boomstructuur: startpagina >
artikelindex Marge > artikel


Achterwares te Strijtem

Volgens de parochieregisters van Strijtem doopte Josina Van Laethem op 4 januari 1786 het pasgeboren kindje van Jacobus Praet. Enkele minuten later stierf het. Josina was te Strijtem vroedvrouw of 'achterwares'. Omdat ze voor het leven van de boorling had gevreesd had ze haar plicht gedaan, het kindje onmiddellijk gedoopt.
Als vanzelfsprekend werd Josina bij de barende vrouw geroepen, want een dokter was er niet. Studies had ze niet gedaan, overlevering en praktijk waren haar leerscholen. En voor meier en schepenen had ze als vroedvrouw de eed afgelegd.
Van ongehuwde moeders moest de achterwares tijdens de barensweeën trachten te vernemen wie de vader was (in het belang van het kind!?). Men was er heilig van overtuigd dat de moeder in die momenten de waarheid sprak. Over een periode van ca. 120 jaar worden er in de Strijtemse registers een vijftal zo'n bevallingen vermeld. Telkens werd het geheim verklapt!