijkertijd aanmeren om boonstaken, hopstaken, kepers, bomen, ... maar ook aardappelen en andere eetwaren te laden of te lossen; verhandelingen die toen door de gemeente werden getaxeerd en waarbij schade aan de oevers aanstonds moest hersteld worden, koopwaar die in Dender was gevallen er onmiddellijk uitgehaald, de tragel vrijgehouden, ... . Later meerden er ook schepen tot 300 ton aan met steenkool en bouwmaterialen ... tot deze goederen in het laatste kwart van de 20e eeuw via andere wegen in Pamel geraakten en er geen binnenschepen meer aanlegden.
Heden varen er langs Pamel alleen nog plezierboten en ook omgebouwde binnenschepen waarop sinds de jaren 19(80) boottochten worden georganiseerd.

Waterkwaliteit
Uit oorkonden waarin visrecht werd verleend, blijkt dat er in vroegere eeuwen wel wat vis in de Dender zwom. Zo gaf Walter van Ledeberg op 4 augustus 1182 aan de abdij van Ninove het recht te vissen in de Dender. Na wat geruzie trok zijn zoon Willem I dit visrecht in, maar in 1201 verleende hij aan de abt toch weer het recht om met een boot waarin twee personen konden plaats nemen in de Dender te vissen tussen de Wolfputbeek en de brug van Impegem. Volgens een cijnsboek uit 1391 had de heer van Pamel binnen diezelfde strook, het alleenrecht op korfvisserij - die hij verhuurde - en ook recht op 'netvisscherie also vele als hi wilt'. In september 1702 won de abdij een proces voor de Raad van Vlaanderen waardoor ze het verloren visrecht opnieuw kreeg o.a. ter hoogte van Pamel. Ook in september 1731 spanden de paters nog ‘met de bedoeling enkele vissen te vangen' (6) hun netten in de Dender.
Tot ca. 1950 was de Dender een levendige natuurlijke rivier. Otter, glasaal en snoek konden erin gedijen. Vanaf de jaren (19)60 ging de waterkwaliteit sterk achteruit doordat het afvalwater er ongezuiverd in geloosd werd, met als gevolg schuimlagen, olievlekken, stervende vissen, algengroei en vooral in de zomer een verpestende geur.
Dankzij strengere vergunningen voor bedrijven, door zuiveringsinstallaties (o.a. in Geraarsbergen, Zandbergen, Ninove, …) verbeterde de biologische waterkwaliteit ter hoogte van Pamel, van zeer slechte kwaliteit in 1989 tot slechte/matige kwaliteit in 1994, naar een matig/goede kwaliteit in 2007. Opnieuw zitten er te Pamel vissers langs de oever en vissen in het water.

Overstromingen
De beken en zijbeken langs de oostkant (Pamelse kant) hebben een steil verval. Ze voeren de neerslag heel snel af. Valt er gedurende langere tijd veel regen, dan kan de Dender al dat water niet meer slikken (onvoldoende diep? te enge sluizen/stuwen?) en treedt de rivier op verschillende plaatsen buiten haar oevers, ook te Pamel o.a. in:
januari 1716: Door het plots smelten van de sneeuw zijn ‘al onze abdijweiden als één meer' (6).

 
november 1974
 

december 1993: ‘Op de Kaai viel het ditmaal al bij al nog mee; de uitgestrekte meersen aan de overkant van de Dender incasseerden het overtollige water.' (7)
januari 1995: ‘De (pas aangelegde) waterkeringsmuur langsheen de Dender, kon niet verhinderen dat een gedeelte van de Nieuwe Kaai overstroomde en enkele kelders onderliepen.' (7)

Dichtgevroren
Zolang er in de winter ter hoogte van Pamel nog grotere boten vaarden verhinderden deze vaak het dichtvriezen, eventueel werd een ijsbreker ingezet. Maar nadien bleef, in de winters dat er zich een ijslaag vormde, deze meestal enige tijd ongeschonden, bedekt met wat sneeuw, zoals in januari 1987: (8)

 
 

Tragel/jaagpad
Volgens een ordonnantie van 1669 mochten de ‘aangelanden van bevaarbare waterlopen', langs de oever die men gebruikte om de schepen voort te trekken, geen bomen planten of afsluitingen plaatsen, dichter dan 30 voet (9,75 m). Overtreders werden vervolgd … Aldus kreeg de tragel bestaanszekerheid. Maar naarmate in de eerste helft van de 20e eeuw binnenschepen werden voortgetrokken door een sleepboot of zelf een motor kregen verloor de tragel zijn oorspronkelijke functie (9). Door de stroming uitgevreten en met gras overwoekerd mocht de tragel ca. 1970 zelfs niet meer betreden of bereden worden.
Toen in 1989 te Pamel de oevers werden verstevigd werd ook de tragel heraangelegd, geasfalteerd tot een licht lopend fietspad en meer en meer jaagpad genoemd. Detail: men 'vergat' toen het pad (naar) onder de brug zodat de fietsers er naar boven moesten, de Nieuwe Kaai kruisen, om dan weer af te dalen. Uiteindelijk werd in 1994 ook dit stukje jaagpad hersteld.
 


--------------------------------------------------------------------
(1) Dat parochiaal en feodaal van Pamel afhing.
(2) Vogens een stafkaart uit 1864 waren er toen naast het Schuit nog twee andere overzetplaatsen (passage d'eau): één waar een tweede wegelte van de Piezelstraat leidt naar de Dender (ter hoogte van huidig nr 84); een tweede waar nu de brug is.
(3) Alvast volgens Heemkring Okegem, maar Herman Van Herrewegehen schreef; in het DF-Klokje 35e jg, 2003, aldaar p. 18; dat de brug er al in 1944 lag.
(4) 1185-1190: Tolovereenkomst tussen Filips van den Elzas, graaf van Vlaanderen en Willem van Bethune, heer van Dendermonde, waaruit voor het eerst de uitvoering van kanalisatiewerken blijkt.
(5) Dat was nog te zien in de meidagen van 1940, toen het dagenlang niet geregend had en alle sluizen openstonden. Alleen in het laagste deel van de Denderbedding vloeide toen water. En was het niet geweest van de vele modder, je had de rivier gerust te voet kunnen oversteken.
(6) Abt Ferdinand Vander Haeghen van de abdij van Ninove in zijn dagboek.
(7) In krantenartikels.
(8) Maar in januari 1996 vaarde er ter hoogte van Pamel toch nog een ijsbreker.
(9) Na de 2e wereldoorlog werden de binnenschepen massaal van motoren voorzien.